zondag 22 februari 2015

From Dusk Till Dawn, zonder Clooney !

Ik dacht er een weekje tussenuit te knijpen. Deze week geen blog. Maar ik heb de laatste tijd een mini fanclub gevonden die trouw elke zondag op post is. En dat helpt.
Bovendien zie ik het een beetje als mijn dagboek en schrijf ik het dagdagelijkse leven van me af en ventileer ik alles wat er rondom mij gebeurt, zodat ik er al dan niet glimlachend kan op terugkijken.

En dus.

Gisteren zaten we bij 'onze italiaan'. Een gezellig restaurantje slash traiteur. Je moet het zien als een winkeltje met Italiaanse delicatessen, waar ook nog eens enkele tafeltjes staan. Vader en zoon runnen de boel. Het was veel te lang geleden dat we er nog geweest waren  en toen ik belde om te reserveren, herkende de papa mijn stem en zei in zijn schoonste sarcastische Vlaams met haar op : Mevrouw Maes, dat is lang geleden, gevolgd door een godverdekke met ingebeeld vermanend vingertje à la Louis de Funes.

Oh boy, er boenk op. Maar we werden ontvangen als de verloren zonen en dochters, werden hartelijk gezoend en werden meermaals bedankt omdat we onze koppen opnieuw  hadden getoond in dat kleine lieve restaurantje. Zalige mensen.

En dus zaten we daar en om maar meteen met mijn verhaal te starten : ik en zoonlief kwamen niet meer bij van het lachen. Tussen de linguini en antipasti door haalden we herinneringen op aan een voorval van een week geleden ...

Ik had het allemaal in mijn eigen horrorbelevenis meegemaakt en nu hoorde ik het verhaal en de ervaringen van zoonlief en Echtgenoot, vanuit hun nuchtere droge standpunt.
...



De week ervoor was er een carnavalfuif geweest in ons buurdorp. Noah had last minute beslist om mee te gaan met enkele vrienden; zij het niet verkleed, want dat was niet cool. Is dat echt een zoon van mij ?

Even schoot er nog een vonk uit de voordeur toen die hard werd toegetrokken door junior : Watte, één uur, zijdde gij zot ? Van onze papa mocht ik de vorige keer tot half twee blijven !

Belt dan naar uwe papa ! 
Doen ze toch niet.

Het Droomhuis was te klein en daverde op zijn puberale grondvesten. En weg was hij.

We hadden afgesproken dat hij klokslag één uur moest thuis zijn op zijn assepoes-schoentjes en dat hij de nachtbus zou nemen met zijn maatjes, nauwelijks 3 haltes in een woonomgeving waar de ergste criminele daad dit jaar het verslinden van drie kippen was door een wulpse rosse vos. Ik was er gerust in. En toch.

Ik woelde die avond in mijn bedje. Echtgenoot snurkte door de nacht en tegen enen klopte ineens mijn hart in mijn keel en floepte Noah door mijn hoofd. Ik was nu officieel wakker en sms'te zoonlief met de vraag of hij in aantocht was.

Nee, de stomme bus komt niet opdagen.

In mijn eerste reactie was ik bruisend en was ontgoocheld in mijn zoon die zich niet verantwoordelijk had kunnen opstellen en zich niet beter had kunnen plannen. Als je om één uur thuis moet zijn, neem je niet om vijf voor één de bus. Kleine pubermannekes dus wel.

En zo liep er daar 't één en 't ander in 't honderd, die verdoemde carnavalsnacht.

Het werd nog een heen en weer gesms, met vooral de woorden godver, kut en stom ... educatief goe bezig. Om half twee gaf ik het op. De gedachte dat mijn kleine Noah ergens ten velde moederziel alleen de nacht stond te trotseren ... ik kon het niet langer aan. 

Ik sprong als een devote ridder in mijn broek en botten en deed mijn jas aan. Geen kousen, nachthemd onder jas. Ik zondigde tegen alle stylingregels van den Didi. Het was toch carnaval en ik hoopte onderweg zeker geen ex-lieven tegen te komen.

Echtgenoot, ik ga Noah zoeken, een draai rond zijn oren verkopen en hem dan veilig thuis brengen. Er kwam enkel een zwaar geknor van de andere kant van het bed. Hoewel, schijn bedriegt.

En daar stond ik dan, midden in de nacht. Ik had met alle elementen rekening gehouden,  alleen niet met de Bompa-Mercedes van Echtgenoot die me de toegang versperde naar mijn vertrouwde Mini.

Godvermiljaardenondedju ! Niet de Bompa-Mercedes. 
Maar ik was moedig. Mijn moederhart klopte wild en onstuimig in het rond, ik zou niet rusten vooraleer Junior in zijn bed zou liggen.

