maandag 10 november 2014

Het Droomhuis op régime !

In de vorige blog kon je al kennismaken met de Kristus-Codex. Deze beschermt vooral kleine onschuldige diertjes tegen de grote boze mensenwereld. Maar er is meer. Er is dus de Kristus-codex die ik ook toepas op deze blog : Ik beloofde mezelf plechtig bij het starten van deze blog niet te schrijven over politiek en dieet. Na !

Politiek. Ik hou ervan, volg het op de voet via internetkanalen, de radio en facebook. Hier thuis zitten we gelukkig allemaal met onze kromme neus in dezelfde richting en kunnen we er bij het avondeten fijn gedachten over uitwisselen. Meerdere keren per week echter voel ik mijn kop knalrood worden en dreig ik te stikken in mijn pasta Vongolé, omdat ik me kwaad kan maken in de absurditeit van de Belgische politiek.

Noah mengt zich maar al te graag in deze gesprekken, zij het alleen nog wat vuriger, zoals het elke tiener beaamt en wat éénzijdiger. Bij hem is de wereld wit en zwart, geen grijsnuances. Je hebt de goei en de slechte, bij zoonlief. Maar ik ben fier op hem. Op zijn tweede somde junior vlotjes een volledige kleurenkaart op, van beige tot turquoise. Op zijn tiende somde hij zonder aarzelen de ministers van de Vlaamse -en Federale regering op. Yeah ! I like !

Ik hoop ooit dat de politiek hem zal vinden en dat hij nobel en waardig zal strijden voor de rechten van zijn generatie. Noah for president! 

En ik zou dus ook niet over diëten schrijven. Niks zo vervelend te mogen lezen over diëten ... van ik eet twee komkommers per maaltijd tot ik leg spontaan 2 eieren per dag omdat ik alleen nog proteïnen eet. Ben ik nu een kip?

Maar het was dus Nieuwjaar geweest, 1 januari 2014 alweer en ik had voor mezelf twee voornemens gemaakt, daar in het verre zwoele Bangkok.

Ten eerste zou ik werk maken van Het Droomhuis en zou ik er alles aan doen om Het Droomhuis te tonen aan de wereld. Als het niet zou lukken dit jaar, zou ik er evengoed mee stoppen.

Ten tweede zou ik voor eens en voor altijd komaf maken met die flessen Spareine die verborgen onder mijn huidoppervlak me het leven zuur maken, die bij elke stap ik maak, klotsend en hotsend te keer gaan, alsof ik op de Noordzee ronddobber in een oranje rubberbootje, te midden van een storm, windkracht 10.

Twee voornemens, dat moest te doen zijn. Ik had er nog kunnen bij verzinnen dat ik nooit meer zou vliegen, maar ik zou het zelf niet geloofd hebben. Ha!

Het waterprobleem. Ik heb ettelijke dokters gepasseerd dit jaar, van de huisdokter, die me plaspillen voorschreef, tot de endocrinoloog, de bitch. Een gesprek van drie minuten dat me niks geleerd had. Enfin, de schildklier, kon op basis van dit steno-gesprekje geschrapt worden. Ik blies als een kat en mocht dan langs de kassa.
De plaspillen beloofden me de Niagara-falls, maar het was eerder één onnozele druppel op een hete plaat in de Sahara-woestijn. Applaus voor de druppel. Er gebeurde niks.

Tot overmaat van ramp sloeg in de lente mijn knie ook nog eens tilt, werd ik labiel in het lopen (en het denken) en ontdekten we wat later dat de menopauze had aangebeld aan de voordeur. Alle hens aan dek. De storm kon nu echt losbarsten. En terwijl ik zat na te puffen van mijn knieoperatie was ik er in geslaagd om op één maand 5 kg, of waren het liters, bij te komen.

Ten einde raad.

Dus belde ik een diëtiste en ging een week later langs bij De Diëtiste, herself.

Ik dacht, ik zal je is even wegwijsmaken in dieetland, ik met al mijn ervaring. Maar dat was buiten ons madame gerekend. Ze was kordaat : ik kan je niet helpen met je vochtprobleem, case closed en het woord menopauze moest ze even googelen, denk ik. Geen greintje empathie voor een vrouw in de natste (euh) fleur van haar leven.
En dat ik op één maand een klein zakje patatten kon bijkomen, dat lachte ze weg. Ze bekeek me met een blik alsof ik met mijn mankepoot elke avond van de week de frituren van de streek had onveilig gemaakt. Echt niet. 
Maar ik hield vol, hield me aan de regeltjes van het selderij-eten en zondigde zo nu en dan, heel bewust. En dus keerde ik terug op visite bij De Diëtiste. Ze kon er niet mee lachen. No chocolate for you! jammerde ze. Ook al ging de naald naar beneden, ik kreeg een donderpreek van jewelste. 

En ik dacht, maar hier ben ik te oud voor geworden, popke. Da's het voordeel van 44 te zijn. Girlpower, I do it my way ! Godverdekke.

Onze wegen zijn hier gescheiden. Wat nu ?

Eenzaam en alleen klopte ik aan op de wekelijkse bijeenkomst van de Weightwatchers in het buurdorp. Als je nu spreekt van een aftandse zaal, dit was er eentje. Een echte horroromgeving. De gordijnen leken opgevreten door een stel Weightwatchersmotten met vraatzucht. Lelijke tl-lampen aan de plafonds, die hard licht spuwden en een schreeuwlelijke vloer waar vooral jolige dames over schuifelden.

Toch maar eens effe checken of ik op het goede adres was beland : Ik ben Krisje en ik heb een vochtprobleem. De coach bekeek me drie seconden en baseerde haar fullbody-analyse op deze korte doorsteek. Da's je voeding, kaatste ze terug. Ge meent het. Iets in mij had zin om me om te keren en het Noorderlicht op te zoeken, maar de nuchtere Kris suste de boze Kris en ik besloot te blijven, verstand op nul te zetten en samen met een dertigtal andere leuke wijven mijn lot tegemoet te treden.

We zijn nu een week verder en voorlopig werkt het. Yeah. Ik prop me vol met gezonde verzadigende voedingsstoffen, afgewisseld met chocolade Weightwatchers candybars. Mooi, 't leven is mooi.

En tot zo ver het hoofdstuk dieet. Moesten er desalniettemin grote lichten meelezen, die de oplossing voorhanden hebben om de waterballon te doorprikken, laat het me weten. Uw tip zal rijkelijk beloond worden. Daar waar dokters met de handen in het haar zitten, kan één enkel advies van Tante Kaat misschien het tij keren. Dream on.

Ik zou dus ook Het Droomhuis een kans geven. We werken eraan. Soms vallen dingen in je schoot, zoals het boek en de tentoonstelling. Vrienden die me ondanks alles blijven steunen en waarvoor ik opdrachtjes mag maken, die me tegen de schenen stampen en vragen of ze nu eindelijk eens voor die shoot mogen langskomen. Euh ...

En wat hebben we nog geleerd ? Dat ondanks alles ik mijn eigen weg moet blijven volgen. In artistieke kringen worden er soms meningen en adviezen door je neus geduwd en dreigt al snel het gevaar af te wijken van je eigen oorspronkelijke ideeën. Vaak twijfel je zo hard aan jezelf en zoek je dan de bevestiging bij de verkeerde mensen.

Dit weekend kreeg ik van twee mensen, die niets met elkaar te maken hadden, de wijze raad mijn ding te doen. Alleen mijn eigen ding en daar niet van af te wijken.

Eerst was er een Hollandse topverkoper in de fotozaak die me daar op wees. Nou, Kris, als jij stoute kindjes willen portretteren met een hoekje af, dat doe je dat toch gewoon ! Nooit afwijken van je strategie, je nooit door anderen laten vertellen wat je moet doen. Die boodschap kwam aan en het hele weekend was ik erover aan 't denken.
Wat een bezielend persoon was me dat. 

