zondag 25 januari 2015

Het fluogroene jasje !

Een zaterdagmiddag. Ik zit te zwoegen aan mijn bureautje. Er is een kindje geboren in de straat en ik hou ervan om dan een verpletterend flashy wenskaartje te ontwerpen voor de versgebakken ouders. Maar het wil niet vlotten. Ik vergeet allerhande kleine detailtjes en de printer wil weer niet meewerken. Sinds ik naar Mac ben overgeschakeld heeft de printer precies afstotingsverschijnselen. Het kaartje moet dan ook rectoverso, gedraaid over de korte zijde, enzooo, geprint worden. En da's te veel info voor mijn brein en voor het brein van mijnen mannelijke printer. 

En als het niet lukt, dan is er in mijn ogen maar één oplossing. Stoute printers moeten gestraft worden. Ik bal mijn vuist en klop boos op de klep van de printer. Ik sluit mijn ogen en hoop op een mirakel en stiekem hoop ik dat de glasplaat niet aan diggelen ligt. En diep in mezelf weet ik het wel : mijn printer gaat niet beter werken omdat hij fysiek en verbaal mishandeld wordt. Het is sterker dan mezelf.

Noah komt net binnen als de printer een flinke rechtse krijgt en schrikt. Het is weer zo ver. Jeckyll en Hyde toestanden in het Droomhuis. Als zijn mama agressief wordt, dan kiest hij normaal het hazenpad. En gelijk heeft hij. Maar hij kiest er voor om me te komen helpen en ook Echtgenoot spurt ter hulp, een uitbarsting voorkomende ...
Mijn twee mannen zijn krak in het bedenken van oplossingen die het originele probleem niet verhelpen, maar die middels een grote omweg wel soelaas kunnen brengen aan mijn getormenteerde brein. Ik gruwel van half werk.

Enfin zo wordt het kaartje een gezinsproject en na een uur zwoegen rolt het uit de gedeukte printer. De snijlijnen heb ik verprutst en ik sluis het kaartje door naar Echtgenoot die met de snijmachine het kaartje mag ontdoen van randinformatie. Hij heeft één mm speling, slechts één kans en een boze opzichter die in zijn nek staat te hijgen. Maar Echtgenoot doet het met de precisie van een plastisch chirurg.

Kaartje is klaar en mag bezorgd worden aan de buren. Deze rol is weggelegd voor de dochter.
Op maandagmorgen krijg ik een smsje  : kaartje in bus gestoken, opdracht geslaagd. Ikke blij.

Op vrijdag verneem in van mijn zelfde verstrooide dochter dat het kaartje gedeponeerd werd in de schone rode postbus in 't centrum van 't dorp en dus niet in de bus van de overburen. Geen adres, geen postzegel ... het arme kaartje, waar toch wel 200 euro aan werkuren in zat, ligt nu anoniem te wezen in de vuilbak van het postkantoor. Ik moet gereanimeerd worden.


Vorige maand bezochten we nog even Keulen. Het was het weekend voor Kerstmis en half Duitsland én België hadden blijkbaar hetzelfde gedacht : laat ons nog even lekker rustig naar Keulen gaan ! En onszelf kwellen ...

Het strontregende. Stinken man. De stad kleurde grijs, de Dom kleurde zwart en plakte vol zwervers. Dit was niet het Keulen zoals ik het me herinnerde ... 23 jaren terug, hartje zomer, met mijn Lief door de straten kuieren ... maatje 36. Enfin tijden en maten veranderen.

Dit was the Dark Side van Keulen. Het weer speelde niet in ons voordeel, maar we dachten foert, duffelden ons goed in en smeten ons op elke kerstmarkt die ons pad kruiste. En eigenlijk was het best gezellig en lekker. We aten ovenkoeken en dronken glühwein.

Nadien trokken we naar de winkelstraat. We werden de stroom ingeduwd, je kon alleen maar vooruit, mee met de mensenzee. De straat oversteken was harakiri en nodigde uit tot het bedenken van een strategisch plan, zoals een domkop pootje-lap doen, zodat de stroom mensen uit balans raakte. Als oversensitieve madame word ik daar zot van. Ik haat shoppen en ik haat een mensenmassa. Niks aan te doen. Het lot wilde dat ik hier was. Ocharme ikke. 

Tel daar nog twee jengelende tieners bij die op automatische piloot stonden en Mag ik, Mag ik, Mag ik akoestisch begonnen te zingen en een besluitloze echtgenoot die bij elke aankoop bevestiging nodig had van zijn wijfie. Yeah.

