Ik dacht er een weekje tussenuit te knijpen. Deze week geen blog. Maar ik heb de laatste tijd een mini fanclub gevonden die trouw elke zondag op post is. En dat helpt.
Bovendien zie ik het een beetje als mijn dagboek en schrijf ik het dagdagelijkse leven van me af en ventileer ik alles wat er rondom mij gebeurt, zodat ik er al dan niet glimlachend kan op terugkijken.
En dus.
Gisteren zaten we bij 'onze italiaan'. Een gezellig restaurantje slash traiteur. Je moet het zien als een winkeltje met Italiaanse delicatessen, waar ook nog eens enkele tafeltjes staan. Vader en zoon runnen de boel. Het was veel te lang geleden dat we er nog geweest waren en toen ik belde om te reserveren, herkende de papa mijn stem en zei in zijn schoonste sarcastische Vlaams met haar op : Mevrouw Maes, dat is lang geleden, gevolgd door een godverdekke met ingebeeld vermanend vingertje à la Louis de Funes.
Oh boy, er boenk op. Maar we werden ontvangen als de verloren zonen en dochters, werden hartelijk gezoend en werden meermaals bedankt omdat we onze koppen opnieuw hadden getoond in dat kleine lieve restaurantje. Zalige mensen.
En dus zaten we daar en om maar meteen met mijn verhaal te starten : ik en zoonlief kwamen niet meer bij van het lachen. Tussen de linguini en antipasti door haalden we herinneringen op aan een voorval van een week geleden ...
Ik had het allemaal in mijn eigen horrorbelevenis meegemaakt en nu hoorde ik het verhaal en de ervaringen van zoonlief en Echtgenoot, vanuit hun nuchtere droge standpunt.
...
De week ervoor was er een carnavalfuif geweest in ons buurdorp. Noah had last minute beslist om mee te gaan met enkele vrienden; zij het niet verkleed, want dat was niet cool. Is dat echt een zoon van mij ?
Even schoot er nog een vonk uit de voordeur toen die hard werd toegetrokken door junior : Watte, één uur, zijdde gij zot ? Van onze papa mocht ik de vorige keer tot half twee blijven !
Belt dan naar uwe papa !
Doen ze toch niet.
Doen ze toch niet.
Het Droomhuis was te klein en daverde op zijn puberale grondvesten. En weg was hij.
We hadden afgesproken dat hij klokslag één uur moest thuis zijn op zijn assepoes-schoentjes en dat hij de nachtbus zou nemen met zijn maatjes, nauwelijks 3 haltes in een woonomgeving waar de ergste criminele daad dit jaar het verslinden van drie kippen was door een wulpse rosse vos. Ik was er gerust in. En toch.
Ik woelde die avond in mijn bedje. Echtgenoot snurkte door de nacht en tegen enen klopte ineens mijn hart in mijn keel en floepte Noah door mijn hoofd. Ik was nu officieel wakker en sms'te zoonlief met de vraag of hij in aantocht was.
Nee, de stomme bus komt niet opdagen.
In mijn eerste reactie was ik bruisend en was ontgoocheld in mijn zoon die zich niet verantwoordelijk had kunnen opstellen en zich niet beter had kunnen plannen. Als je om één uur thuis moet zijn, neem je niet om vijf voor één de bus. Kleine pubermannekes dus wel.
En zo liep er daar 't één en 't ander in 't honderd, die verdoemde carnavalsnacht.
Het werd nog een heen en weer gesms, met vooral de woorden godver, kut en stom ... educatief goe bezig. Om half twee gaf ik het op. De gedachte dat mijn kleine Noah ergens ten velde moederziel alleen de nacht stond te trotseren ... ik kon het niet langer aan.
Ik sprong als een devote ridder in mijn broek en botten en deed mijn jas aan. Geen kousen, nachthemd onder jas. Ik zondigde tegen alle stylingregels van den Didi. Het was toch carnaval en ik hoopte onderweg zeker geen ex-lieven tegen te komen.
Echtgenoot, ik ga Noah zoeken, een draai rond zijn oren verkopen en hem dan veilig thuis brengen. Er kwam enkel een zwaar geknor van de andere kant van het bed. Hoewel, schijn bedriegt.
En daar stond ik dan, midden in de nacht. Ik had met alle elementen rekening gehouden, alleen niet met de Bompa-Mercedes van Echtgenoot die me de toegang versperde naar mijn vertrouwde Mini.
Godvermiljaardenondedju ! Niet de Bompa-Mercedes.
Maar ik was moedig. Mijn moederhart klopte wild en onstuimig in het rond, ik zou niet rusten vooraleer Junior in zijn bed zou liggen.
Ik vond de handrem niet. Zo simpel was het. Ik heb daar toch wel 10 minuten staan proberen ... en met de minuut sloeg de binnenkant van de auto aan met nog meer stoom ... ik kookte, maar was ook te trots om Echtgenoot te vragen hoe ik die klote auto van de oprit kreeg.
