woensdag 17 september 2014

De queen van de Walibi !

Kermis.

Er valt wat te vertellen over de Kermis. Mensen van Leuven weten het, één keer per jaar strijken de paardenmolens en bots-autokes neer op het Ladeuzeplein. Bij het begin van het nieuwe schooljaar hoort simpelweg Leuven Kermis. Als extra kwelling voor mijn arme tieners. 
Hoewel, voor Bo is het tegenwoordig een meerwaarde, want meermaals per week trekt ze na school naar de G-force of ruilt ze haar boterhammetjes in voor lekkere frietjes.

We zijn niet echte fans, maar vinden het leuk, traditiegetrouw, minstens één keer langs te gaan, al was het maar om lekkere smoutebollen te eten. Die smoutebollen, da's al meteen een fijne binnenkomer. Vorig jaar was daar een klein misverstandje aan het smoutebollenkot. Ik bestelde 27 smoutebollen voor mezelf en de twee monsters. We lachen er nog steeds mee, wat moesten we met zoveel bollen. We deden ons best om ze te laten verdwijnen in onze Olle-Bolle-Gijs-monden ... binnen de korste keren zaten de bollen ter hoogte van onze strot en sloegen we groen uit bij de gedachte aan ... nog meer smoutebollen. En dan kon de pret beginnen, want we hadden nog geen enkele attractie aangedaan.
Maar mama toch, tegen alle principes van het opvoeden in ... sorry Dr. Spock. Goe bezig.

De monsters deden attractie na attractie, hoe wilder hoe liever, het liefst gingen ze een paar keer over kop ... ze trotseerden alle wetten van de zwaartekracht.

Op de terugweg naar huis, kwamen we in een file te staan op de Leuvense ring. Een controle van de politie. Alle auto's bliezen en gromden, maar er was geen ontkomen aan en mopperend schuifden de auto's gedwee in een rijtje. Noah zat op de passagiersstoel. Ik had het spurtje niet gewonnen met de zoon. Elke keer we een ritje met de auto maken moet ik lopen, met mijn Knex-knieën, om mijn eigen zitplaats te veroveren. Voor ik het weet liggen Noah en ik op straat kletsen uit te delen, moet ik hem met bruut en verbaal geweld van het portier verjagen, maar meestal wint hij de strijd, omdat ik door het lachen mijn krachten verlies. Ik laat hem maar. Hij heeft tenslotte benen aan de meter, hij moet ze binnenkort oprollen in de auto en aangezien ikzelf van het minste schrik, is het voor iedereen veiliger als ik achteraan zit.

Ter hoogte van de Naamsepoort kwijlde Noah dat hij zich niet zo lekker voelde. Ik zat achter hem en legde mijn hand op zijn voorhoofd. Ik kon alleen maar vermoeden dat zijn ogen de kleur hadden gekregen van geel frietvet. Het koud zweet was hem uitgebroken en de volgende seconde riep ik naar echtgenoot Doe rap zijn vensterke naar beneden ! Noah stak zijn kop er door en katapulteerde minstens 10 onverteerde smoutebollen het luchtruim in. Ik gooide mijn én zijn deur open, trok hem van de zetel, handig zo'n hoody en zette hem voor half Leuven, dat zachtjes voorbij schuifelde met de wagen ... op de stoep en daar ging hij verder met het kotsen van smoutebollen.
Menig fileganger dat daar noodgedwongen op ons stond te kijken, kreeg het moeilijk bij het zien van al die rondvliegende smoutebollen en kokhalsde lichtelijk bij al dat spektakel.
Het blijft een leuk verhaal en elke keer we smoutebollen bestellen aan een kraam is er wel iemand die opmerkt : 27 bollen, mama ? Ben je zeker ?


Nog een leuk verhaal is dat van echtgenoot die zijn zoon meeneemt naar het schietkraam. Heel trots en heel fier werd Noah ingewijd in de mannelijke schietwereld en ging papa hem leren hoe hij moest schieten met een loodjesgeweer. Komt dat zien!
Een heel ritueel. Men neme een geweer, klikken het open en we doen er dan een kogeltje in ... tot zo ver was onze kleine blonde jongen nog mee.
Het volgende moment was het tijd om het geweer toe te zwiepen. Onze kleine man deed zijn best, zwiepte en vocht met het veel te grote geweer en ineens, ... bang, ging zijn geweer af. Op hetzelfde moment ging ook het licht uit in het schietkot. Noah had zo even de TL-lamp van het plafond geschoten. Heel even stopte de wereld met draaien, daar aan dat schietkot, ergens op de verre boerenbuiten.
En daar stonden ze dan, echtgenoot, de zoon en een onthutste schietkot-meneer. Zeer gênant. Maar achteraf natuurlijk een ferme dijenkletser. En Noahke had er een vlag van den Anderlecht aan overgehouden.