En vandaag had ik een lunch met nog zo'n geweldige madame, een vriendin die ik leerde kennen op het BKO en hier dezelfde mantra : Doe Je Fucking Ding, Godverdomme !

Ik kreeg er kippenvel van. Dit kon geen toeval zijn.


Fijne week allemaal !

Krisje












zaterdag 1 november 2014

Bim Bam Beieren, de koster lust geen eieren !

Hier sta ik dan.
Ik ben net het Hardrockcafe van München uitgerend, wegens acute hitte-hormonale-aanval. Ik sta buiten, op het hoekje van de straat en besluit te wachten op mijn besluitloze kroost, die zich op het aanbod gekleurde T-shirts heeft geworpen. Dat kan nog even duren, denk ik. De warmte van mijn huid vermengt zich intussen met de kilte van de buitenlucht en vormt al snel een laagje stoom, ik ben een vleesgeworden saunacabine geworden ...

En dan komt het :

Daar staat ze dan in haar gebloemde jas vol van herfstkleuren, in haar gebloemde broek, helemaal flowerpower ... en dan jodela-i-tie, maar dan in `t sappig Duits. Stel het u voor. 
Er staat een man in glorieuze Beierse outfit op een verhoogje met gitaartje over mij te zingen. Omstaanders krijgen me in de mot. Als ik nog niet rood zag, ben ik het nu wel.
Jodela-ie-tie !!!! Ik geef de man een euro en hoop zo dat hij stopt met zingen, maar hij gaat er nu helemaal voor.

Ja, dames en heren, dit korte verblijf in het mooie Beieren heeft me één ding geleerd. Vrouwen dragen hier geen uitbundige kleuren en gebloemde kaleidoscoopachtige-regenboog-outfits. Ze lijken omver geblazen als ik passeer en kijken me achterna alsof ik een levensechte kerstversiering ben. Meermaals vragen ze me of ik Hollandse ben en dan glunder ik. Wat wil je met die knetterende DiDi-outfits van me.

Dat de dames tussen pot en pint in hun Brauhäuser beha-loos, gesteven in hun prachtige dirndls rondlopen, hopend dat hun olijke tweeling het hazenpad niet kiest in de die onstabiele omgeving, dat vinden ze sociaal aanvaardbaar. Echtgenoot en zoon wrijven meermaals per dag hun ogen uit bij zo veel naakt geweld op klaarlichte dag. En dat gratis en voor niks. Ze kunnen Beieren wel smaken.

En dus was ik deze week een vroege kersttrol voor menig Duitser.

Het was dus dankzij Sturm der Liebe dat ik hier verzeild ben geraakt. Wie mijn augustusverhalen heeft gelezen, weet dat ik toch wel drie weken lang de dramatische wendingen van Theresa und Mauritz van op de eerste rij heb beleefd. En ik was meteen verkocht door dit mooie stukje Duitsland, gelegen aan de voor-Alpen, waar mannen dus nog hippe kniebroeken dragen en vrouwen wulpse jurken. Ge kunt het u bij ons niet voorstellen.

Op maandag kon de Grosse Tour beginnen. Met een verrassing waar ik niet meteen zat op te wachten. We bezochten in de grijze grauwe ochtend het concentratiekamp Dachau. Echtgenoot had in het weekend al laten verstaan dit gruwelkamp te willen bezoeken. In mijn eerste reactie stonden mijn haren recht in mijn nek. Ik had echt geen behoefte om dit martelpaleis te bezoeken. Als hoogsensitieve dochter van een hoogsensitieve moeder hebben we het onderwerp oorlog steeds ver van ons af geduwd. Het zat in mijn opvoeding.

Ik herinner me dat we met drie klasgenootjes van het derde middelbaar een opstelwedstrijd binnen de Leuvense scholengemeenschap hadden gewonnen, ikke daar dus bij. Thema oorlog. Yeah. Geïntrigeerd als puber door de gruwel van de oorlog mocht ik als trofee een boek kiezen. Ik kwam thuis met een joekel van een boek, vol met verschrikkelijke prenten en foto`s over de concentratiekampen. Ik was toch wel een beetje fier. Maar het boek is vrijwel onmiddellijk verdwenen naar het onderste schap van de boekenkast. Ik weet zelfs niet waar het nu is. Om je maar een idee te geven. Oorlog was thuis een taboe-woord. En ik kan het niemand kwalijk nemen.

Ik begreep evenzeer Echtgenoot, het manneke zijnde, die zo`n plaatsen objectief kan gaan bezoeken. En dus sprak ik evenzeer mijn rationele verstand aan en besloot er voor te gaan. Het zou niet slecht zijn voor de kids om hen onder te dompelen in de rauwe echte wereld, die in schril contrast staat met hun happy Facebookwereld ...

Maar we waren er alle vier groggy van. Zelfs nuchtere Echtgenoot schudde meermaals het hoofd. Ik verstopte me achter mijn camera, voelde me met momenten zelfs schuldig dat ik daar chinees-gewijs stond fotokes te trekken. In gedachte excuseerde ik me bij al die gelouterde zieltjes.

Ik was ook bang een plaats te betreden waar 60.000 mensen waren vermoord. Wat zou dat doen met mijn gevoelige antennes. Wat als er zo`n verminkte ziel voor me zou verschijnen of contact met me zou maken. Ik ken mezelf.
Maar de doden bleven weg. 

We betraden het crematorium, Barak X, met de ovens. We stonden stil in de ruimte waar de mensen als lompen gedropt werden, op een reusachtige hoop, helemaal uitgemergeld en moegestreden. Hier was een mensenleven niks meer waard. Ik zweer het je ... daar voelden ik én echtgenoot een zware energie op ons neerdalen. Daar hing de Dood, als boosaardige Duivel in die koude kille ruimte.
We stonden ook stil in de douchekamers, de gaskamers. Ik pinkte een traan weg en hield mijn Canontje dicht bij mijn gezicht en focuste me op een schone foto ... Onnozel.




Arbeit macht Frei. Zal wel.

En in alle tristesse maakte Noah in deze barak een stom grapje :
Hang hier een foto van Obama omhoog en je krijgt ...
Barak Obama !
Het is hem vergeven.

In het museum met prenten van gruwel en ontbering kon ik me niet meer inhouden, heb ik meermaals luidruchtig gevloekt en mijn handen geklauwd uit frustratie en woede. Menig bezoeker vroeg zich af wat deze kersttrol in zotte carnavaleske kleren bezielde...

De vakantie was goed begonnen. De toon was gezet. De rest van de namiddag verkenden we de mooie stad en zijn Hollisters en Abercrombies ... wat had je gedacht. Maar Dachau is blijven hangen in onze ziel, dat nemen we mee naar huis.

Op dinsdag zochten we luchtigere oorden op. We ontdekten de bruine bordjes van de Romatische Strasse en reden van dorpje naar dorpje. Zo schoon. Dit was het Beieren van de Fürstenhof. Schilderachtige poppendorpjes, beschilderde geveltjes, bambikes in het wilde groen en heel veel koeien met bellen. En zo reden we de bergen tegemoet. Einddoel was een disney-achtig-kasteel boven op de berg in Hoghen Schwangau. Onze monden vielen open en de lucht vulde zich met Oh's ! en Ah's !

En dan kon de klim beginnen naar den top van den berg met het fameuze barbiekasteel. Het zou een uitdaging worden voor mijn gekraakte knie, die nog steeds moeilijk doet en het Noorden kwijt is. Een paard met kar was een optie. maar principieel weiger ik daar aan mee te doen. Da`s voor de vetzakken-toeristen
In mijn Kris-tus Codex staat dat ik geen dieren zal misbruiken voor eigen vertier, dat ik geen dierentuinen bezoek (een dier hoort niet gekooid te worden) en dat ik geen circusvertoningen bijwoon (een olifant hoeft voor mij niet te kunnen dansen). Maar dat terzijde.