Ik vond de handrem niet. Zo simpel was het. Ik heb daar toch wel 10 minuten staan proberen ... en met de minuut sloeg de binnenkant van de auto aan met nog meer stoom ... ik kookte, maar was ook te trots om Echtgenoot te vragen hoe ik die klote auto van de oprit kreeg.

En Echtgenoot vertelde nadien : ja, en toen dacht ik dat ze weg was. Vroem, vroem, vroem, veel kabaal, de auto die ging ontploffen omdat hij niet uit de startblokken kon vertrekken, maar ik hoorde ze niet vertrekken... ze heeft daar een tijdje gestaan ... ik snapte er niks van.

En terwijl ik daar stond, met een geblokkeerde handrem, landden natuurlijk de buren, in het midden van de nacht. Yo de mannen. Ik lachte en zwaaide gedag, niks aan de hand. De buren gingen naar binnen en ik begon terug op het dashboard te bonken. Voor al uw problemen, slechts één oplossing: mept erop ! (alleen op materiële zaken, hé) En toen zag ik daar een blinkende handrem links van het stuur.

En wijle weg !
Had je gedacht, want ik vond de achteruit niet. Ik deed alle lampjes in brand die ik kon vinden en ging met mijn neus en bifocale bril op de versnellingspoke liggen. Ik zag het nauwelijks.

Noah vertelde dat hij zich de hele tijd afvroeg waar ik toch bleef. Zo ver was het toch niet.

Ik was vertrokken en op mijn weg richting fuif, kruiste ik de nachtbus. Natuurlijk. Zou hij erop gezeten hebben ?

Ik kwam aan op de crime-scene. From Dust Till Dawn, zonder de Clooney. Mijn God. Bomen, stoepen, bankjes, de straat ... overal lagen uitgetelde carnavalszotten. Zombies. Ik kon mijn ogen niet geloven. Ik was terecht gekomen in Dantes Hel. Hoe schattig tieners overdag kunnen zijn, des te meer schrik heb ik van hen als de zon ondergaat.
In al dat gewemel flikkerde ook nog eens een blauwe politielamp ... wat was hier gebeurd ?

En uitgerekend hier, tussen die dwaze tieners moest ik mijn auto parkeren en wachten op Noah.

Natuurlijk, geen Noah te bespeuren. Waarschijnlijk was hij net voor mijn komst verslonden  door een bloeddorstige vampier.

Godverdekke moest ik toch niet bellen onder het strenge oog van de politie. 't is een noodgeval, meneer de police. Mama zoekt zoon !

Noah, waar ben je ???!!! Vier woorden die zich met 150 decibels over het gsmnetwerk verspreidden en eindigden in het broze trommelvlies van zoonlief. Zijn haren wapperden er van.

Ik sta aan de Okay !

What te fuck nog aan toe ? Het brein van van mijn zoon kent nog zo vele geheimen voor me ... en nu sloeg ik helemaal tilt, want dat wilde zeggen dat mijn klein lief arm ventje daar helemaal alleen stond te koekeloeren in de stoute koude nacht.

To the rescue ! Op naar de Okay !

In mijn verbeelding ging het om de echte Okay. Die tieners spreken dan ook heel cryptisch, in rebustaal. In de realiteit stond Noah aan de halte, 200 meter voor de Okay. Wist ik veel.

En zo scheurde ik langs nog meer carnavaleske gedrochten die laveloos en schijnbaar gedrogeerd tussen de bomen hingen en reed richting Okay. Ik brak waarschijnlijk alle snelheidsrecords, beelden verplaatsten zich razendsnel langs mijn zijraampje van de Bompa-Mercedes. Had ik daar een mooie jongen opgemerkt, slungelig en pezig, met armen aan de meter en benen tot de oksels, blauwe jas met pelskap ... Tegen dat ik ontdekt had dat het mijn zoon wel moest zijn, die daar stond te trippelen onder het schijnsel van de lantaarn, was ik hem allang voorbij gereden. Ik ging op de rem staan, de Bompa-Mercedes stond verticaal op zijn voorwielen en ik begon te toeteren als gek. Ik heb op dat moment het hele dorp wakker getoeterd, maar vergeve me. Het was een adrenalinecocktail van opluchting en razernij tegelijkertijd.

Noah kwam er langzaam aangesjoffeld. Alle tijd van de wereld. En toen hij wou instappen ... ging dat gewoon niet. Zometeen volgde een bizar mimespel tussen Noah en zijn moeder, die het knopje niet vond om het portier te openen. Zometeen ging ik geluidloos janken. When doves cry. En Noah bleef maar wijzen en buikspreken, tevergeefs. 