Op een schoon moment stond ik met de glunderende dochter in winkel A, klaar om naar de kassa te gaan met een blits regenjasje. De mannen stonden in winkel B, de buur van winkel A.
En toen ging de telefoon. Ik nam op. Een vriendin uit het verre België was over haar toeren en verlangde troost en grote luisterende oren. Ik was zo met haar verdriet begaan dat ik mijn gezin achterliet en me buiten, op de grens van winkel A en winkel B zette.

Bo was gefrustreerd en stampvoette, want de deal ging voorlopig niet door en terwijl ik in de strontregen mijn vriendin stond te troosten, kwam Noah aan mijn mouw trekken. Papa heeft je hulp nodig, hij wil een jas kopen .... Niet nu, Noah, zeg dat hij moet wachten. En Noah droop af om nog een paar keer erop uitgestuurd te worden door een stressy papa die nù dat jasje wilde kopen ... arme Noah, die als een pingpongbal tussen een bellende mama en een vertwijfelde papa heen en weer werd gestuiterd. Het gesprek duurde nog even en ja, daar kwam alweer een reddeloze Noah. Ik had met hem te doen en zei dat papa dat jasje dan maar moest kopen. Zo erg kon het toch niet zijn ...

Ik haakte in, draaide me om en uit het deurgat van winkel B stapte een fiere Echtgenoot met een fluogroene regenjas aan. Alles en iedereen rond hem kleurde mee groen in zijn auriool. Watte ?
Ja, maar, je zei dat het mocht ! Tuurlijk, schatje .... jij moet ermee rond lopen en wij moeten er naast lopen, dacht ik.

Het jasje is zijn eigen leven gaan leiden. Op de foto's kleurden onze gezichten allemaal misselijk groen, alsof we 10 glühweins naar binnen hadden gewerkt, waarin 10 Keulenaars beurtelings hadden gespuwd. En onze verbeelding liet ons ook nu niet in de steek.

Zo werkte Echtgenoot voor ons bij de groendienst van de stad Keulen. Of riep Noah voor de hele stad : Volg het pad der Verlichting ! En dus volgden we Echtgenoot. Noah is nu helemaal in de ban van de Illuminatie (Bernini Mysterie van Dan Brown). 
Wat wil je later worden Noah ? Illuminatie !
Of turnleraar (met dank aan Philip Geubels), want die moeten niet hard werken.

We passeerden de Dom. Ik voelde me terug gekatapulteerd naar de middeleeuwen. Dit beeld klopte niet met het bruisende Duitsland. In elke hoekje of spleetje zat een bedelaar.  Alsof ze een leurderskaart hadden voor dat stukje van de Dom. Er hing een vijandigheid tussen deze beroepsbedelaars. Dit is mijn spleetje !!!! 
En waar ik normaal graag centen uitdeel aan de minderbedeelden was dit onbegonnen werk. Ze waren met te veel en ze hielden elkaar scherp in 't oog. Ik riskeerde binnen de kortste keren blut te zijn of met een kerkkandelaar de schedel ingeklopt te worden ... Niet leuk.

En of dit alles nog niet genoeg was, is er nu een nieuwe rage in bedelland ... Elke zwerver eigent zich tegenwoordig een konijntje of hondje toe om zo de miserie nog veel erger te laten lijken. Harige dingen werken altijd op het gemoed van de mensen. Het leek daar wel de Zoologischer Garten van Berlin. Ik vind dat niet leuk. Die dieren kiezen daar niet voor.

Enfin, je voelt me al komen ...

We passeerden een bedelaar, die in het bezit was van twee grote Huskies. De honden hadden de Stars en Stripes rond hun nek geknoopt, een eerbetoon aan Obama, of wat ?
De bedelaar maakte er een ruwe sport van om aan één van die sukkelhonden zijn halsband te blijven trekken. Zo meteen viel zijn hoofd er nog af. Arm beestje. Een Husky is niet gemaakt om de hele dag op zijn poep te zitten onnozel wezen voor voorbijgangers.

En dus ... kon ik me niet meer houden en riep in mijn beste Duits en schoonste gebarentaal dat het genoeg was geweest. Fuck you , Stomme Oelewäffer und lassen Sie das arme Beestjen gerüst !!! terwijl ik met mijn hand peutpeut deed.
Ik kookte en de bedelaar zo meteen ook.

Run Forester Run, het was weer zo ver. Ik liep voor mijn leven en mijn kroost was genoodzaakt me te volgen. Alweer. Zo meteen werden Krisje en haar Cootjes opgegeten door twee afgetrainde Huskies.

Ik was er ziek van en voelde de ellende van die arme beestjes. Helaas kan ik niet veel veranderen aan hun situatie. Snif.
Echtgenoot wou nog een warme choco met me gaan drinken, maar het slechte en bange gevoel verdween niet meer.

En dus keerden we huiswaarts met onze UFO, nu Echtgenoot er uitzag als een alien.