Als tiener en jong volwassene was ik verslaafd aan wilde attracties, adrenaline en andere zotte toestanden. Hoe sneller, hoe liever. Ik wilde zelfs gaan parachutespringen, maar mocht niet, wegens te jong.
Als ik het aan de kinderen vertel, geloven ze het niet. Zij kennen de mama als een bang vogeltje dat voor het minste schrikt en opvliegt. En toch, ooit was ik de queen van de Walibi.

Het is ook daar dat het een beetje verkeerd gelopen is. De Sirocco, wie kent hem niet. Zo simpel, zo onnozel, stelt dus echt niets voor.
Ik herinner me dat we minstens een uur stonden aan te schuiven. De horror van het aanschuiven sluipte toen mijn ziel binnen en voor het eerst ervoer ik een gevoel van hier klopt iets niet. Het geluid van een razende attractie, het gegil van de gemartelde slachtoffers, de hartslag in je keel.
En dan was het aan ons. Ik zette me naast echtgenoot in het zitje en was ondertussen zo zenuwachtig dat ik geen blijf meer wist met armen en benen. Ik prutste dan maar wat aan mijn schoenen en het volgende moment schoot de Sirocco uit zijn startblokken ... ik hing over mijn veiligheidsbaar en kon me niet meer bewegen. G-force in het kwadraat. Echtgenootje (hij was nog piep) riep dat ik me moest rechtzetten, maar dat ging niet. Ik was letterlijk dubbelgeplooid in mijn zitje en kon me pas bevrijden van mijn benarde positie toen de wagentjes, na een helse looping, hoog in de lucht halt hielden. Ik was vrij, maar keek datzelfde moment in de ijle, oneindige, dreigende lucht en ik vond het maar niks. De weg terug naar beneden heeft nooit zo lang geduurd als toen.

Als piepjonge mama is het ook en paar keer mis gegaan. Ik herinner me dat ik met kleine Boke plaatsnam in de Powerwave; zo'n bank die in snokjes de vier windstreken aandoet. De controleur van dienst kwam voor ons staan, lalde dat ons Boke hier te klein voor was en dat ik haar als moeder stevig moest vasthouden. Onnozele vent, godverdekke. Had hij ons nu gewoon wandelen gestuurd, hé. Niet dus. Het komt er op neer dat ik de Powerwave heb getrotseerd zonder handen. Elke keer de Powerwave van richting veranderde, vloog dochterlief 80 cm in de lucht ... ik had mijn twee handen meer dan nodig om ze aan de grond te houden. Dat ikzelf van links naar rechts kegelde, zonder me vast te houden, was bijkomstig. Dus de Powerwave werd ook geschrapt van de Bucket-list.

Diezelfde dag ging ik met haar in de rups. We waren vergezeld van een reuzengrote pluchen dolfijn. Dus met zijn drietjes op het bankje. En daar gingen we, wel heel snel, de G-krachten pletten ons tegen de zijkant van het bakje. Ik had deze stoute rups lichtelijk onderschat. En weer moest ik dochterlief klem zetten en hopen dat ze niet ontpopte tot een verminkte vlinder. Het was zweten. En ik zal nooit vergeten hoe op een gegeven moment onze dolfijn eieren voor zijn geld koos en uit het bakje dook. Het volgende moment was hij blijkbaar suïcidaal, want hij lag te spartelen op de rails van de rups. In mijn visioenen zag ik de krantenkoppen al : Rups ontspoort door gestrande Flipper. Ik had het schaamrood op de wangen, deed mijn ogen dicht en hoopte dat dit ritje snel ten einde zou zijn.