En terwijl ik daar stond, met een geblokkeerde handrem, landden natuurlijk de buren, in het midden van de nacht. Yo de mannen. Ik lachte en zwaaide gedag, niks aan de hand. De buren gingen naar binnen en ik begon terug op het dashboard te bonken. Voor al uw problemen, slechts één oplossing: mept erop ! (alleen op materiële zaken, hé) En toen zag ik daar een blinkende handrem links van het stuur.
En wijle weg !
Had je gedacht, want ik vond de achteruit niet. Ik deed alle lampjes in brand die ik kon vinden en ging met mijn neus en bifocale bril op de versnellingspoke liggen. Ik zag het nauwelijks.
Noah vertelde dat hij zich de hele tijd afvroeg waar ik toch bleef. Zo ver was het toch niet.
Ik was vertrokken en op mijn weg richting fuif, kruiste ik de nachtbus. Natuurlijk. Zou hij erop gezeten hebben ?
Ik kwam aan op de crime-scene. From Dust Till Dawn, zonder de Clooney. Mijn God. Bomen, stoepen, bankjes, de straat ... overal lagen uitgetelde carnavalszotten. Zombies. Ik kon mijn ogen niet geloven. Ik was terecht gekomen in Dantes Hel. Hoe schattig tieners overdag kunnen zijn, des te meer schrik heb ik van hen als de zon ondergaat.
In al dat gewemel flikkerde ook nog eens een blauwe politielamp ... wat was hier gebeurd ?
En uitgerekend hier, tussen die dwaze tieners moest ik mijn auto parkeren en wachten op Noah.
Natuurlijk, geen Noah te bespeuren. Waarschijnlijk was hij net voor mijn komst verslonden door een bloeddorstige vampier.
Godverdekke moest ik toch niet bellen onder het strenge oog van de politie. 't is een noodgeval, meneer de police. Mama zoekt zoon !
Noah, waar ben je ???!!! Vier woorden die zich met 150 decibels over het gsmnetwerk verspreidden en eindigden in het broze trommelvlies van zoonlief. Zijn haren wapperden er van.
Ik sta aan de Okay !
What te fuck nog aan toe ? Het brein van van mijn zoon kent nog zo vele geheimen voor me ... en nu sloeg ik helemaal tilt, want dat wilde zeggen dat mijn klein lief arm ventje daar helemaal alleen stond te koekeloeren in de stoute koude nacht.
What te fuck nog aan toe ? Het brein van van mijn zoon kent nog zo vele geheimen voor me ... en nu sloeg ik helemaal tilt, want dat wilde zeggen dat mijn klein lief arm ventje daar helemaal alleen stond te koekeloeren in de stoute koude nacht.
To the rescue ! Op naar de Okay !
In mijn verbeelding ging het om de echte Okay. Die tieners spreken dan ook heel cryptisch, in rebustaal. In de realiteit stond Noah aan de halte, 200 meter voor de Okay. Wist ik veel.
En zo scheurde ik langs nog meer carnavaleske gedrochten die laveloos en schijnbaar gedrogeerd tussen de bomen hingen en reed richting Okay. Ik brak waarschijnlijk alle snelheidsrecords, beelden verplaatsten zich razendsnel langs mijn zijraampje van de Bompa-Mercedes. Had ik daar een mooie jongen opgemerkt, slungelig en pezig, met armen aan de meter en benen tot de oksels, blauwe jas met pelskap ... Tegen dat ik ontdekt had dat het mijn zoon wel moest zijn, die daar stond te trippelen onder het schijnsel van de lantaarn, was ik hem allang voorbij gereden. Ik ging op de rem staan, de Bompa-Mercedes stond verticaal op zijn voorwielen en ik begon te toeteren als gek. Ik heb op dat moment het hele dorp wakker getoeterd, maar vergeve me. Het was een adrenalinecocktail van opluchting en razernij tegelijkertijd.
Noah kwam er langzaam aangesjoffeld. Alle tijd van de wereld. En toen hij wou instappen ... ging dat gewoon niet. Zometeen volgde een bizar mimespel tussen Noah en zijn moeder, die het knopje niet vond om het portier te openen. Zometeen ging ik geluidloos janken. When doves cry. En Noah bleef maar wijzen en buikspreken, tevergeefs.
Ik heb uiteindelijk mijn rechterarm gestretcht tot anderhalve meter en het portier manueel geopend. Leve de technologie.
Daar was hij dan, mijn arme schat. Was ik blij of zou ik alsnog zijn strot toeknijpen ?
We spraken geen woord, alletwee onnozel gedraaid. Gisteren vertelde Noah nog dat ik met gemak 100 km per uur had gereden en net geen twee bomekes had ondersteboven gereden bij het binnenrijden van de straat.
Als mama boos is dan rijdt ze hard, normaal rijdt ze als een bejaarde ... vaststelling van de dag. Die door Echtgenoot en dochter werd bevestigd.
Noah is in zijn bedje gekropen. Missie geslaagd. Ik ben tot 5 uur wakker gebleven, wegens te tureluut. Wat dan weer zijn gevolgen had voor de dag nadien. Zombie op Valentijnsdag. Ha !
Fijne week allemaal !
Blendermama
Fijne week allemaal !
Blendermama