Ik brande bij thuiskomst een kaarsje voor alle sukkelhondjes ten velde, vierde kerst met de familie en rolde op oudjaar met Trinny and family het nieuwe jaar in.



Krisje, alienwijfje.



































woensdag 21 januari 2015

Het verdriet van België !

Deze blog zat nog in de pipeline en is zowaar van vorig jaar. Zo snel gaat het. Het zou zonde zijn mijn litteraire hersenspinsels met één druk op de deleteknop te wissen. En dus laat ik jullie nog even meepiepen in mijn recent verleden.

Er is zo veel veranderd de laatste tijd, niet alleen in mijn persoonlijk leven, maar de wereld zelf, zoals we die nog kende ten tijde van 'Batman hangt aan mijn plafond', zomer 2014, bestaat niet meer. Weken terug veranderde ons kleine apenlandje in twee kampen; de boze demonstranten en de boze werkwilligen. Het verdriet van België, fase één. Mijn haar kwam er van recht. En nee, ik doe nog steeds geen politieke uitspraken op deze roze blog. Maar dat dochterlief te laat op haar examen aankwam door een vakbondsactie van de politie, dat was erover ! Toen was ik pokkeboos en dochterlief die had voor het eerst in haar humanioracarrière een dikke vette buis.
En terwijl Vlamingen elkaar net niet de haren begonnen uit te trekken, kwam er plots een dreiging uit heel andere hoek. De extremisten hadden laf toegeslagen. Het bekvechten tussen ons Vlamingen viel stil en opeens vormden we weer een front tegen de stouteriken.
Maar toch, de wereld is veranderd, in een vingerknip. Zo snel kan het gaan.

We worden niet somber. Ik beloof jullie poederroze verhaaltjes om even weg te vluchten uit de realiteit. Ik heb mijn energie herwonnen en zal frequenter posten over het leven van Krisje en haar zotte Cootjes.

En dus volgt hier een post uit mijn recent verleden. Da klinkt oubollig. Ik lijk wel 100.



Enkele weken terug ...

Turbulentie in mijn hoofd. Ik kan het niet anders beschrijven. Op maandag besliste ik mezelf een week cadeau te doen. Ik herlas op zaterdag mijn blogs, vooral deze die zich situeerden rond juli 2014 en als toeschouwer van mijn leven besefte ik hoe ik mezelf in nesten had gewerkt door steeds maar door te doen. Ik had mezelf toen beloofd dat dit me niet meer zou overkomen.

Die zaterdag zag ik het licht en alles in mijn lichaam kondigde in de nabije toekomst een nieuwe strike aan. Ik voel me kopje onder gaan in het werk, studies en huishouden. Het is ook allemaal zo veel fun, behalve dat huishouden dan, je hoort me nooit zeggen dat het niet leuk is. Integendeel, ik leef in een droom die waarheid wordt ... alleen zie ik de bomen door het bos niet meer en vrees ik mijn deadlines niet te halen.

En dus stond ik op de rem die week. Ik trok de velden in voor stevige wandelingen, praatte met intelligente mensen over wat nu ? Ik weigerde nog één poot uit te steken in het huishouden. De bergen stof vermoedden een gepasseerde zandstorm, maar ik kon het me niet aantrekken.
Ik vroeg nog langs mijn neus weg aan Echtgenoot of het niet tijd was om een poetsvrouw te zoeken, maar hij antwoordde dat ik de kinderen maar moest inschakelen, die zijn groot genoeg. Godver.

En toen was het vrijdag. De bergen werk waren niet verdwenen, de zorgen waren er niet minder om. Maar ik had even kunnen afstand nemen en kunnen ademen. De tijd wijst het vervolg wel uit.

Ik ging langs bij de mama. Als ik op mijn sneltrein zit, is er weinig tijd voor het thuisfront, maar nu had ik ze bewust opgezocht. Met de mama is het meestal fijn praten en vaak heeft ze de antwoorden die ik wil horen.
Ze was natuurlijk een beetje bezorgd om haar dolgedraaide dochter. Maar we dronken koffietjes, bladerden door oude fotoalbums ..., ik fikste haar Belgacom-tv en dronk nog meer koffie.

Met de papa trok ik het vogelhuisje in. De papa houdt van vogeltjes en heeft een volière met schone gevleugelde wezentjes. Die ging ik eens digitaal vastleggen. Ha ! In een blauwe overjas, dezelfde als die van de papa, om de vogeltjes te misleiden, kroop ik op mijn Knex-knietjes de volière in.