En er is nog zo'n verhaal dat elk familiefeest wordt verteld : het is met stip het verhaal waar mijn broer van in een deuk gaat. Nu, hij was er ook bij en zag het allemaal gebeuren.
We waren dus op een pensenkermis, 25 jaar geleden; ik, mijn vriendin Trinny, mijn broer en mijn kleine neefje van drie. We droegen dat ventje op handen en waren bereid alles voor hem te doen. Ook als dat wilde zeggen dat we onszelf moesten belachelijk maken door mee in een treintje te klimmen dat slaksgewijs achten draaide in een kartonnen decor. En als kers op de taart was er een echte flosh, die aan een nog trager tempo door die ukjes hun gezicht werd geborsteld en schreeuwde : Pak me dan, als je kan. Daar zaten we dus in de TufTufclub ... de flosh streelde ook onze gezichten en ja, ik kon me niet bedwingen en greep in een reflex, in volle actie het ding en triomfeerde als een echte gladiator in zijn strijdwagen ... totdat ik het gezicht van mijn broer zag. Schaamte, onderdrukt met een aankomende slappe lach ... De man van de TufTufcluc kon er niet mee lachen, net zomin als de omstaanders, allemaal mama's en oma's die hun kleine kabouters aanspoorden de flosh te pakken. Zo meteen werd ik gevierendeeld door een woedende menigte. Ik stak maar rap die flosh in de kleine handjes van mijn neefje. Hier ze ventje, een gratis ritje ... Ik word nog rood als ik er aan terug denk.


Het is niet meer verbeterd na al die jaren en al die voorvallen. Af en toe doe ik nog een schuchtere poging, maar meestal met fatale gevolgen.

Vorig jaar schraapte ik al mijn moed bij elkaar en ging met ons Bo in den Inktvis. Wie kent hem niet ?! Een legende in het kermisleven. Fun fun fun. Niet dus.

In den beginne was het nog een beetje leuk ... ik en Bo die tegen elkaar aan botsten en langs het dak van de Leuvense bibliotheek scheerden. Ik hield vol. Maar toen riep daar een zwoele microstem: willen jullie nog harder ? Ik zweer het je. Uit volle overtuiging riep ik Nee !!!! Ik wou eruit, zo snel mogelijk. En dus ging de Inktvis in flipmodus en schudde met zijn armen alsof hij gestoken was door een zee-egel. (ik ben ooit op een zee-egel gaan zitten, ken het gevoel, maar da's een ander hilarisch verhaal ...)
En mijn struggle ging verder. Op een bepaald moment tokte Bo me uitgeput op de schouder ... of ik haar effe van lucht kon voorzien. Ik zat als een ninja in vechtmodus met opengesperde armen en de vuisten rond de veiligheidsbaar geklemd. Mijn elleboog priemde in haar keel en met mijn volle gewicht dreeg ik haar te stikken. Mamaaah !!!!

En dat was het laatste ritje. Ik ben ondertussen een toeschouwer geworden op de kermis.
Maar ik geniet desalniettemin van de sfeer, de ambiance, de lekkere geuren, en het eendjeskraam ...


Krisje, formerly known als de Queen van de Walibi.











donderdag 11 september 2014

Respect Moeder !

Mijn trouwe lezers ('t is precies Kerk en Leven) zitten vol ongeduld te wachten op een nieuw en spannend avontuur. Maar ik moet jullie teleurstellen : na De Vakantie van mijn Leven, is het leven hier zelf een beetje stil gevallen, denk ik. De storm op zee is gaan liggen en het gestructureerde schoolse leven is terug in voege sinds 1 september. Getuige daarvan de twee lange pruillippen van mijn tieners en de fuck-the-school-kreet als de voordeur opengaat om 4 uur in de namiddag.

Op 3 september was het dus de grote dag : ik had afspraak met de beenhouwer-dokter en de stoute knie werd vakkundig ontmanteld ! Doorknippen die rode draad ! 
Echtgenoot had zich meermaals afgevraagd of hij zo nodig de hele dag stand-by moest zijn en zielig naast mijn bedje moest zitten. Euh ... Ik schrok van Noah, die er zijn vader op attent maakte dat dat zijn plicht was als mijn man en dat hij er nu vooral voor zijn vrouwke moest zijn. Bonk ! ... Straf, van mijne zoon.