En de shuttlebus mocht niet van Echtgenoot. Dus wijle weg. Piepend en ijlend op een slakkentempo. De Chinezen en Jappen liepen me onder de voet, zo traag ging ik. De zon kwam eindelijk piepen en maakte van mijn kleurige DiDi-jas een thermosdeken met zonnepaneel. Met een beetje geluk was ik van vijf liter vocht verlost op eindbestemming. Het was dus een kwelling. En ik zal het geweten hebben, maar I dit it !!!! Yeah !!!!

En het kasteel was prachtig !






Kletsnat in `t zweet zochten we een nostalgisch hangbruggetje op voor de ultieme foto. Een orkaan blies ons net niet uit onze natte stinksokken en ik zweer het je, mijn longen klapperden binnenstebuiten. Dat belooft voor volgende week. Het Antarctica-virus op onze borstkas, op een bedje van groene snot.
Op de terugweg mocht de shuttle van Echtgenoot dan weer wel. Sadistisch gewoon. Nog nooit zo blij geweest met een busje.

Nog een leuke trip was een bezoekje aan de BMW Erlebungs Welt. Het ventje stampte lichtelijk bij het zien van zijn favoriete wagenmerk dat stond te blinken in vol ornaat. Hij is recentelijk gestraft en moet nu door het leven met een bompa Mercedes.
Ik daarentegen nam wijselijk het besluit mijn kleine lieve Mini nog wat extra te koesteren nu ik zag hoe het kleine broertje van BMW hier zo vertroeteld werd.




Het BMW-musem.



De laatste tijd heb ik getwijfeld om mijn cabriootje van de hand te doen. Ik heb geen koffer, of toch geen noemenswaardige koffer. Boodschappen belanden op de passagierszetel. In de scherpe bocht, 100 meter voor ons huis, vliegen de appelsienen als lottoballetjes door de auto. Geen winnende cijfers. Kinderen afhalen aan de trein van vakantiekamp betekent sowieso, het dak er af. Super onnozel. Dak open, valies erin, dak toe. Ook als het regent.
En nu Noah een look-a-like van een wandelende tak is geworden, priemen zijn knieën links en rechts van zijn lichaam door het stofje dakje. Geen gezicht in de achteruitkijkspiegel.
Maar ik besef nu toch dat mijn autootje toch ook zijn charmes heeft en binnenkort wordt hij onderworpen aan de eerste rijlessen van dochterlief. Het kan verkeren.

Gisteren bezochten we de Bayern München - Arena. Het viel tegen.  De buitenkant is er één om u tegen te zeggen. Een gesculpteerde golfbal heeft er niks aan.  De binnenkant vond ik ondermaats. Heel even schoffeerde ik zelfs half Duitsland door Bayeren München een prutsploeg te noemen. Zijde Gij Zot !!! scandeerden zoonlief en Echtgenoot. We houden het bij een verbale lapsus. Kan gebeuren. Ik kon me gewoon Arjen Robben niet voorstellen in een aftandse kleedkamer met simpele witte metrotegeltjes ...
Maar dus geen wauw-gevoel. Behalve toen ons Bo een flesje Fanta over Noahs pizza kegelde in de kantine. De slappe lach en een druipende pizza. En Bo die weer niet wist waar de klepel hing !

Hopelijk hebben jullie ook een leuke herfstvakantie beleefd. Hier zijn de batterijen weer vol. Ik heb genoten van mijn gezinnetje. Van de interactie tussen broer en zus. Van de verbale doodsbedreigingen meermaals per dag tot samen over de grond rollen in één of andere Kung-fu-greep. Ik geniet van samen rond te rijden met ons vieren in de bompa Mercedes en gezellig bij te praten of naar elkaars muziek te luisteren, Van Gerry Rafferty tot Dimitri Vegas. Ik geniet van Noahs absurde immitaties. Hij converseert als Yussef, de Limburgse kebabuitbater, met zijn rationele vader. Imagine. Ik geniet ervan om samen met ons vieren in een veel te kleine hotelkamer te slapen en elkaar te bestoken met grappige verhaaltjes voor het slapen gaan.

Fijn weekend en voor zij die nog pannenkoeken moeten eten, laat het smaken !

Krisje













woensdag 22 oktober 2014

Als een cactus op een kraakwitte zolderkamer ...

Ladies and gentlemen, ons Krisje schrijft dit blogje aan haar gouden bureautje, tot zo ver niks nieuws ... maar de locatie is gewijzigd. Het bureautje staat nu in een blinkende en kraakwitte zolderruimte.
Het is gelukt. Ik pits even de ogen toe en zie de detailkes niet die nog ontbreken, zoals  essentiële lamparmaturen aan het plafond, maar in grote lijnen is dit mijn nieuwe creatieve ruimte. Een uitbreiding van het Droomhuis zeg maar. Een dreamspace met veel opbergruimte, wit met gouden accenten en met een geïmproviseerde fotostudio. Keifier ben ik en dan vooral op Echtgenoot die weer maar eens heeft bewezen poten aan zijn lijf te hebben. Zo van die schophanden à la Permeke.

En nee, het was niet altijd leuk, want als je met een bricoleur bent getrouwd, dan weet je dat ombouwprojecten een eeuwigheid kunnen duren, dat ze 5 keer in een weekend langs den Brico moeten voor dé juiste vijs, dat ze het niet zo nauw nemen met details, dat ze niet kunnen zonder een boze opzichter. Ik dus. En we kennen Echtgenoot ondertussen, ... 1 cm is 1 cm en dus moet ik heel duidelijk zijn in mijn wensen en moet ik meermaals per poging tot het creëren van abstracte kunst bevestigen en nog eens herbevestigen.

Ik blijf erbij, Echtgenoot neemt in zijn dagdagelijkse job, nagelbijtende beslissingen, gaat over geldbedragen waar uw en mijn oren van flapperen, gaat desnoods over stinkende lijken in staat van ontbinding ... maar hier thuis moet ik naast hem staan om te tonen waar de vijsjes in de OSB-platen moeten gevezen worden. Zou hij schrik van me hebben ? Faalangst binnen de relatie. Da's nog ne keer een titel voor een diepgaand boek.

Maar het blijft een zalig gevoel. Toen ik vorig jaar ronddartelde in de living, kon ik vaak weemoedig en depri worden bij de gedachte dat de verdieping boven me vol stond met tonnen rommel. Het voelde zwaar. Een opgeruimde geest kan je enkel hebben in een opgeruimd huis. En hoe hard ik ook mijn best deed om minimalistisch te wonen, het hielp niet om de deuren van de zolder toe te trekken ... de chaos bleef. De gedachte dat elke kast, die overbodig stond te wezen op de zolder, langs twee glazen trappen moest verdwijnen uit dit huis, het baarde me zorgen en ik geloofde er niet meer in dat het kon. 

Het is een project van lange duur geweest, langer dan een jaar. Zo nu en dan gingen er gevulde vuilzakken naar de garage, maar het was als een speld in een hooiberg. Je zag nauwelijks vooruitgang. Voor de grote stukken tikten we op de schouder van toevallige passanten van het Droomhuis en als je het vlaggen had, droeg je overmoedig en bibberend  een kast mee naar beneden en hoopte je niet ter plekke je botten te breken op die schoon glazen trappen van ons.

Grote spullen werden gedoneerd aan Het Spit. Het omzetcijfer van Het Spit is dit jaar verdriedubbeld door onze gulle donaties, van interbellumkasten tot Ikeabedden, van hometrainers tot TV's. Toedeloekes.