Ik heb uiteindelijk mijn rechterarm gestretcht tot anderhalve meter en het portier manueel geopend. Leve de technologie.

Daar was hij dan, mijn arme schat. Was ik blij of zou ik alsnog zijn strot toeknijpen ?

We spraken geen woord, alletwee onnozel gedraaid. Gisteren vertelde Noah nog dat ik met gemak 100 km per uur had gereden en net geen twee bomekes had ondersteboven gereden bij het binnenrijden van de straat.

Als mama boos is dan rijdt ze hard, normaal rijdt ze als een bejaarde ... vaststelling van de dag. Die door Echtgenoot en dochter werd bevestigd.

Noah is in zijn bedje gekropen. Missie geslaagd. Ik ben tot 5 uur wakker gebleven, wegens te tureluut. Wat dan weer zijn gevolgen had voor de dag nadien. Zombie op Valentijnsdag. Ha !

Fijne week allemaal !

Blendermama











zondag 15 februari 2015

Je suis Chanel !

Bonjour.
Moi, je m'appelle Chanel Vicky d' Hopefully et je suis ... het halfzusje van de Raf. Zeg maar Nelleke.

Chanel als in koket, strant, geraffineerd en geëmancipeerd. Ik lijk een beetje op ons Krisje, van karakter dan, en soms denk ik dat we à la Femen met onze tieten bloot op de stoep van het parlement kunnen opkomen voor de rechten van de katten. Twee vrouwen met  imaginaire ballen. Het zou wel geen zicht zijn, veel tieten heb ik niet.

Hoewel ik niet echt bezig ben met het gepeupel rond mij. Het is al erg genoeg dat ik mijn halfbroer moet dulden.

Laat ik zeggen dat ik een koninklijk leventje leidde voor zijn komst. Ik was een pluchen poppemie en werd verwend met streelpartijen en monologen vol superlatieven, vooral dan door de Heer des Huizes. Mijn prachtige valse noten, mijn schoongebekt gejengel als ik alleen rondzwierf in het Droomhuis heeft ons Krisje verkeerdelijk geïnterpreteerd als : oei, ons Nelleke is eenzaam, tijd voor een speelkameraadje.
En ik had het aan mijnen rekker.

Ik herinner me het nog goed. Krisje en de Cootjes waren een weekendje weg en ik werd als een porseleinen katje toevertrouwd aan de goede zorgen van oma en opa. Een vijfsterrenhotel met vogelvolière. Den Hilton voor katten.

Op zondag, een schone warme lentedag, liepen de Cootjes de keuken binnen met een verrassingspakketje, maar dat had ik direct niet door. Kleine Bo begroette me hartelijk, gaf me duizenden kusjes op mijn Sheba-bekje en nam me in haar kleine armpjes. Het volgende moment draaide ze zich om en staarde ik plotseling in twee verloren gelopen blauwe oogjes. Krisje hield een lelijk Birmaantje in haar handen. Mijn God, wat was dat een lelijk ding! Hij leek op zo'n olifant van Dali, veel te lange benen en in mijn verbeelding leek hij scheel te kijken.

Zeg eens dag aan je nieuwe broertje, Chanel.

Ik kon niets anders bedenken dat mijn urinebuis te openen en plaste eerst over Bo en mikte daarna doelgericht richting baby Raf. Voilà, tot hier en niet verder. Mijn territorium was bij deze afgebakend. En we wisten meteen wie hier de baas zou spelen. Rafke, met een kopje vol kattenpis, begon vrolijk te spinnen.
En bij Boke stonden de traantjes klaar achter die grote blauwe ogen van haar. Oeps.

De Cootjes waren zo teleurgesteld en hoopten dat alsnog mijn houding tegenover dat scharminkel zou veranderen. Krisje droomde van de ideale wereld waar broer en zus in één mandje zouden slapen, uit één potje hun kattenkorrels zouden delen. Nope. 
J'ai des champions in mijnen stamboom en ik had geen zin me te verlagen tot de bastaard regionen van de kattenwereld.

De komende weken blies ik als een op hol geslagen ventilator als Rafke naar me toe kwam gestrompeld op die hoge benen van hem. De kleine idioot gaf het op en sindsdien leven Raf en ik naast elkaar en niet mét elkaar in het Droomhuis. Het zij zo.

Zo af en toe moet ik hem nog op zijn plaats wijzen in de hiërarchische krabpaalboom. En dus klop ik gezwind met mijn gemanicuurde rechterpoot op zijn holle kop. Pok Pok Pok. Gemeen, ik weet het.

Af en toe moet ik oppassen, want vergeet niet dat halfbroer dubbel zoveel weegt als deze ranke barbiepoes met ideale maten, moi dus. Raf is ondertussen uitgegroeid tot een schone  witte leeuw, maar dat zeg ik niet graag hardop.