En dus reden echtgenoot en ik in de donkere stilte van de ochtend naar het ziekenhuis. Had ik nu een kindje gaan moeten baren, hè, daar had ik ervaring mee. Niet dat ik er goed in was, want bevallen deed ik als een slak, héééééél traag, 1 mm ontsluiting per uur in volle arbeid ... ik heb toen alle tijdrecords verbroken.
Maar een vivisectie van mijn knie, dat was me vreemd en eerlijk gezegd vertrouwde ik nog steeds mijn schizofrene geest niet ... wat als ik in het midden van de operatie van de tafel zou springen en op de loop zou gaan in mijn sexy operatie-robeke ... ik was al voor veel minder gaan lopen.

De avond ervoor was ik nog langs gegaan bij de huisdokter, voor een pre-operatief-onderzoek. Ik had last-minute ontdekt dat dat van groot belang was en ja, zo chaotisch als ik was, had ik nog dezelfde dag een afspraak moeten versieren voor een klein-onderhoud bij de dokter. De dokter luisterde met zeer grote ogen naar mijn wilde zomerverhalen en dito vluchtplannen en ze verzegelde uiteindelijk mijn dossier met PANIEKAANVAL in grote rode letters.

Ze waren dus gewaarschuwd in Leuven.

Maar eerlijk, ik was de kalmte zelve. Ik had een hartslag van 68, in rust, en echtgenoot riep voor de hele verdieping dat dat een vergissing moest zijn. Normaal piek ik rond de 100, dus ja, het was wel vreemd.
Ik onderging mijn lot in alle rust. Er heerste een serene sfeer op de afdeling, patiënten die het allemaal aan hunnen rekker hadden, maar, niemand die freakte. Een gevoel van samenhorigheid in die ochtendlijke stilte.

Ik had geluk, zei de verpleegster. Ik stond als tweede op de slagers-lijst en mocht om 8 uur 's morgens beschikken. Het werd toch nog half negen. Tijd is een relatief gegeven in een ziekenhuis. 2 verpleegsters reden mijn bedje weg. Echtgenoot en ik, we pinkten een traantje weg. Hoe graag we ook af en toe elkaars haren van de kop rukken, op zo'n momenten is onze liefde broos en puur en hapten we naar adem bij de gedachte dat we van elkaar gescheiden werden. Ik voelde een warme blos op mijn wangen en verontschuldigde me bij de gestapo-verpleegster voor ons naiëve gedrag en mompelde dat we nog steeds verliefd waren na al die jaren ... van haren plukken. Ze kon er niet mee lachen en ik voelde me nog idioter.

En wijle dus weg. Ik werd met bed en al de wachtzaal-parking binnen gereden. 5 ziekenhuisbedden op een rijtje, gescheiden door een flinterdun gordijntje en in elk bed een nagelbijtende patiënt met zijn eigen verhaal. Ik ontdekte al snel dat het vandaag Dag van de Wijsheidstanden was; Laat vier tanden tekken voor de prijs van twee! Een vijftal patiënten zouden in de loop van de dag beroofd worden van hun intelligentie. Ik had er niet willen bij zijn als die wakker werden met een mond vol zwarte gaten ... ben ik nu dom, dokter?

En daar lag ik dan, ze waren mij vergeten. Ik heb een wissel meegemaakt van vele bedjes die kwamen en gingen, maar mijn bedje bleef staan. Ik had een uur en half de tijd om na te denken over mijn nakende verdoving : nu ik zo rustig was, opteerde ik voor een plaatselijke verdoving i.p.v een volledige narcose. Het wachten duurde lang, naast me lag een nerveuze Kroaat, wachtend op de verlostang der tanden, hij zuchtte en vloekte met een zwaar slavisch accent, alsof hij een hete aardappel in zijn mond had ... Naast mijn andere kant lag een vermoedelijke Noah-versie van een opgeschoten tiener. Hij was zo beleefd en zo puur en antwoordde steeds met twee woorden tegen de dokters. Zo aandoenlijk. Ik had zin om het gordijntje weg te trekken en hem over zijn bol te wrijven en te zeggen dat hij goed was opgevoed.

Ze waren me dus vergeten. Ik had kramp, omdat ik mijn voeten niet kon uitsteken in het dubbel geplooide bed, zo leek het wel. Het was alsof ik mijn kop tussen mijn twee rechtopstaande benen kon steken. Geen zicht.
Misschien werd ik toch een beetje nerveus nu van het niets doen.

