woensdag 17 september 2014

De queen van de Walibi !

Kermis.

Er valt wat te vertellen over de Kermis. Mensen van Leuven weten het, één keer per jaar strijken de paardenmolens en bots-autokes neer op het Ladeuzeplein. Bij het begin van het nieuwe schooljaar hoort simpelweg Leuven Kermis. Als extra kwelling voor mijn arme tieners. 
Hoewel, voor Bo is het tegenwoordig een meerwaarde, want meermaals per week trekt ze na school naar de G-force of ruilt ze haar boterhammetjes in voor lekkere frietjes.

We zijn niet echte fans, maar vinden het leuk, traditiegetrouw, minstens één keer langs te gaan, al was het maar om lekkere smoutebollen te eten. Die smoutebollen, da's al meteen een fijne binnenkomer. Vorig jaar was daar een klein misverstandje aan het smoutebollenkot. Ik bestelde 27 smoutebollen voor mezelf en de twee monsters. We lachen er nog steeds mee, wat moesten we met zoveel bollen. We deden ons best om ze te laten verdwijnen in onze Olle-Bolle-Gijs-monden ... binnen de korste keren zaten de bollen ter hoogte van onze strot en sloegen we groen uit bij de gedachte aan ... nog meer smoutebollen. En dan kon de pret beginnen, want we hadden nog geen enkele attractie aangedaan.
Maar mama toch, tegen alle principes van het opvoeden in ... sorry Dr. Spock. Goe bezig.

De monsters deden attractie na attractie, hoe wilder hoe liever, het liefst gingen ze een paar keer over kop ... ze trotseerden alle wetten van de zwaartekracht.

Op de terugweg naar huis, kwamen we in een file te staan op de Leuvense ring. Een controle van de politie. Alle auto's bliezen en gromden, maar er was geen ontkomen aan en mopperend schuifden de auto's gedwee in een rijtje. Noah zat op de passagiersstoel. Ik had het spurtje niet gewonnen met de zoon. Elke keer we een ritje met de auto maken moet ik lopen, met mijn Knex-knieën, om mijn eigen zitplaats te veroveren. Voor ik het weet liggen Noah en ik op straat kletsen uit te delen, moet ik hem met bruut en verbaal geweld van het portier verjagen, maar meestal wint hij de strijd, omdat ik door het lachen mijn krachten verlies. Ik laat hem maar. Hij heeft tenslotte benen aan de meter, hij moet ze binnenkort oprollen in de auto en aangezien ikzelf van het minste schrik, is het voor iedereen veiliger als ik achteraan zit.

Ter hoogte van de Naamsepoort kwijlde Noah dat hij zich niet zo lekker voelde. Ik zat achter hem en legde mijn hand op zijn voorhoofd. Ik kon alleen maar vermoeden dat zijn ogen de kleur hadden gekregen van geel frietvet. Het koud zweet was hem uitgebroken en de volgende seconde riep ik naar echtgenoot Doe rap zijn vensterke naar beneden ! Noah stak zijn kop er door en katapulteerde minstens 10 onverteerde smoutebollen het luchtruim in. Ik gooide mijn én zijn deur open, trok hem van de zetel, handig zo'n hoody en zette hem voor half Leuven, dat zachtjes voorbij schuifelde met de wagen ... op de stoep en daar ging hij verder met het kotsen van smoutebollen.
Menig fileganger dat daar noodgedwongen op ons stond te kijken, kreeg het moeilijk bij het zien van al die rondvliegende smoutebollen en kokhalsde lichtelijk bij al dat spektakel.
Het blijft een leuk verhaal en elke keer we smoutebollen bestellen aan een kraam is er wel iemand die opmerkt : 27 bollen, mama ? Ben je zeker ?