Zo af en toe, als hij het helemaal gehad heeft met mijn vossenstreken, gaat Raf gewoon boven op mij zitten. En dan piep ik als een kat met een astma-aanval. Ik ga dan te keer als een bitch en klop met mijn fijne krielpootjes op zijn log lijf. En als dat niet helpt, krijs ik met supersonische kattentonen, zodat al het glas en trommelvliezen binnen een straal van 50 meter spontaan breken.

Haar vliegt dan in het rond en heel even gun ik hem het gevoel van de overwinning. We rollen dan als een siamese tweeling tussen het chinawerk van ons Krisje door en breken net geen kostbare potten.
En als we het te bont maken, moeit ons Krisje er zich mee. Awel, wat is dat hier? En dan wijs ik altijd met mijn geslepen teennageltje richting halfbroer om te miauwen dat hij er mee begonnen is ... en Krisje bekijkt me dan met toegeknepen ogen, alsof ze het niet gelooft. Tja.

En zo slijten we hier onze dagen in het Droomhuis. Eten en slapen en een robbertje vechten. Ik volg Krisje op de voet. Daar waar Raf narcolepsie heeft en dus de hele dag slaapt, volg ik haar overal. Mijn madame is er op voorzien. Van een kanten wiegje naast haar bureau tot een camouflage pelsmandje in de living. Als ze kookt ben ik haar sous-chef en hijst ze me op een barkruk zodat ik het kokkerellen kan overschouwen en mee mag proeven. Alleen het bed is meestal verboden terrein omdat ik me te intens vastketen aan haar reuzenvoetjes, zodat ze de slaap niet kan vatten en me nu en dan uit bed sjot. Ik mag niet klagen.

En dan heb je van die dagen dat het af en toe hopeloos verkeerd gaat.

Dinsdag had Krisje het hele Droomhuis gedweild, zuchtend en sakkerend, maar soit, mijn paleisje blonk en ik kon mijn mooie zelf spiegelen in de glanzende tegels.

's Nachts was halfbroer er echter in geslaagd om een mix van onverteerd kattenvoedsel en een haarbal de luxe te verspreiden over de twee verdiepen van het Droomhuis. Hoe hij het gedaan had? Kotsend en tegelijkertijd zijn hoofd rondzwierend als een betonmolen en daarbij nog 14 flikflaks ten berde gebracht. Geen plekje was onberoerd gelaten. En het feit dat zowel Krisje als dochterlief 's nachts op wandel waren gegaan, zwalpend door onzichtbaar braaksel, had er ook geen goed aangedaan. Overal smerige voetafdrukken. ik stond erbij en ik keek er smalend naar. 

Toen Echtgenoot als eerste het licht aanstak op woensdagmorgen volgde al snel een 'T IS NI WAAR, HE !!!!!!

En de dag moest nog beginnen. Krisje merkte 's morgens op dat Raf Nutellastrepen op zijn witte vacht had. Er was die morgen geen tijd voor een grote wasbeurt met een washandje, want één, er zat geen druk op het water van de keukenkraan (ge hebt zo van die dagen ...) en twee, Krisje moest hollen voor haar afspraak in Leuven. Op zo'n momenten zijn ze tijdelijk blind in het Droomhuis en zwieren ze ons op het terras of in de berging met de boodschap ons flink te wassen

Die middag kwam Krisje terug, samen met de monsters en nog een extra monster, want er stond een fotoshoot op het programma.
Krisje heeft een kraakwitte studio en dito achterwand en grond, en dus kwam ik binnenwandelen. Hey, ik de Penelope Cruz van de kattinnen, moest mee op de foto. What did you expect ?

Maar ik had een probleempje. Ook ik had een Nutellapoep en ééntje die verschrikkelijk stonk. De blik van ons madame sprak boekdelen, ook dat nog godverdomme. Ze heeft al stress als er foto's moeten gepakt worden en een kat met bruin stinkend chocogat kon ze missen als de pest. Ik rolde nog even over de witte grond en het fotomodel maakte aanstalten om me te pakken ... Bo, laat snel ons Nelleke verdwijnen, siste Krisje tussen haar tanden. Zometeen begon ze nog te janken of spontaan haarballen te braken, zich afvragend waar ik overal had rondgehangen en nog zou rondhangen. 

En zo werd ik met mijn kliks en mijn klaks uit de studio gezwierd en werd ik ertoe verplicht de kaka eigenhandig uit mijn vacht te plukken en ... op te likken. IK WILDE EEN BADJE ! Waar is het nummer van de Sossen-kattenvakbond ?