En net toen ik me afvroeg of mijn blaas alweer psychologisch vol was en ik het warm en koud kreeg bij de gedachte dat ik in het midden van mijn operatie zou beginnen wild-plassen ... stond hij daar ineens naast mijn bed : de beenhouwer-dokter !
Nog steeds de rechtse knie ? Euh, ja, ik denk het, meneer den doktoor en het volgende moment tekende hij een grote blauwe pijl op mijn dijbeen, richting knie wel te verstaan. Anders was ik misschien wakker geworden zonder dikke darm en was ik nu 10 kg lichter.

En toen ging het snel. Ik begreep dat mijn voorganger een complex geval was geweest en dat ze nu tijd moesten inhalen. Misschien was die wel van de operatietafel gesprongen en had het op een lopen gezet, ha ... Met zijn vieren sprongen ze op me, reden in hoge snelheid door de gang, merkten op dat de OK nog niet gekuist was en stelden vast dat we effe moesten halt houden op diezelfde gang. Was daar ne slimme die voorstelde om me op de gang te prepareren op het nakende knie-ontmantel-ritueel.
Het ging snel. Buisje hier, buisje daar en toen ik de vraag wou stellen hoe we mijn verdoving zouden aanpakken, kwam een gemene, giftige absint-damp mijn richting uit. En weg was ik. Naar dromenland.

Ik ontwaakte uit een zalige slaap. De beste slaap sinds tijden. Het was echt zoals in de film; Het vertwijfeld jezelf afvragen waar je in godsnaam bent ... en dan de herkenning, je weet het weer, de borstvergroting .. euh, de facelift, ach nee, de stoute meniscus.

Na een tijdje werd ik opnieuw verkast naar mijn kamer. Ik had de operatie goed doorstaan, niet één seconde was ik ziek geweest. Bij mijn bevalling-epidurales was ik er nog in geslaagd de gynaecoloog onder te kotsen, tot in zijn witte botjes toe ... maar nu werd ik wakker, had honger en verlangde naar frieten van het frietkot.

Ik werd als een queen onthaald. Ons mama was er ook. Zij had zopas een tand laten trekken, niet in de aanbieding, op een ander verdiep in het ziekenhuis en stond daar nu met een dikke kaak te grienen. Het was gezellig. Echtgenoot en dochter waren er ook, de zon scheen, ik at puddingskes, vlinderkes en bloemekes op de achtergrond, heel idyllisch ... tot de verpleegster naar echtgenoot snauwde : interesseert het u niet, meneer ? Het was me ontgaan, maar echtgenoot was er weer in geslaagd om door zijn je m'en fou - attitude de verpleegster op de kast jagen. Remember, de genante situaties ... welkom in mijne wereld !


Thuisgekomen hebben ze me uitgestald in de zetel. Vanop mijn troon zag ik het gepeupel bezig, rondrennen als kippen zonder kop ... ik had me voorgenomen dom te spelen en me helemaal niks aan te trekken van huishoudelijke toestanden en kookpottenkunst. Dat mochten zij voor ne keer doen. Ik had gehoopt op nouvelle cuisine, op een verfijnde exquise keuken. Niet dus : het werden frieten van het frietkot, lasagne uit een pakje, pizza's, en andere rommel.
Ik kon het me niet aantrekken en bedacht dat mijn moeder-annex-kokkin-rol nog niet uitgezongen was in dit gezin.

Noah vond het wel cool. Het was pas toen hij mijn doorboorde knie zag op woensdagavond, dat hij zich realiseerde dat ik geopereerd was. Tieners. Hij boog zich over me en zei megacool Respect Moeder! klopte mijn zijn vuist drie maal ter hoogte van zijn borstkas en wees met zijn wijsvinger in mijn richting. Yo man !