Vanmorgen zijn de bekende Spitmannen een laatste keer langs geweest.
Ook de mannen van de vuilkar hebben vanmorgen de berg hout voor onze deur vakkundig laten opslokken door de gruwelijke oranje vuilkar.

Het voelt zo opgelucht ! En ja, vaak was het balen ... de laatste weekends werd enkel nog aan de zolder gewerkt (of gingen we naar Den Haag, ha). Soms heb ik echt het gevoel dat mijn 20-jarig huwelijk enkel bestaat uit bouwen van huizen (twee keer, hoe zot kunde zijn), verbouwen, herinrichten, schilderen van de living (ik schilder om de twee jaar, hoe zot kunde dus zijn, echt, hè), ... en op vakantie gaan. Chique combinatie. Batterijen af door het rommelen en vechten met aannemers, dan gingen we toch een paar dagen relaxen, door vaak een superuitputtende citytrip te ondernemen. We zijn raar mensen.

Binnenkort post ik een fotootje van mijn nieuwe blingbling studio/bureauke. Eerst moeten de lamparmaturen aan het plafond hangen ...

Dit weekend zijn we hals over kop naar de nieuwe release van The Loft gaan kijken. We mogen fier zijn op onze kleine Belgische regisseur. Gelukkig herinnerde ik me niet veel meer van film nummer één. Ik kan geen twee keer naar dezelfde film kijken, ik beleef daar geen vreugde aan, integendeel. Maar een engelse versie, dat kon dus nog.
Bij het naar huis rijden vroeg Noah zich luidop af of Echtgenoot ook een eigen stekje had ... Nu hij had opgevangen dat de mama worstelde met prémenopauze-toestanden (véél te vroeg, godverdomme) ging hij er van uit dat de papa het bed moest delen met een cactus. Eerlijk gezegd voelde ik me gechockeerd door zijn opmerking en binnen de vijf minuten volgde een excuus van junior. We waren allebei geschrokken.

De rest van de dagen verzucht ik met het ineenknutselen van een boek, het organiseren van tentoonstellingen, het nemen van dubbel-foto's, het ontwerpen van een exclusieve huisstijl (ja,ja, Nancy, hij komt er aan ...).
Hoe harder ik iets wil, hoe moeilijker het soms wordt. En zo wacht ik op inspiratie, die er niet aankomt. Ik doorzoek het internet, blader door boeken, koop nieuwe boeken ... het blijft wachten op Godot.



Herkent u ons ? Krisje en haar Cootjes. Joehoe.
Een eerste try-out voor het boek.


En dan is er nog de knie, die blijkbaar heeft beslist een eigen leven te gaan lijden. Hoe hoopvol ik nog was begin september, na een haast pijnloze operatie ... 
De revalidatie verloopt niet op wieltjes, was het maar ... met zijn momenten blokkeert mijn gewricht en moet ik effe naar adem happen om verder te kunnen stappen. Op de meest ongepaste momenten natuurlijk : wachtend op de bus die ons naar Maastricht zou brengen om een dagje te gaan shoppen, net voor ik de auto in stap om te gaan tafelen met Echtgenoot in een exclusief restaurantje. Klote knie. Dat krijgt nog een staartje. Ha !

Fijne week allemaal !

Krisje











woensdag 15 oktober 2014

Tijd om een oor af te knippen ...

Het is woensdagmiddag. De zoon heeft een vrije dag en ik heb uitdrukkelijk de opdracht gekregen hem niet te wekken voor 12 uur. Tieners, ze leven tegen 150 km per uur en recupereren door een aaneenschakeling van winterslaapjes, hoog in de hoogslaper.

Gisteren heeft de eigenwijze dochter een bezoekje gebracht aan de faculteit. Er was een welkom-event gepland voor studenten-to-be aan de KUL. Ze bezocht er drie lezingen.
We spraken nadien af in een cafeetje op het Hooverplein. Ze straalde, dochterlief. Glowing in the dark. Hier heeft ze op gewacht, de grote studentenwereld, die haar eindelijk serieus zal nemen. Ze zit in haar laatste jaar secundair onderwijs en nog steeds ergert ze zich blauw aan de betutteling en het juffrouwke-spelen van sommige leerkrachten, aan de moetjes en de niet-magjes. De studentenwereld lonkt en hier zal ze haar ding zelf mogen doen.

Op onze weg naar de parking kruisten we verse, maagdelijke schachten. Ze roken naar bier, peperkoek en waspoeder. Hun haren koekten aan elkaar door een regen van rotte eieren die ze net niet hadden kunnen missen. Als kleine kabouters zongen ze : wij zijn schachten en wij zijn dom, lalalala .... Bo wreef haar ogen en oren uit. Ook dat is de universiteit. Maar ze bedankte resoluut en nam zich alvast voor zich niet publiekelijk te laten vernederen volgend jaar.
Leuven, een zalige stad.

De vraag is natuurlijk : wat gaat ze studeren ?

Ons Bo heeft een gave gekregen in dit leven en dat is de gave van de kunsten. Ze is creatief op het hoogste level. Als ik haar kunstrijke verwezenlijkingen vergelijk met de mijne dan krijg ik het schaamrood op de wangen. Euh, omdat die van mij dus veel minder voorstellen, hé. Ze heeft hét gewoon. Ze tekent feërieke godinnen, ze maakt de meest bizarre glansrijke foto's ... sinds een jaar ontwerpt ze kleding en naait ze haar eigen rokjes en kleedjes. Ze zit al sinds een eeuwigheid op de academie. Ze volhardt.

Als kunstzinnige mama kan ik alleen maar dromen van zo'n dochter die kunst ademt en stiekem hoop ik dat ze studies kiest in deze wondere wereld.
Maar Bo is nuchter en realistisch. Ze vreest dat de kunstwereld haar niet kan voorzien van een degelijk inkomen. Ze wil stabiliteit en geld in de kassa.
Vergeten we natuurlijk niet haar gigantische brein, dat nog meer mogelijkheden schept. En dat verwacht dat dochterlief gaat studeren aan de universiteit of hogeschool. Bij deze gedachte wordt de papa dan weer blij.

We hebben een deal : elke zondagavond komt Bo met een dat-wil-ik-zeker-gaan-doen of dat-wil-ik-helemaal-niet-gaan-doen. We gaan elimineren. En hopen zo dat er in juni een winnaar uit de bus komt.

Ondertussen kwam er ook goed nieuws voor mezelf uit onverwachte hoek.

Eerst was er de wijze beslissing van mezelf en mijn leerkracht om mijn blogjes in een boek te gieten. Ik was eerder al zo gecharmeerd door jullie complimentjes en aanmoedigingen. En toen bood zich een eindwerk aan. Ik sluit mijn opleiding Toegepaste en Vrije grafiek af met een boek. Een mix van illustraties en tekeningen bij de hilarische verhalen. Batman, die gaat echt tot leven komen, houd je vast.
Diezelfde week kreeg ik ook een mailtje van de organisatie van het culturele centrum De Bosuil (http://www.debosuil.be). Ze waren gecharmeerd door mijn blog en mijn website en ze besloten dat ik mijn werkjes mocht tentoonstellen in hun expositieruimte. Een kwestie van de lokale kunstenaars te promoten.

Ik herinner me die donderdagavond nog. Ik zweefde van mijn bureautje, naar de keuken en terug. Mijn week kon niet meer stuk.
Al snel volgde ook de felicitaties van vrienden en familie, sommigen al wat hartelijker dan andere. Ja, in mijn roze wereld is niet iedereen van suikergoed en nougat. 