Nog een leuk verhaal is dat van echtgenoot die zijn zoon meeneemt naar het schietkraam. Heel trots en heel fier werd Noah ingewijd in de mannelijke schietwereld en ging papa hem leren hoe hij moest schieten met een loodjesgeweer. Komt dat zien!
Een heel ritueel. Men neme een geweer, klikken het open en we doen er dan een kogeltje in ... tot zo ver was onze kleine blonde jongen nog mee.
Het volgende moment was het tijd om het geweer toe te zwiepen. Onze kleine man deed zijn best, zwiepte en vocht met het veel te grote geweer en ineens, ... bang, ging zijn geweer af. Op hetzelfde moment ging ook het licht uit in het schietkot. Noah had zo even de TL-lamp van het plafond geschoten. Heel even stopte de wereld met draaien, daar aan dat schietkot, ergens op de verre boerenbuiten.
En daar stonden ze dan, echtgenoot, de zoon en een onthutste schietkot-meneer. Zeer gênant. Maar achteraf natuurlijk een ferme dijenkletser. En Noahke had er een vlag van den Anderlecht aan overgehouden.

Als tiener en jong volwassene was ik verslaafd aan wilde attracties, adrenaline en andere zotte toestanden. Hoe sneller, hoe liever. Ik wilde zelfs gaan parachutespringen, maar mocht niet, wegens te jong.
Als ik het aan de kinderen vertel, geloven ze het niet. Zij kennen de mama als een bang vogeltje dat voor het minste schrikt en opvliegt. En toch, ooit was ik de queen van de Walibi.

Het is ook daar dat het een beetje verkeerd gelopen is. De Sirocco, wie kent hem niet. Zo simpel, zo onnozel, stelt dus echt niets voor.
Ik herinner me dat we minstens een uur stonden aan te schuiven. De horror van het aanschuiven sluipte toen mijn ziel binnen en voor het eerst ervoer ik een gevoel van hier klopt iets niet. Het geluid van een razende attractie, het gegil van de gemartelde slachtoffers, de hartslag in je keel.
En dan was het aan ons. Ik zette me naast echtgenoot in het zitje en was ondertussen zo zenuwachtig dat ik geen blijf meer wist met armen en benen. Ik prutste dan maar wat aan mijn schoenen en het volgende moment schoot de Sirocco uit zijn startblokken ... ik hing over mijn veiligheidsbaar en kon me niet meer bewegen. G-force in het kwadraat. Echtgenootje (hij was nog piep) riep dat ik me moest rechtzetten, maar dat ging niet. Ik was letterlijk dubbelgeplooid in mijn zitje en kon me pas bevrijden van mijn benarde positie toen de wagentjes, na een helse looping, hoog in de lucht halt hielden. Ik was vrij, maar keek datzelfde moment in de ijle, oneindige, dreigende lucht en ik vond het maar niks. De weg terug naar beneden heeft nooit zo lang geduurd als toen.

Als piepjonge mama is het ook en paar keer mis gegaan. Ik herinner me dat ik met kleine Boke plaatsnam in de Powerwave; zo'n bank die in snokjes de vier windstreken aandoet. De controleur van dienst kwam voor ons staan, lalde dat ons Boke hier te klein voor was en dat ik haar als moeder stevig moest vasthouden. Onnozele vent, godverdekke. Had hij ons nu gewoon wandelen gestuurd, hé. Niet dus. Het komt er op neer dat ik de Powerwave heb getrotseerd zonder handen. Elke keer de Powerwave van richting veranderde, vloog dochterlief 80 cm in de lucht ... ik had mijn twee handen meer dan nodig om ze aan de grond te houden. Dat ikzelf van links naar rechts kegelde, zonder me vast te houden, was bijkomstig. Dus de Powerwave werd ook geschrapt van de Bucket-list.