Op dag twee vonden ze het al minder spannend. Ik was fris en monter uit mijn bedje gesprongen, maar viel dat tegen. Mijn been voelde aan als beton en toen ik later aan de klim van onze toren van Babel begon (keuken is op eerste verdiep), was ik nog moedig. Halverwege de trap vond ik het niet meer leuk en had het gevoel dat mijn knie op knappen stond. Ze hebben me dan maar opgebaard in diezelfde zetel, een boke met choco in mijn hand geduwd, het kastje van de TV in mijn andere hand gestoken, twee fluffy katten tussen mijn benen gepropt en toen waren ze weg.
De dag na mijn operatie zat ik letterlijk te koekeloeren in mijn riante zetel en te wachten op een teken van leven. Ik vroeg me de hele dag af hoe ik weer zou nederdalen ... de trap was nu mijn vijand geworden. En mijn bedje stond godverdekke op het gelijkvloers.
Echtgenoot had pas om 10 uur 's avonds tijd voor me. Echt, hé. Ik had uren als een sanseveria in een lelijke cache-pot zitten wachten op mijn redding; me veilig in mijn bedje krijgen, zonder van de trap te stuiteren als een pingpongbal en mijn andere knie uit te haak te draaien.

Ondertussen zijn we een week verder, de knie is de beste leerling van de klas. Ik heb geen moment pijn gehad. Tenzij van een irritante allergie achter mijn groene oren. Mijn oorlellen stonden in brand van het zuurstofbuisje dat ik droeg tijdens de operatie. Echt grappig. Niet dus.
De kine is gestart en verloopt vloeiend. Ik moet terug leren lopen als een dartele gazelle, nadat ik vier maanden heb rondgeslopen als Quasimodo himself. Maar ik ben een happy woman.



Respect Moeder !















maandag 1 september 2014

De Vakantie van ons Leven - Voulez-vous couchez avec moi ? Ce soir ?

Waar waren we gebleven ? 3 zombies, waarvan 2 met overbeharing, gingen op zoek naar het grote lege bed met kraakverse lakens.

Het lonkte, het nodigde me uit ... verse witte lakens, zalig geurend naar lavendel, donzige kussens, een boek op het nachtkastje en mijn 2 pluizenmonsters die ronkend van liefde, elk in een arm, in slaap zouden vallen bij hun vriendinnetje. Vannacht waren we te moe om imaginaire monsters te verslaan. Er mocht een echte zombie naast het bed gestaan hebben, we zouden het niet horen vannacht. Te moe.

En toch. Ik heb er een zesde zintuig voor als er iets niet klopt. Ik wou het negeren, want ik had echt niet de fut om tegemoet te komen aan dat gevoel. Fingerspitzengefühl.
Negeren Krisje, negeren.

Maar hoe hard ik ook probeerde te negeren ... mijn sensoren stonden ondertussen op scherp en ineens zag ik het en ik wou dat ik het niet gezien had : maar Batman hing aan mijn plafond, net boven het bed.

Neen, neen, mijn ergste nachtmerrie was werkelijkheid geworden. Trouwe lezers weten dat ik entomofobie heb of m.a.w een fancy woord voor insectenvrees. Ik ga op de loop voor alles dat zwart is en meer dan vier poten heeft, dus ook voor Batman, hoewel die maar, technisch gezien, twee poten heeft.
Een driehoekige zwarte kever,  4 cm lang, hing met een grijns aan mijn schijtlelijk plafond. Wat nu ?
In soortgelijke omstandigheden had ik mijn ventje, Aspergeman, oei foei, da's erover, zelfs voor mij ... had ik dus de echte Superman, die elke fake Batman van het plafond mepte. Of ik had een 14-jarige tienerzoon, die niet wou onderdoen voor zijn papa, en meermaals met knikkende knieën en stinkende oksels spinnen opzoog ... met de stofzuiger wel te verstaan, terwijl ik over zijn kruin wreef en zei flinke jongen van me. Maar ze waren er dus niet.

Boekskes gooien kon ook al eens helpen, alleen hing Batman te hangen en kon ik niet gecontroleerd in de hoogte gooien. Worst case kwam de Feeling Wonen, met Batman erop deze keer, terug als een boemerang en flapte in mijn gezicht.

Nog een optie was de poezen beurtelings de lucht in te gooien, in de hoop dat ze Blacky zouden ontdekken en hem spelenderwijs naar de eeuwige jachtvelden zouden sturen. Maar de kans dat mijn arme Rafke een hersenschudding zou overhouden aan het Benji-vliegen was te groot en hij was pas hersteld, ocharme.