De rust keerde weer en ik trok me terug in mezelf. Voor ik het wist was daar de eerste nachtelijke loop : ik opende mijn ogen rond twee uur in de nacht en merkte dat mijn brein aan het ratelen was. Ik kon het niet meer stoppen. Denken, denken en denken. Hoe zou ik alles succesvol klaarspelen ? De fotografie-opleiding, het boek en de tentoonstelling. De gedachten werden met zijn momenten ook donkerder; was ik wel goed genoeg ?
Straf, hé. Krijg ik eindelijk de kans van mijn leven en begin ik weer te twijfelen aan mezelf. Het is ook nooit goed.

Ik besefte dat ik van die flipmodus af moest. Voor ik het wist stond ik weer in de Run Forrester! modus. Of nog beter, knipte ik mijn oor er af, zoals Van Gogh.
Meermaals zei ik tegen echtgenoot dat ik begreep waarom kunstenaars zo'n zielenpoten zijn en alles wat loshangt aan hun lijf afknippen. Je zou voor minder. Al die nachtelijke stemmetjes, de vermoeidheid, het twijfelen ...

Ik heb voor mezelf een planning opgesteld, heel strikt. En ik houd me eraan. Alle staat erop. Van dweilen, tot winkelen, tot foto's maken en ontwerpen. Het grappige is dat ik nu een gevoel heb van véél tijd. Het is overzichtelijk nu en ik kan weer ademhalen. Ha.

En ik blijf erbij dat ik nu mijn dromen waarmaak. Eindelijk.


Krisje










woensdag 1 oktober 2014

Gelukkig hebben ze hier wifi !

Ik ging het nog eens proberen, tegen beter weten in ... met de zoon naar het museum. 

We hadden alweer een weekendje Den Haag, last-minute, in elkaar gebokst. Ik blijf erbij dat we smoorverliefd zijn geworden op die schone Hollandse stad aan de schone Hollandse zee.

Tijdens de les kunstgeschiedenis deze week was de naam Mark Rothko gevallen. En er liep toevallig een tentoonstelling van dé Mark Rothko in het Den Haagse Gemeentemuseum. Was dat mooi meegenomen. De leraar had nog geopperd best de kinderen niet mee te nemen, want die expressionistische kleurvlakken vragen zo veel aandacht, dat je best een bankje kan uitzoeken, zodat je jezelf kan verdrinken in deze kleurige werelden, voor wel een half uur. Maar ja, wie let er in tussentijd op de monsters. Bo is niet het probleem, zij smelt bij het bezoeken van al die rare snuiters ... onze Noah, da's andere koek.

Ik had dus de boodschap verkondigd. Zondag stond er een verplicht museumbezoek op het programma. Tegen wil en dank blijf ik volhouden en ik hoop dat mijn tienerzoon me ooit zal dankbaar zijn, dat ik hem heb meegetroond door feeërieke museums en boeiende tentoonstellingen. De aanhouder wint.

De boodschap was ook aangekomen en daarmee was ook de discussie, of eerder de monoloog, geopend : Je weet toch dat het museum op zondag gesloten is ? Je weet toch dat er geen kinderen binnen mogen ? En dan : Ik ga niet mee, ik ga ondertussen shoppen. En toen dat ook niet hielp, zwoer hij drie uren op een bankje te gaan zitten voor het museum, Fifa spelend op de PSP. Grrr.

Hij merkte dat ik geen strobreed toegaf. Ik wou hem tegemoetkomen door te stellen dat we enkel in de voormiddag de tentoonstelling zouden bezoeken. We hadden een deal.

Ik had het mezelf wel heel moeilijk gemaakt, want ik ontdekte dat het museum pas om 11 uur zijn deuren opende. Noah lachte in zijn vuist.
Toen we aankwamen bij het museum stond daar toch wel een file van 100 meter, zeker. Ventje, zet mij en Bo al af voor de deur, terwijl jullie een parkingplaatsje gaan zoeken ! We konden niet snel genoeg uit de auto springen. Ik had geen zin in de klagende barensweeën van de zoon die besefte dat we nog niet meteen zouden binnentreden in het museum, maar eerst oudjes-gewijs moesten meeschuiven met de meute.

En terwijl we de file deden voor tickets, het was ondertussen al 11u30, merkte hij fijntjes op dat mijn tijd liep en dat de middag er aankwam. Na een half uurtje aanschuiven was ik al helemaal kierewiet gedraaid door de monotone monologen van de zoon.

Ik was zo opgefokt door mijn klagende tienerzoon ... bij het binnenkomen van het museum werd ik tegengehouden door een lokale museumwachter met de kordate boodschap dat ik mijn handtas/fototas moest deponeren in een kastje met sleutel. Mij gedacht, ja !!! Maar het werd of het kastje, of rechtsomkeer naar huis en dus koos ik voor het kastje, maar niet zonder eerst Stomme Hollander te briesen tussen mijn tanden. Het galmde mooi in het Art Deco-paleisje en menig bezoeker stak zijn hoofd op. De Cootjes wisten niet meer waar kijken en ikzelf ... ik schaamde me zo hard. Het voelde als verraad. Alsof de haan kraaide toen Petrus Jezus had verloochend.

De dag ervoor had ik ook al Stomme Hollanders gekrijsd toen ik bijna werd ondersteboven gereden door een zwerm fietsers. Fiets en- voetpaden zijn niet altijd even duidelijk. En ook hier kraaide de haan de verloochening. Dus bij deze ... sorry aan de Hollanders voor mijn tijdelijke fase van waanzin en boersheid. Ik steek het op mijn destructieve PMS-aanval.

Noah kon zijn ogen niet geloven, was dit het nu ? Grote schilderijen, geverfd in één of twee kleurvakken ... hoe kon dat nu zo'n grote schilder zijn ? Hij was echt verontwaardigd en merkte fijntjes op dat zelfs hij zo'n tableaus uit zijn mouw kon schudden. 't Ja, hij had niet helemaal ongelijk ... maar Noah ziet natuurlijk nooit het hele plaatje, de context, de geschiedenis, de aardverschuiving die Rothko veroorzaakte door met nieuw werk te komen in klassieke tijden.

Hij deed zijn best. Hij deed de zalen één voor één af in een recordtempo, spelenderwijs, als een vervelende puppy en dan was het goed geweest voor junior. Hij plantte zich op een bankje en merkte cynisch op dat het ondertussen middag was. Het volgende moment hoorde ik een typische, droge opmerking uit de mond van Noah komen : Gelukkig hebben ze hier wifi !
Ik durfde niet opkijken en die ettelijke seconden was ik ook even zijn moeder niet, ik kende hem niet. Hoorde ik nu stomme Belgen gemompeld worden door geshokeerde elitaire museumgangers?

Het was Echtgenoot die olie op het vuur gooide en voorstelde om de andere tentoonstellingen te bezoeken, die liepen. Zo meteen moest Noah gereanimeerd worden, denk ik ... maar hij volgde gedwee, besefte dat tegenspartelen niks hielp. En zo gingen Krisje en de Cootjes op verkenning door het zeer grote museum en raar maar waar, we werden er allemaal vrolijker van. We ontdekten een doe en ontdek-tocht : Wondere Kamers ! Zo boeiend. Gewapend met een geleende Ipad, scanden we aps en voerden we in team, de meisjes tegen de jongens, allerhande opdrachten uit. Van lopen op de catwalk in een schone kanten jurk, tot het ontwerpen van een bijgebouw van het museum. We eindigden dansend met de Boogie Woogie die ons werd aangeleerd door de echte Mondriaan in 2D. Zo plezant !
We staarden met ons vieren naar een Mondriaanschilderij die we nadien moesten namaken. We kraakten alle vier onze kleine hersenballen, maar slaagde er niet in om de reproductie te voltooien. Viel dat tegen.

In de vroege namiddag waren we alle vier happy. Oef, Noah had weer even cultuur meegepikt op een creatieve manier. Missie geslaagd. Met een big smile installeerden we ons op het zonnige binnenterras en genoten van de kunsten, de zon en een kom pompoensoep.