Later die dag viel Krisje doodop neer in de zetel. Tijd voor een zenmoment en dat vond ik ook. Ik sprong op haar schoot en hopla daar begon het circus van voren af aan : ons Chanel stinkt! 
Krisje sperde met twee handen mijn bilspleet open (daar ging mijn waardigheid) om er zich van te vergewissen dat er weer geen vervelend Nutellamomentje was aangebroken. Oef geen Nutella. En toch zag ik haar groen wegtrekken bij de gedachte dat ik, poezelige Nell, op haar schootje lag.

Daarop liet ik een warme, natte, gedempte, stinkende scheet, God vergeve me. Zo meteen lag Krisje helemaal in zwijm van mijn zwaveldampen. Call 911.

Maar ze aaide mijn kopje en zei maar mijn klein poppeke, je hebt Felix-krampekes! Arm dutske met je buik vol wind, dat zal wel pijn doen ... Wie heeft jou Felix gegeven ?

Ik wilde nog antwoorden, onze Raf, maar ze zou het niet geloofd hebben.

Er was dus een doos Felix binnengesmokkeld en ja, dat bekomt ons beiden niet. Een Felix-allergie dus. Vandaar de verschrikkelijke vernederende Nutellamomenten mét opengesperde bilspleten. Mon dieu !

Ik lag dus op schoot bij ons Krisje die over mijn opgeblazen buikje wreef. Ik zette mijn brommertje aan. En Krisje zei kom hier dat ik je kus, hoewel ze dat bij nader inzien niet zo'n geweldig idee meer vond.

Nutella Nelleke








zondag 8 februari 2015

Liefde en Pikuurman !

Laat ik me even voorstellen. Ik ben Raphaël Boaz de Biru Biduri, een mond vol, in de volksmond ook wel onze Raf genoemd. Verwijzend naar de aartsengel. En recentelijk door ons Krisje, Liefde mét de hoofdletter L.
Sinds we vorig jaar in juli samen onze demonen hebben bestreden, ik halfdood in de stinkende schoenenkast en zij halfzot door het Amerika-avontuur, hebben we elkaar gevonden, nog meer als vroeger. Ik ben haar schaduw geworden. (De vakantie van ons leven : Rafke twijfelt om een engeltje te worden ...)





Ik noem haar Krisje. Baasje, dat werkt hier niet in het Droomhuis. Krisje is vrijgevochten en rechtvaardig, komt op voor de minderbedeelden, de arme diertjes en doet niet aan hiërarchie. Ik en mijn bescheten halfzusje Chanel, alias Nelleke, staan op gelijke hoogte als de andere monsters in huis. We mogen van geluk spreken dat we hier zijn terecht gekomen.

En dus, als Krisje 's morgens, slaapdronken, met rastakapsel, de keuken komt in gewaggeld, begroet ze me steevast met 'Dag Liefde'. Da's nu mijn nieuwe koosnaampje. Mijn oren krullen dan, mijn staart gaat in de lucht en met mijn obesitas-gat wrijf ik ronkend mijn feromonen op haar blote beentjes. Dan kirt ze.

Het grootste deel van de dag breng ik door in de kattenkrabpaal, 2 meter hoog, op het hoogste schavot. Als ik geluk heb...

Als mijn halfzusje me voor is, zit ze triomfantelijk te grijnzen en lacht ze me uit. Ik zit dan een verdiepje lager en incasseer braaf de kloppen op mijn kop. Net zoals Krisje af en toe met haar vuist op de printer mept, zo mept Nelleke zo nu en dan met haar gebalde pootje op mijn harige schedel. Pok Pok Pok. Zo maar.
Ik voel dan mijn kleine hersentjes door elkaar geschud worden en het verklaart waarschijnlijk ook mijn vreemde gedrag. Brain Damage.





Maar als ik het bedje kan bemachtigen ben ik de Koning van het Droomhuis. Het bedje heeft een live-view over de tuin met boompjes en mét kleine donzige vogeltjes. Vanuit mijn pluchen divan verlekker ik me op deze gevleugelde idioten door een wartaal uit te stoten, te vergelijken met een bizar binnensmonds gejodel. Ik knabbel in gedachte op kleine musjes en roodborstjes. La vita e bella. Meestal toch, tot ... Pikuurman op de proppen komt.

Af en toe pakt Krisje ons in in plastieken kooitjes. De mijne is fluoroze. Kunde het u voorstellen. Als ik al neig naar homotrekjes, dan is dat roze helemaal top. Ik piep niet. Ik ben flink.
Mijn halfzusje Chanel krijst het hele dorp bij elkaar als ze in haar draagbare kooitje wordt gepropt. Zo'n dramaqueen. Zucht.
Krisje holt dan met ons de glazen trappen af en klikt ons vast in haar kleine Mini-tje. We voelen de bui al hangen. Dit wordt geen prettig ritje. Of we gaan op horrorvakantie in het kattenpension of we moeten naar Pikuurman voor een klein onderhoud.