Ik ging op zoek naar de stofzuiger. De hele tijd over mijn schouder kijkend, stak ik de prise in het stopcontact. En daar stond ik dan als een echte Jeanne d'Arc, wiebelend op het bed,  gewapend met de metalen buis van de stofzuiger. Het was echter de Jeanne van de brandstapel die onder onze Batman stond. Ik durfde het niet. Binnen de korste tijd stond ik kletsnat in 't zweet, echt van schrik, van de figuurlijke vlammen die aan mijn schenen beten. Hoe zou ik dit oplossen ?

Ik belde mijn supermama, die voor alles een oplossing heeft. Maar Kriske toch, is het weer zo ver? Ja, mama, het is weer zo ver ...  Ik kan toch moeilijk je vader sturen in het midden van de nacht ? Nee, dat kan je niet maken, mama. In mijn binnenste schreeuwde ik STUUR GODVERDOMME ONZE PAPA OM DAT BEEST TE KOMEN VANGEN !!!!

Zal ik de politie bellen ? Ik begon zenuwachtig te lachen om mijn stomme mopje, maar ik zou het gedaan hebben. Ik was wanhopig. Mijn grote rode ogen vulden zich met tranen. Ik was 24 uren wakker, doodmoe, angstig en zag me niet direct gaan slapen.

Ik parkeerde me achter de glazen deur van de slaapkamer en had van daaruit een schoon en veilig zicht op Batman. Ik heb daar lang gestaan, niet wetend wat te doen. Op een bepaald moment belde ik ten einde raad een vriend, die in de buurt woonde, deed in horten en stoten mijn verhaal, maar hij vond het dolkomisch. Ik haakte in. Ik had geen reden om te lachen.

Ik stuurde HELP per sms naar Amerika. Onze pseudo-Amerikanen konden er ook niet echt om lachen en hadden de vreselijkste visioenen ... echtgenoot belde me in allerijl op om uiteindelijk te horen dat er een vreemde man aan zijn plafond hing (gelukkig lag hij niet in zijn bed.) Wat moest hij toch aanvangen met zo'n wijfie ? Maar hij wist dat ik al voor veel minder en veel kleinere beestjes op de vlucht was gegaan. Hij kon me natuurlijk niet helpen, dat wist ik ook wel.

Dus staarde ik terug een half uur door de glazen deur, mijn ogen gericht op Batman. Had het nu nog de echte geweest, Christian Bale, dan had ik er gracieus kunnen gaan naast hangen. 

Uitgeput was ik, toen mijn rationele verstand het eindelijk terug overnam.

En dus nam ik een beslissing : de slaapkamer, dressing en badkamer werden verzegeld en de rest van de vakantie zou ik in Bo haar kamer gaan slapen. Ik had zoveel leuke momenten gekend in de dressing en de slaapkamer : ons Rafke die zijn eigen verrijzenis in scène had gezet, De Sturm der Liebe - afleveringen die ik vanonder het dekbed had beleefd. Ik gaf mijn TV dus ook op. En het ergste, de geur van mijn Superman, de testosteron  die opging in zijn kussen, zou ik niet meer kunnen ruiken ...
En Batman, die ging in quarantaine.

En zo geschiedde dat ik nog een hele week in een klein tienerbed de nacht moest doorbrengen. Vreemd om in een kamer te slapen, die niet de mijne was. Maar het lukte en ik was fier op mijn volwassen beslissing. Onze Raf vond het ook super, alleen was er niet veel plaats meer over voor een obesitaskater ... meermaals plofte hij op de matras, stak letterlijk over, via mijn borstkas, die dan samendrukte bij zoveel pret, maakte een toertje langs de Grand Canyon en ging dan pijnlijk liggen op mijn kop en trok ondertussen wat haren uit.  Yeah ! 

Ik ben nog twee keer in de gevaarlijke zone binnengedrongen, gekleed in een te grote badjas met kap, die me beschermde tegen onverwachte aanvallen van bovenaf. Ik gristte snel wat kleren mee, een stapel schoon ondergoed, make-up en haardroger. Het was een overwinningsgevoel als ik de glazen deur achter me toe trok. Het had me 28 seconden gekost om de proef te doorstaan. Batman die was ondertussen nedergedaald en niet meer zichtbaar, wat het nog enger maakte ...
Elke avond informeerden echtgenoot en kids naar de driehoekige kever. En dan kon ik helaas geen goed nieuws melden : Batman hasn't left the building.