De rest van de dag brachten we door op het strand van Scheveningen, gezeten in een heerlijke bank en lurkend aan een Aperol Spritz. We vierden alvast de verjaardag van Echtgenoot. Aangezien ik niet meteen aan een cadeau had gedacht, typisch ik, hoe ging ik dat nog klaar spelen, klonk ik bij elke slok van mijn cocktail op zijn verjaardag. En deze is voor jou, schatje !!! 
Op den duur kon hij er niet meer lachen, och-arme. Hij voelde de bui al hangen. Het werd dit jaar alweer een geïmproviseerd verjaardagsfeestje.

Dikke kussen voor mijn schat.

Krisje en de Cultuur-Cootjes.









Foto's genomen door Bo, terwijl we stonden aan te schuiven.
Deze stickers hingen op de ruiten om de vogeltjes te behoeden tegen
het glas aan te vliegen.












woensdag 17 september 2014

De queen van de Walibi !

Kermis.

Er valt wat te vertellen over de Kermis. Mensen van Leuven weten het, één keer per jaar strijken de paardenmolens en bots-autokes neer op het Ladeuzeplein. Bij het begin van het nieuwe schooljaar hoort simpelweg Leuven Kermis. Als extra kwelling voor mijn arme tieners. 
Hoewel, voor Bo is het tegenwoordig een meerwaarde, want meermaals per week trekt ze na school naar de G-force of ruilt ze haar boterhammetjes in voor lekkere frietjes.

We zijn niet echte fans, maar vinden het leuk, traditiegetrouw, minstens één keer langs te gaan, al was het maar om lekkere smoutebollen te eten. Die smoutebollen, da's al meteen een fijne binnenkomer. Vorig jaar was daar een klein misverstandje aan het smoutebollenkot. Ik bestelde 27 smoutebollen voor mezelf en de twee monsters. We lachen er nog steeds mee, wat moesten we met zoveel bollen. We deden ons best om ze te laten verdwijnen in onze Olle-Bolle-Gijs-monden ... binnen de korste keren zaten de bollen ter hoogte van onze strot en sloegen we groen uit bij de gedachte aan ... nog meer smoutebollen. En dan kon de pret beginnen, want we hadden nog geen enkele attractie aangedaan.
Maar mama toch, tegen alle principes van het opvoeden in ... sorry Dr. Spock. Goe bezig.

De monsters deden attractie na attractie, hoe wilder hoe liever, het liefst gingen ze een paar keer over kop ... ze trotseerden alle wetten van de zwaartekracht.

Op de terugweg naar huis, kwamen we in een file te staan op de Leuvense ring. Een controle van de politie. Alle auto's bliezen en gromden, maar er was geen ontkomen aan en mopperend schuifden de auto's gedwee in een rijtje. Noah zat op de passagiersstoel. Ik had het spurtje niet gewonnen met de zoon. Elke keer we een ritje met de auto maken moet ik lopen, met mijn Knex-knieën, om mijn eigen zitplaats te veroveren. Voor ik het weet liggen Noah en ik op straat kletsen uit te delen, moet ik hem met bruut en verbaal geweld van het portier verjagen, maar meestal wint hij de strijd, omdat ik door het lachen mijn krachten verlies. Ik laat hem maar. Hij heeft tenslotte benen aan de meter, hij moet ze binnenkort oprollen in de auto en aangezien ikzelf van het minste schrik, is het voor iedereen veiliger als ik achteraan zit.

Ter hoogte van de Naamsepoort kwijlde Noah dat hij zich niet zo lekker voelde. Ik zat achter hem en legde mijn hand op zijn voorhoofd. Ik kon alleen maar vermoeden dat zijn ogen de kleur hadden gekregen van geel frietvet. Het koud zweet was hem uitgebroken en de volgende seconde riep ik naar echtgenoot Doe rap zijn vensterke naar beneden ! Noah stak zijn kop er door en katapulteerde minstens 10 onverteerde smoutebollen het luchtruim in. Ik gooide mijn én zijn deur open, trok hem van de zetel, handig zo'n hoody en zette hem voor half Leuven, dat zachtjes voorbij schuifelde met de wagen ... op de stoep en daar ging hij verder met het kotsen van smoutebollen.
Menig fileganger dat daar noodgedwongen op ons stond te kijken, kreeg het moeilijk bij het zien van al die rondvliegende smoutebollen en kokhalsde lichtelijk bij al dat spektakel.
Het blijft een leuk verhaal en elke keer we smoutebollen bestellen aan een kraam is er wel iemand die opmerkt : 27 bollen, mama ? Ben je zeker ?


Nog een leuk verhaal is dat van echtgenoot die zijn zoon meeneemt naar het schietkraam. Heel trots en heel fier werd Noah ingewijd in de mannelijke schietwereld en ging papa hem leren hoe hij moest schieten met een loodjesgeweer. Komt dat zien!
Een heel ritueel. Men neme een geweer, klikken het open en we doen er dan een kogeltje in ... tot zo ver was onze kleine blonde jongen nog mee.
Het volgende moment was het tijd om het geweer toe te zwiepen. Onze kleine man deed zijn best, zwiepte en vocht met het veel te grote geweer en ineens, ... bang, ging zijn geweer af. Op hetzelfde moment ging ook het licht uit in het schietkot. Noah had zo even de TL-lamp van het plafond geschoten. Heel even stopte de wereld met draaien, daar aan dat schietkot, ergens op de verre boerenbuiten.
En daar stonden ze dan, echtgenoot, de zoon en een onthutste schietkot-meneer. Zeer gênant. Maar achteraf natuurlijk een ferme dijenkletser. En Noahke had er een vlag van den Anderlecht aan overgehouden.

Als tiener en jong volwassene was ik verslaafd aan wilde attracties, adrenaline en andere zotte toestanden. Hoe sneller, hoe liever. Ik wilde zelfs gaan parachutespringen, maar mocht niet, wegens te jong.
Als ik het aan de kinderen vertel, geloven ze het niet. Zij kennen de mama als een bang vogeltje dat voor het minste schrikt en opvliegt. En toch, ooit was ik de queen van de Walibi.

Het is ook daar dat het een beetje verkeerd gelopen is. De Sirocco, wie kent hem niet. Zo simpel, zo onnozel, stelt dus echt niets voor.
Ik herinner me dat we minstens een uur stonden aan te schuiven. De horror van het aanschuiven sluipte toen mijn ziel binnen en voor het eerst ervoer ik een gevoel van hier klopt iets niet. Het geluid van een razende attractie, het gegil van de gemartelde slachtoffers, de hartslag in je keel.
En dan was het aan ons. Ik zette me naast echtgenoot in het zitje en was ondertussen zo zenuwachtig dat ik geen blijf meer wist met armen en benen. Ik prutste dan maar wat aan mijn schoenen en het volgende moment schoot de Sirocco uit zijn startblokken ... ik hing over mijn veiligheidsbaar en kon me niet meer bewegen. G-force in het kwadraat. Echtgenootje (hij was nog piep) riep dat ik me moest rechtzetten, maar dat ging niet. Ik was letterlijk dubbelgeplooid in mijn zitje en kon me pas bevrijden van mijn benarde positie toen de wagentjes, na een helse looping, hoog in de lucht halt hielden. Ik was vrij, maar keek datzelfde moment in de ijle, oneindige, dreigende lucht en ik vond het maar niks. De weg terug naar beneden heeft nooit zo lang geduurd als toen.