Diezelfde dag ging ik met haar in de rups. We waren vergezeld van een reuzengrote pluchen dolfijn. Dus met zijn drietjes op het bankje. En daar gingen we, wel heel snel, de G-krachten pletten ons tegen de zijkant van het bakje. Ik had deze stoute rups lichtelijk onderschat. En weer moest ik dochterlief klem zetten en hopen dat ze niet ontpopte tot een verminkte vlinder. Het was zweten. En ik zal nooit vergeten hoe op een gegeven moment onze dolfijn eieren voor zijn geld koos en uit het bakje dook. Het volgende moment was hij blijkbaar suïcidaal, want hij lag te spartelen op de rails van de rups. In mijn visioenen zag ik de krantenkoppen al : Rups ontspoort door gestrande Flipper. Ik had het schaamrood op de wangen, deed mijn ogen dicht en hoopte dat dit ritje snel ten einde zou zijn.

En er is nog zo'n verhaal dat elk familiefeest wordt verteld : het is met stip het verhaal waar mijn broer van in een deuk gaat. Nu, hij was er ook bij en zag het allemaal gebeuren.
We waren dus op een pensenkermis, 25 jaar geleden; ik, mijn vriendin Trinny, mijn broer en mijn kleine neefje van drie. We droegen dat ventje op handen en waren bereid alles voor hem te doen. Ook als dat wilde zeggen dat we onszelf moesten belachelijk maken door mee in een treintje te klimmen dat slaksgewijs achten draaide in een kartonnen decor. En als kers op de taart was er een echte flosh, die aan een nog trager tempo door die ukjes hun gezicht werd geborsteld en schreeuwde : Pak me dan, als je kan. Daar zaten we dus in de TufTufclub ... de flosh streelde ook onze gezichten en ja, ik kon me niet bedwingen en greep in een reflex, in volle actie het ding en triomfeerde als een echte gladiator in zijn strijdwagen ... totdat ik het gezicht van mijn broer zag. Schaamte, onderdrukt met een aankomende slappe lach ... De man van de TufTufcluc kon er niet mee lachen, net zomin als de omstaanders, allemaal mama's en oma's die hun kleine kabouters aanspoorden de flosh te pakken. Zo meteen werd ik gevierendeeld door een woedende menigte. Ik stak maar rap die flosh in de kleine handjes van mijn neefje. Hier ze ventje, een gratis ritje ... Ik word nog rood als ik er aan terug denk.


Het is niet meer verbeterd na al die jaren en al die voorvallen. Af en toe doe ik nog een schuchtere poging, maar meestal met fatale gevolgen.

Vorig jaar schraapte ik al mijn moed bij elkaar en ging met ons Bo in den Inktvis. Wie kent hem niet ?! Een legende in het kermisleven. Fun fun fun. Niet dus.

In den beginne was het nog een beetje leuk ... ik en Bo die tegen elkaar aan botsten en langs het dak van de Leuvense bibliotheek scheerden. Ik hield vol. Maar toen riep daar een zwoele microstem: willen jullie nog harder ? Ik zweer het je. Uit volle overtuiging riep ik Nee !!!! Ik wou eruit, zo snel mogelijk. En dus ging de Inktvis in flipmodus en schudde met zijn armen alsof hij gestoken was door een zee-egel. (ik ben ooit op een zee-egel gaan zitten, ken het gevoel, maar da's een ander hilarisch verhaal ...)
En mijn struggle ging verder. Op een bepaald moment tokte Bo me uitgeput op de schouder ... of ik haar effe van lucht kon voorzien. Ik zat als een ninja in vechtmodus met opengesperde armen en de vuisten rond de veiligheidsbaar geklemd. Mijn elleboog priemde in haar keel en met mijn volle gewicht dreeg ik haar te stikken. Mamaaah !!!!

En dat was het laatste ritje. Ik ben ondertussen een toeschouwer geworden op de kermis.
Maar ik geniet desalniettemin van de sfeer, de ambiance, de lekkere geuren, en het eendjeskraam ...


Krisje, formerly known als de Queen van de Walibi.











2 opmerkingen:

  1. Ja kris, ze bezagen mij hier weer allemaal zo onozel. K zit hier weer te lachen gelijk als zot. Weer mooi geschreven zenne. Ik kijk al uit naar het volgende verhaal. Marina

    BeantwoordenVerwijderen