Op dinsdag was ik groggy van alle emoties. Ik ging langs bij zusje nummer één, liet me out of the blue ondersteboven draaien door haar giant witte woef van 50 kg, die me van onder tot boven tatoeëerde met zijn reuzepoten. In betere tijden had ik hem een Kung-fu-dreun rond de oren gedraaid, maar mijn energielevel stond te laag.

Het was tijd voor een beloning. Ik kocht later die dag een nieuwe Imac. Smile ! Echtgenoot had à l'improviste beslist op de luchthaven mijn laptop, en dus ook mijn leven,  mee te nemen. Ik had me de hele tijd afgesneden gevoeld van de rest van de wereld. Alles doe ik op mijn laptop : schrijven, ontwerpen, foto's bewerken, Facebooken ...  Ik had mijn plan moeten trekken met een vooroorlogs computerke dat nog draaide op Windows XP, met om de haverklap een zandloper en geen Photoshop-toestanden. Frustrerend. Maar nu stond daar dus een nieuwe Imac te blinken en kon ik er terug invliegen. Ik had hem al langer willen kopen, lang getwijfeld, maar de omstandigheden hadden me een duwtje gegeven.

Op donderdag had ik afspraak bij zusje nummer twee, de kapster met Catwoman-allures. Het was zo ver. Afknippen die dode handel op mijn kop!
De schaar ging in mijn lange lokken en psychologisch was ik klaar voor een volgende stap. En dus knipte zus, mijn haren kort. Het was ondertussen een zusterlijke samenzwering geworden, want zij beloofde eveneens haar haren kort te knippen. Het was een magisch emo-momentje. Tranen blinkten in onze ooghoeken, maar we hadden het gedaan. Girlpower !
Zelfzeker en supervrouwelijk zette ik me die avond achter mijn nieuwe Imac, maakte een foto met Photo Booth en stuurde die naar de andere kant van de wereld met de boodschap : En hier is Professor Sneep ! Ze vonden het geen succes.

****

Ze zijn geland mijn monsters, met een koffer vol vuile was, nieuwe kleren en veel verhalen. Het was geen culturele reis geworden, want de mama was niet meegegaan. Geen museums. Noah had het uitgegild van vreugde. Integendeel, ze hadden er een sport van gemaakt om alle Hollisters en Abercrombies van Amerika te traceren. What the fuck ?

Na de eerste verhalen, de honderden foto's en de jetlag was het tijd om veel te vroeg de bedjes op te zoeken. 

Alleen had echtgenoot nog een missie :
Het was aan hem om de magische verzegeling te verbreken. Met een toverspreuk en bibberhandjes opende hij de glazen deur en en een doffe grotlucht van stinkende kousen kwam ons tegemoet. Mijn Superman mocht op zoek naar Batman. Hij grommelde natuurlijk ... en Batman die vonden we niet terug.
Een week na thuiskomst heeft ons Bo hem ontdekt, tragischerwijs is hij met zijn vleermuisbotten van het plafond gesukkeld en heeft hij zo zijn hersenpan gekraakt. De autopsie bracht verder nog aan het licht dat Batman een ordinaire nachtvlinder was geweest ...


****

Hier eindigt de Vakantie van ons Leven. Ik heb jullie meegenomen op een doldwaze rit door mijn emotionele leefwereld en heb jullie getuige gemaakt van mijn crazy en hilarisch leven. Met een lach en een traan. Ik heb me in eerste instantie omringd gevoeld door een liefdevolle familie.

Ik koester jullie echter allemaal en ben echt verheugd door de zeer mooie, lieve reacties, sms-jes en mailtjes van jullie, fantastische mensen. 
Ik, die dacht er alleen voor te staan ... Ik heb beseft dat er een leger van lieve vrienden voor me klaar stond. Allemaal bedankt en ik zal het nooit meer doen (gaan lopen op de luchthaven en drie weken onderduiken ...).

En eigenlijk gun ik het alle dames en mama's, een weekje zonder zorgen voor ... het was niet altijd leuk, met zijn momenten zeer eenzaam, maar de druk om te zorgen voor mijn kabouters was er niet. En dat voor de eerste keer in 20 jaar. De batterijen zijn terug opgeladen. De inspiratie een beetje op. Waar moet ik nu over schrijven ?

Dikke knuffel.

Krisje van de Batcave.