Als piepjonge mama is het ook en paar keer mis gegaan. Ik herinner me dat ik met kleine Boke plaatsnam in de Powerwave; zo'n bank die in snokjes de vier windstreken aandoet. De controleur van dienst kwam voor ons staan, lalde dat ons Boke hier te klein voor was en dat ik haar als moeder stevig moest vasthouden. Onnozele vent, godverdekke. Had hij ons nu gewoon wandelen gestuurd, hé. Niet dus. Het komt er op neer dat ik de Powerwave heb getrotseerd zonder handen. Elke keer de Powerwave van richting veranderde, vloog dochterlief 80 cm in de lucht ... ik had mijn twee handen meer dan nodig om ze aan de grond te houden. Dat ikzelf van links naar rechts kegelde, zonder me vast te houden, was bijkomstig. Dus de Powerwave werd ook geschrapt van de Bucket-list.

Diezelfde dag ging ik met haar in de rups. We waren vergezeld van een reuzengrote pluchen dolfijn. Dus met zijn drietjes op het bankje. En daar gingen we, wel heel snel, de G-krachten pletten ons tegen de zijkant van het bakje. Ik had deze stoute rups lichtelijk onderschat. En weer moest ik dochterlief klem zetten en hopen dat ze niet ontpopte tot een verminkte vlinder. Het was zweten. En ik zal nooit vergeten hoe op een gegeven moment onze dolfijn eieren voor zijn geld koos en uit het bakje dook. Het volgende moment was hij blijkbaar suïcidaal, want hij lag te spartelen op de rails van de rups. In mijn visioenen zag ik de krantenkoppen al : Rups ontspoort door gestrande Flipper. Ik had het schaamrood op de wangen, deed mijn ogen dicht en hoopte dat dit ritje snel ten einde zou zijn.

En er is nog zo'n verhaal dat elk familiefeest wordt verteld : het is met stip het verhaal waar mijn broer van in een deuk gaat. Nu, hij was er ook bij en zag het allemaal gebeuren.
We waren dus op een pensenkermis, 25 jaar geleden; ik, mijn vriendin Trinny, mijn broer en mijn kleine neefje van drie. We droegen dat ventje op handen en waren bereid alles voor hem te doen. Ook als dat wilde zeggen dat we onszelf moesten belachelijk maken door mee in een treintje te klimmen dat slaksgewijs achten draaide in een kartonnen decor. En als kers op de taart was er een echte flosh, die aan een nog trager tempo door die ukjes hun gezicht werd geborsteld en schreeuwde : Pak me dan, als je kan. Daar zaten we dus in de TufTufclub ... de flosh streelde ook onze gezichten en ja, ik kon me niet bedwingen en greep in een reflex, in volle actie het ding en triomfeerde als een echte gladiator in zijn strijdwagen ... totdat ik het gezicht van mijn broer zag. Schaamte, onderdrukt met een aankomende slappe lach ... De man van de TufTufcluc kon er niet mee lachen, net zomin als de omstaanders, allemaal mama's en oma's die hun kleine kabouters aanspoorden de flosh te pakken. Zo meteen werd ik gevierendeeld door een woedende menigte. Ik stak maar rap die flosh in de kleine handjes van mijn neefje. Hier ze ventje, een gratis ritje ... Ik word nog rood als ik er aan terug denk.


Het is niet meer verbeterd na al die jaren en al die voorvallen. Af en toe doe ik nog een schuchtere poging, maar meestal met fatale gevolgen.

Vorig jaar schraapte ik al mijn moed bij elkaar en ging met ons Bo in den Inktvis. Wie kent hem niet ?! Een legende in het kermisleven. Fun fun fun. Niet dus.

In den beginne was het nog een beetje leuk ... ik en Bo die tegen elkaar aan botsten en langs het dak van de Leuvense bibliotheek scheerden. Ik hield vol. Maar toen riep daar een zwoele microstem: willen jullie nog harder ? Ik zweer het je. Uit volle overtuiging riep ik Nee !!!! Ik wou eruit, zo snel mogelijk. En dus ging de Inktvis in flipmodus en schudde met zijn armen alsof hij gestoken was door een zee-egel. (ik ben ooit op een zee-egel gaan zitten, ken het gevoel, maar da's een ander hilarisch verhaal ...)
En mijn struggle ging verder. Op een bepaald moment tokte Bo me uitgeput op de schouder ... of ik haar effe van lucht kon voorzien. Ik zat als een ninja in vechtmodus met opengesperde armen en de vuisten rond de veiligheidsbaar geklemd. Mijn elleboog priemde in haar keel en met mijn volle gewicht dreeg ik haar te stikken. Mamaaah !!!!

En dat was het laatste ritje. Ik ben ondertussen een toeschouwer geworden op de kermis.
Maar ik geniet desalniettemin van de sfeer, de ambiance, de lekkere geuren, en het eendjeskraam ...


Krisje, formerly known als de Queen van de Walibi.











donderdag 11 september 2014

Respect Moeder !

Mijn trouwe lezers ('t is precies Kerk en Leven) zitten vol ongeduld te wachten op een nieuw en spannend avontuur. Maar ik moet jullie teleurstellen : na De Vakantie van mijn Leven, is het leven hier zelf een beetje stil gevallen, denk ik. De storm op zee is gaan liggen en het gestructureerde schoolse leven is terug in voege sinds 1 september. Getuige daarvan de twee lange pruillippen van mijn tieners en de fuck-the-school-kreet als de voordeur opengaat om 4 uur in de namiddag.

Op 3 september was het dus de grote dag : ik had afspraak met de beenhouwer-dokter en de stoute knie werd vakkundig ontmanteld ! Doorknippen die rode draad ! 
Echtgenoot had zich meermaals afgevraagd of hij zo nodig de hele dag stand-by moest zijn en zielig naast mijn bedje moest zitten. Euh ... Ik schrok van Noah, die er zijn vader op attent maakte dat dat zijn plicht was als mijn man en dat hij er nu vooral voor zijn vrouwke moest zijn. Bonk ! ... Straf, van mijne zoon.

En dus reden echtgenoot en ik in de donkere stilte van de ochtend naar het ziekenhuis. Had ik nu een kindje gaan moeten baren, hè, daar had ik ervaring mee. Niet dat ik er goed in was, want bevallen deed ik als een slak, héééééél traag, 1 mm ontsluiting per uur in volle arbeid ... ik heb toen alle tijdrecords verbroken.
Maar een vivisectie van mijn knie, dat was me vreemd en eerlijk gezegd vertrouwde ik nog steeds mijn schizofrene geest niet ... wat als ik in het midden van de operatie van de tafel zou springen en op de loop zou gaan in mijn sexy operatie-robeke ... ik was al voor veel minder gaan lopen.

De avond ervoor was ik nog langs gegaan bij de huisdokter, voor een pre-operatief-onderzoek. Ik had last-minute ontdekt dat dat van groot belang was en ja, zo chaotisch als ik was, had ik nog dezelfde dag een afspraak moeten versieren voor een klein-onderhoud bij de dokter. De dokter luisterde met zeer grote ogen naar mijn wilde zomerverhalen en dito vluchtplannen en ze verzegelde uiteindelijk mijn dossier met PANIEKAANVAL in grote rode letters.

Ze waren dus gewaarschuwd in Leuven.

Maar eerlijk, ik was de kalmte zelve. Ik had een hartslag van 68, in rust, en echtgenoot riep voor de hele verdieping dat dat een vergissing moest zijn. Normaal piek ik rond de 100, dus ja, het was wel vreemd.
Ik onderging mijn lot in alle rust. Er heerste een serene sfeer op de afdeling, patiënten die het allemaal aan hunnen rekker hadden, maar, niemand die freakte. Een gevoel van samenhorigheid in die ochtendlijke stilte.