En zo rijden we door de Vlaamse heuvels. Ik ben lichtelijk panisch, na de eerste bocht begin ik mijn pootjes te likken. Ik lik maar door, het is een tic, kan het niet laten. Gelukkig is de rit niet ver, want anders lik ik tot mijn roze botjes zichtbaar worden.
Mijn halfzusje daarentegen gaat er nu helemaal voor. Ze krijst en miauwt als een poltergeist en als dat geen indruk maakt op mijn Krisje gaat ze over op plan B. Ze pist de kleine Mini vol. Echt waar.

Krisje gaat brusk op de rem staan, vloekt zo hard, ik kan dat hier echt niet herhalen, God schaamt zich en is zwaar teleurgesteld. Ik zie hoe halfzusje met kooi uit de Mini wordt geplukt en even hoopt Chanel nog de vrijheid te proeven, maar dat valt dik tegen. Haar kooi draait ondersteboven,  stomme Nell zet zich met vier poten schrap in de box en kattenpis loopt het riool in. Mijn twee madammen gaan elkaar zo meteen verslinden. Mijn hartje gaat flink te keer.
Chanel hoopt alsnog dat Krisje rechtsomkeer maakt naar huis, maar nee hoor, het heeft niet geholpen, we rijden toch naar Pikuurman. De dju. 

Het is een gedoe om bij Pikuurman binnen te geraken; Krisje heeft slechts twee handen en loopt af en aan tussen wachtzaal en auto, langs steile trappen en vervelende binnendeuren, om ons uiteindelijk te deponeren in de wachtzaal, naast een speelse mamoetachtige Herdershond. Ik lik dus maar mijn pootjes, daar ben ik goed in en halfzusje gromt als een gemene grizzlybeer en houdt zo de nieuwsgierige hond op afstand. Halfzusje weegt 3 kg en is in staat de vreemdste klanken uit dat kleine kattenlijfje te persen. Ik ben er ook bang van.

Bij Pikuurman houden we ons koest, hoe grappig is dat. Ik maak me met mijn vadsige lijfje zeer klein en plak me aan de achterwand van de kooi. Ik weet dat Krisje haar armpjes te kort zijn, het werkt heel even. Want daar komt de grote klauw van Pikuurman de kooi in geslopen en hopla, pakt me vast in mijn nekvel. De jackpot. Hij heeft gewonnen. Ik zoek bescherming in de armen van mijn Krisje die me lieve woordjes toefluistert ... 't is allemaal niet zo erg', sust ze, maar als ik naar haar opkijk, zie ik de wanhoop in haar blik. En bam daar komen de spuiten, knal in mijn gat. Het is weer zo ver.

Krisje zegt dat ik haar flinke jongen ben ... ik kan niet snel genoeg terug in de fluoroze kooi zitten.

En dan is het de beurt aan Poltergeistzusje. Krisje haalt een kletsnatte Nell uit de toverbox, vol kattenpis. Haar haren staan alle kanten op en ze stinkt uren in de wind. Krisje is heel dapper en troost halfzusje evenzeer en moedig negeert ze de plakkerige pipi die in haar kleren en haren kruipt. Ik schud mijn hoofd. Waarom toch, Chanel?

En daar komen de smerige naalden.




We kunnen niet snel genoeg terug naar huis, even brullend als op de heenweg. Je zou denken dat halfzusje wat gekalmeerd zou zijn, niet dus. Ze krijst in dolby surround. En ik lik mijn pootjes. Dat wordt straks een geweldige haarbal.

Bij thuiskomst moeten Miss België en mijn madame in bad. Arm Krisje, ze is groggy en ze zegt altijd dat ze meer werk heeft met haar twee poezen dan met haar twee tieners.

En dan valt de rust over het Droomhuis. De Mini is ontdaan van ammoniakgeurtjes, de kooitjes ontsmet, de vieze handdoeken worden gekookt en wij twee liggen onze wonden te likken op het warme tapijt, veilig thuis. En ons Krisje die zit binnenkort aan de tranquillizers. We zijn alledrie tureluut.

Zo herinner ik me het laatste bezoek aan Pikuurman. Het is alweer een tijdje geleden. Te lang in mijn kattentijdrekening, oei ...