Met mijn canon in de aanslag stond ik gekooid tussen andere pluimvee-wezens. Van zodra het deurtje toe ging, besliste mijn papa de schone beestjes te verplaatsen naar één kant van de volière. Hiervoor moesten die vogeltjes natuurlijk vliegen, langs mijn kop ... Ik voelde hoe de lucht en de vogeltjes zich verplaatsten langs mijn bange haardos en het volgende moment begon ik te krijsen als gek. De papa stond er wat beduusd bij. Ik denk zelfs dat de volumeknop van zijn gehoorapparaat af stond, want hij bewoog niet meer. Ons mama daarentegen kwam vanuit de keuken de tuin ingerend om te zien waar er een vrouw werd vermoord.
De vogeltjes digitaal vastleggen ... ik weet het nog zo niet.

Vorige week, een rare situatie.

Ik had Bo beloofd om met haar na haar examen de stad in te trekken om de kerstsfeer op te snuiven. Ik nam de bus. Het bespaarde me een dure parking en veel autostress op deze drukke dagen.
Toen ik thuis vertrok, was het huis leeg. Ik was in de waan dat Noah examen aan 't doen was en dat Bo op me wachtte in Leuven.

De wind beukte. Ik moest me vasthouden aan de labiele tijdelijke-halte-paal en vreesde dat ik met paal en al de lucht in ging. De regen striemde in mijn gezicht en maakte een wulpse tijgerin van me. Mijn foundation stroomde in kleine beekjes van mijn hamsterkaken.
De bus was niet op tijd. Ik blies. En toen voelde ik dat er iemand naar me stond te kijken. Op een veertigtal meter stond een tiener met sportzak discreet naar me te kijken. Hij bleef staren en staren. Ik legde veel te laat de link met mijn eigen zoon. Het was dus Noah, met sportzak. Die nu om de hoek verdwenen was.
Ik zag het gewoon niet. Zonder bril zie ik de details niet van het gezicht. En Noah, die  vertikte het om in ons Duisburgse dorpscentrum op zijn moeder te roepen. Niet cool.

Het zij zo. Het verdriet van België, fase twee, waar tienerzonen niet en plein public op hun mama mogen roepen.
De bus kwam er aan. Een bus vol dolgedraaide tienermeisjes, die naar Leuven reden om hun laatste examen te vieren. Wat voelde ik me oud.

De bus reed tegendraads langs Noah zijn halte. Ik zwaaide uitbundig en ik vermoedde, zonder bril, dat Noah zijn rechtermondhoek effe bewogen had. De jongen naast hem, zelfde kaliber, groene hoodie, stak plots zijn middenvinger op. What the fuck ?

Ik belde Noah. Ik voelde hoe ongemakkelijk het voor hem werd in het bushokje te moeten bellen met zijn moeder. Ik vroeg of diene groene kikker naast hem net zijn middenvinger had opgestoken. Noah bevestigde. Ik beloofde de jongen bij mijn volgende ontmoeting een draai rond zijn oren te verkopen.

's Avonds zou blijken, wanneer Noah voluit kon praten, dat de middenvinger bedoeld was voor een bescheten poppemieke naast me op de bus.

Begin deze week heb ik per ongeluk onze trouwfoto 'onderge*******' op het toilet. Zou het een teken aan de wand zijn. Ons toilet is een museum en hangt vol nostalgische foto's die ons boeiende leven vertegenwoordigen. De trouwfoto, de kinderen op het potje, de exotische reizen. Een 100-tal foto's waar elke nieuwkomer met plezier wat tijd voor uittrekt als hij in het Droomhuis moet plassen.

Maar de plakkertjes hadden het begeven ... en de schone trouwfoto dreef in het toilet. En dan, ik had het niet gemerkt, een plasstraal die klonk als een hogedrukreiniger op een plastieken tuinstoel, damned ... een vreemd gezicht om mezelf en Echtgenoot door te moeten spoelen. Snif. Het was onze schoonste foto.

Gisteren had ik afspraak bij de kapster, mijn zusje, de catwoman. Een telefoontje ... Krisje kom je nog ? Sta je in de file ?
Het was weer zo ver. Voor de tiende keer dit jaar me weer van uur vergist. Dit is niet meer leuk ! De verstrooidheid is weer heel hard aanwezig in mijn zeer chaotische leven.

Bij deze bied ik mijn verontschuldigingen aan bij de kapster, de schoonheidsspecialiste en andere mensen die ik dit jaar heb laten wachten. Mea Culpa.

Het jaar loopt op zijn laatste poten. Opleidingen lopen af, gelukkig. In het nieuwe jaar zal mijn volledige aandacht uitgaan naar het afmaken van mijn boek en het organiseren van mijn tentoonstelling. De fotografieopleiding heeft alle andere activiteiten verdrongen dit laatste half jaar. Ik werd soms tureluut van mezelf.

Krisje