Ik had geluk, zei de verpleegster. Ik stond als tweede op de slagers-lijst en mocht om 8 uur 's morgens beschikken. Het werd toch nog half negen. Tijd is een relatief gegeven in een ziekenhuis. 2 verpleegsters reden mijn bedje weg. Echtgenoot en ik, we pinkten een traantje weg. Hoe graag we ook af en toe elkaars haren van de kop rukken, op zo'n momenten is onze liefde broos en puur en hapten we naar adem bij de gedachte dat we van elkaar gescheiden werden. Ik voelde een warme blos op mijn wangen en verontschuldigde me bij de gestapo-verpleegster voor ons naiëve gedrag en mompelde dat we nog steeds verliefd waren na al die jaren ... van haren plukken. Ze kon er niet mee lachen en ik voelde me nog idioter.

En wijle dus weg. Ik werd met bed en al de wachtzaal-parking binnen gereden. 5 ziekenhuisbedden op een rijtje, gescheiden door een flinterdun gordijntje en in elk bed een nagelbijtende patiënt met zijn eigen verhaal. Ik ontdekte al snel dat het vandaag Dag van de Wijsheidstanden was; Laat vier tanden tekken voor de prijs van twee! Een vijftal patiënten zouden in de loop van de dag beroofd worden van hun intelligentie. Ik had er niet willen bij zijn als die wakker werden met een mond vol zwarte gaten ... ben ik nu dom, dokter?

En daar lag ik dan, ze waren mij vergeten. Ik heb een wissel meegemaakt van vele bedjes die kwamen en gingen, maar mijn bedje bleef staan. Ik had een uur en half de tijd om na te denken over mijn nakende verdoving : nu ik zo rustig was, opteerde ik voor een plaatselijke verdoving i.p.v een volledige narcose. Het wachten duurde lang, naast me lag een nerveuze Kroaat, wachtend op de verlostang der tanden, hij zuchtte en vloekte met een zwaar slavisch accent, alsof hij een hete aardappel in zijn mond had ... Naast mijn andere kant lag een vermoedelijke Noah-versie van een opgeschoten tiener. Hij was zo beleefd en zo puur en antwoordde steeds met twee woorden tegen de dokters. Zo aandoenlijk. Ik had zin om het gordijntje weg te trekken en hem over zijn bol te wrijven en te zeggen dat hij goed was opgevoed.

Ze waren me dus vergeten. Ik had kramp, omdat ik mijn voeten niet kon uitsteken in het dubbel geplooide bed, zo leek het wel. Het was alsof ik mijn kop tussen mijn twee rechtopstaande benen kon steken. Geen zicht.
Misschien werd ik toch een beetje nerveus nu van het niets doen.

En net toen ik me afvroeg of mijn blaas alweer psychologisch vol was en ik het warm en koud kreeg bij de gedachte dat ik in het midden van mijn operatie zou beginnen wild-plassen ... stond hij daar ineens naast mijn bed : de beenhouwer-dokter !
Nog steeds de rechtse knie ? Euh, ja, ik denk het, meneer den doktoor en het volgende moment tekende hij een grote blauwe pijl op mijn dijbeen, richting knie wel te verstaan. Anders was ik misschien wakker geworden zonder dikke darm en was ik nu 10 kg lichter.

En toen ging het snel. Ik begreep dat mijn voorganger een complex geval was geweest en dat ze nu tijd moesten inhalen. Misschien was die wel van de operatietafel gesprongen en had het op een lopen gezet, ha ... Met zijn vieren sprongen ze op me, reden in hoge snelheid door de gang, merkten op dat de OK nog niet gekuist was en stelden vast dat we effe moesten halt houden op diezelfde gang. Was daar ne slimme die voorstelde om me op de gang te prepareren op het nakende knie-ontmantel-ritueel.
Het ging snel. Buisje hier, buisje daar en toen ik de vraag wou stellen hoe we mijn verdoving zouden aanpakken, kwam een gemene, giftige absint-damp mijn richting uit. En weg was ik. Naar dromenland.

Ik ontwaakte uit een zalige slaap. De beste slaap sinds tijden. Het was echt zoals in de film; Het vertwijfeld jezelf afvragen waar je in godsnaam bent ... en dan de herkenning, je weet het weer, de borstvergroting .. euh, de facelift, ach nee, de stoute meniscus.

Na een tijdje werd ik opnieuw verkast naar mijn kamer. Ik had de operatie goed doorstaan, niet één seconde was ik ziek geweest. Bij mijn bevalling-epidurales was ik er nog in geslaagd de gynaecoloog onder te kotsen, tot in zijn witte botjes toe ... maar nu werd ik wakker, had honger en verlangde naar frieten van het frietkot.

Ik werd als een queen onthaald. Ons mama was er ook. Zij had zopas een tand laten trekken, niet in de aanbieding, op een ander verdiep in het ziekenhuis en stond daar nu met een dikke kaak te grienen. Het was gezellig. Echtgenoot en dochter waren er ook, de zon scheen, ik at puddingskes, vlinderkes en bloemekes op de achtergrond, heel idyllisch ... tot de verpleegster naar echtgenoot snauwde : interesseert het u niet, meneer ? Het was me ontgaan, maar echtgenoot was er weer in geslaagd om door zijn je m'en fou - attitude de verpleegster op de kast jagen. Remember, de genante situaties ... welkom in mijne wereld !


Thuisgekomen hebben ze me uitgestald in de zetel. Vanop mijn troon zag ik het gepeupel bezig, rondrennen als kippen zonder kop ... ik had me voorgenomen dom te spelen en me helemaal niks aan te trekken van huishoudelijke toestanden en kookpottenkunst. Dat mochten zij voor ne keer doen. Ik had gehoopt op nouvelle cuisine, op een verfijnde exquise keuken. Niet dus : het werden frieten van het frietkot, lasagne uit een pakje, pizza's, en andere rommel.
Ik kon het me niet aantrekken en bedacht dat mijn moeder-annex-kokkin-rol nog niet uitgezongen was in dit gezin.

Noah vond het wel cool. Het was pas toen hij mijn doorboorde knie zag op woensdagavond, dat hij zich realiseerde dat ik geopereerd was. Tieners. Hij boog zich over me en zei megacool Respect Moeder! klopte mijn zijn vuist drie maal ter hoogte van zijn borstkas en wees met zijn wijsvinger in mijn richting. Yo man !

Op dag twee vonden ze het al minder spannend. Ik was fris en monter uit mijn bedje gesprongen, maar viel dat tegen. Mijn been voelde aan als beton en toen ik later aan de klim van onze toren van Babel begon (keuken is op eerste verdiep), was ik nog moedig. Halverwege de trap vond ik het niet meer leuk en had het gevoel dat mijn knie op knappen stond. Ze hebben me dan maar opgebaard in diezelfde zetel, een boke met choco in mijn hand geduwd, het kastje van de TV in mijn andere hand gestoken, twee fluffy katten tussen mijn benen gepropt en toen waren ze weg.
De dag na mijn operatie zat ik letterlijk te koekeloeren in mijn riante zetel en te wachten op een teken van leven. Ik vroeg me de hele dag af hoe ik weer zou nederdalen ... de trap was nu mijn vijand geworden. En mijn bedje stond godverdekke op het gelijkvloers.
Echtgenoot had pas om 10 uur 's avonds tijd voor me. Echt, hé. Ik had uren als een sanseveria in een lelijke cache-pot zitten wachten op mijn redding; me veilig in mijn bedje krijgen, zonder van de trap te stuiteren als een pingpongbal en mijn andere knie uit te haak te draaien.

Ondertussen zijn we een week verder, de knie is de beste leerling van de klas. Ik heb geen moment pijn gehad. Tenzij van een irritante allergie achter mijn groene oren. Mijn oorlellen stonden in brand van het zuurstofbuisje dat ik droeg tijdens de operatie. Echt grappig. Niet dus.
De kine is gestart en verloopt vloeiend. Ik moet terug leren lopen als een dartele gazelle, nadat ik vier maanden heb rondgeslopen als Quasimodo himself. Maar ik ben een happy woman.



Respect Moeder !