Woensdagmiddag gaat de bel. Ik slaap er door. Ik schrik niet op van dé bel. Ik lig in mijn kattentoren, hoogste verdiep en mijn buikvet hangt over de rand van het bedje. Buiten fladderen schone vogeltjes speels langs het venster. Krisje is in de buurt en ik geniet van deze schone woensdagmiddag. Ik draai me nog even om en dan gebeurt het : Krisje plukt me weg uit mijn roze droom en overhandigt me aan ... Pikuurman ! Godver, daar had ik geen rekening mee gehouden. Toch niet de vijand binnen gelaten !

Pikuurman mishandelt me gedurende drie minuten en ploft me op de grond. Als een kleine cavia in een reuzegrote doolhof ga ik op de vlucht. De enige deur die openstaat is deze van Noahs kamer. Ik kom hier nooit, het lijkt te veel op mijn kattenbak, waarom zou ik, maar nu is het de ultieme verstopplaats voor de gemene Pikuurman.
Krisje komt achter me aan gehold en troost me met mijn lievelingssnoepjes, maar ik vertrouw het niet. Ze heult samen met de vijand. Hoe is het zo ver kunnen komen ?

Pikuurman verdwijnt van het toneel na ook halfzusje van achteren gepakt te hebben.

Niets zal nooit meer hetzelfde zijn. We zijn allebei van ons melk door dit verraad en weigeren de hele namiddag in de buurt te blijven van ons Krisje. Ik zoek troost bij de miniversie van haar en ga op zoek naar Bo die zich over mij ontfermt, me in haar bedje legt en bevestigt dat zowel Pikuurman als Krisje beulen zijn.

De volgende twee dagen negeer ik het aanhoudend gesmeek van mijn madame. Ik weiger nog langer in de krabpaal te slapen en ga met een grote bocht om haar heen. Ik zie wel de ontreddering op haar gelaat. 'Maar, schatteke toch, door die spuitjes word je niet ziek' raaskalt ze. Laat me niet lachen. Niet ziek, ik kan godverdomme niet eens mijn gat wassen van de spierpijn door die onnozele spuiten.

En dan breekt mijn hart. Want ook halfzusje heeft afstand genomen van Krisjes goedbedoelde stelling. Het Droomhuis is koud en ongezellig. Maar toegegeven, Krisje is ook onze min, de voedster en een kat zonder eten, dat werkt niet of toch niet lang. En eigenlijk is hier maar één schuldige in dit intrieste verhaal, halfzusje Chanel die zonodig de auto moest volpissen. Misschien kan ik ons Krisje wel begrijpen, misschien ...

En zo vlij ik me stilletjes op de tweede dag naast haar in de zetel. Mijn haren plakken nog steeds van de verboden middelen die in mijn nek en kont zijn gesmeerd. Ik zie er niet uit. En dat voor een obesitas-homo-kater. Krisje vlijt haar hand over mijn plakkerige hals en streelt me. We zijn beiden opgelucht en dan fluistert ze : Dag Liefde, wat heb ik je gemist.
Ik zet mijn ronkmachientje aan.

Liefde, alias den dikke Raf.


















zondag 1 februari 2015

Keuvelend over tienerkinderen ...

Eén nachtje zonder kinderen. Wat een fantastisch cadeau. De monsters bleven 24 uren alleen in het ouderlijke huis. Nu dochterlief de bijna ik-ga-op-kot-leeftijd heeft bereikt, wilden we het een keer proberen : op verplaatsing, mét overnachting, zonder kinderen.

Noah zag het allemaal voor zich : nachtelijk braspartijtje in MTV-sfeer met de voetbalbroeders. Veel cola en chips en horrorfilms. Maar dat feestje ging mooi niet door. No Way. We lieten ze braaf achter, met een grijns op hun tronie, broer-zus-gewijs. Ze konden altijd de familie bellen, die in waakstand fungeerde vanop afstand of zelfs ons. We waren twee uren verwijderd van de koters en als het echt moest, zouden we met de bompa-Mercedes naar huis racen over Vlaamse en Hollandse autosnelwegen als onze verstrooide Bo het fornuis had laten aanstaan en het halve dorp dreeg op te gaan in de vlammen ...

En dus reden we naar Den Haag. Wat had je gedacht. Het was stil op de achterbank. Mijn hoofd draaide uit gewente steeds achterstevoren in de auto, richting afwezige tieners : Laat uw zus gerust, gele auto, klets, ... 
Of ze hebben samen de slappe lach of ze dreigen elkaar te vierendelen, of Noah zit boven op zijn zus in wurggreep, verstrengeld in twee autogordels, ja, ook nog op hun leeftijd. Eigenlijk zou ik ze het best van al nog vastklikken in een babyzitje.

Nu was het dus stil op de achterbank en dus keuvelden Echtgenoot en ik over onze tienerkinderen. Ik probeerde nog : gele auto, daar, en kletste op Echtgenoot zijn rechterarm, maar het was wreed belachelijk.

Alleen met zijn twee. We bezochten het fotomuseum. Alleen en zonder stress, zonder de vervelende echo's van zoonlief die museums kut vindt ... wat een zaligheid.

We besloten eerst een hapje te eten in het gezellige restaurant van het museum. Daar zaten we dan, niet langer mama en papa, maar heel even Krisje en Echtgenoot. De zon verwarmde de zaal en rondom ons zag ik alleen maar hartelijke, lieve mensen. Mensen die museums bezoeken, ze bestaan. I like. En terwijl we daar zo zaten, keuvelend over kunst, eten en ja, onze tienerkinderen, voelde ik dat het goed zat. Dit was een voorsmaakje van het leven dat ons stond te wachten als Bo en Noah het huis  zullen uitvliegen. Ik en Echtgenoot, terug op dezelfde lijn, cavakes drinken in cultuurrijke omgevingen, wandelingen maken langs het strand, hand in hand zwijgzaam naast elkaar zitten ... en elkaar af en toe een flinke rechtse verkopen, verbaal dan.

De tijdelijke fototentoonstellingen echter waren zo gruwelijk raar dat we ons af en toe voelden overmand worden door een opkomende lachbui. Dees kon toch niet.
Kunst, zo subjectief, soms zo met de haren getrokken, dat het schrijnend grappig wordt.

Er werden ook video's getoond. Stel je het even voor : een donkere zaal, een bankje, enkele geluidsboxen en één schilderij met een vuurtoren. Er huilde een roedel sledehonden, de vuurtoren lichtte op, gelukkig had Echtgenoot het opgemerkt. Hier snapte ik de bezieler wel, vond het zelfs heel origineel gevonden.
En zo gingen we van zaal naar zaal, van bankje naar bankje, in het schemerdonker en lieten absurde video's over ons afkomen. Hilarisch en toch genoten we allebei van dat samenhorigheidsgevoel, van de absurditeit waarin we verzeild waren geraakt.

We gingen foto's nemen op het strand, trage sluitertijd en stonden vervolgens ruzie te  maken tussen de bulderende golven. Echtgenoot had één opdrachtje gehad die morgen ; maak jij de fotozak klaar. Ik had evengoed aan ons Nelleke kunnen vragen of ze de belastingaangifte van dit jaar had ingevuld ...

Al na één foto pinkte de batterij dat ze bijna leeg was. Na 5 foto's ging het licht helemaal uit. Tot zo ver ons fotografisch momentje 'trage sluitertijden'. Godverdomme toch. Maar Echtgenoot wist van niks hoor en voor ik het wist galmde bitsige woorden over het strand van Scheveningen : het is jouw fout ! Mijn fout dus, terwijl er geen DNA-spoor te vinden was van mij op die onnozele rugzak. Zelfs niet in de buurt geweest ... Na vijf minuten elkaar de haren van de kop te rukken, gaf hij eindelijk toe dat het misschien toch wel zijn fout zou kunnen geweest zijn, al dan niet, misschien, eventueel ... Oef, had ik daar iets bereikt op dat strand ? Een kleine tegemoetkoming van mijn ik-heb-het-nooit-gedaan-vent?


Fluoman op trage sluitertijd.


Echtgenoot heeft het nooit gedaan, echt nooit en is zo'n vindingrijke intelligente manipulator dat hij je op de den duur kan laten geloven dat je zelf iets mispeuterd hebt. Gelukkig ben ik op mijn hoede. Vermoeiend is het wel.

De rust keerde weer op het strand, we moesten hartelijk lachen om de Grote Bekentenis van Echtgenoot en trokken terug naar de stad, keuvelend over onze ... tienerkinderen.

We sloten de avond af in een Thais restaurantje, droomden hardop van een toekomst in Bangkok en keuvelden verder over onze ... tienerkinderen.

Op de terugweg naar het hotel zakte ik met mijn hak in de holte van een tramspoor. Mijn haren klimmen nog recht als ik eraan terug denk.

Enerzijds was er de vreselijke pijn van de stoute Knex-knie, waarvan de knieschijf nu richting Mekka wees, anderzijds was er de moordende hartslag in mijn keel, de adrenaline ... ik wachtte op de twee verblindende witte koplampen van een aanrijdende tram die met piepende remmen zou halt houden op één neusbreedte van mijn verschrikte kop. Mijn fantasie sloeg op hol, stel het je voor.
Echtgenoot snelde ter hulp en redde me van een akelig trammomentje.

We werden wakker in een Hollands sneeuwtapijt. Zo romantisch. We trokken op pasgeboren giraffebeentjes de winkelstraat in en werden knettergek van reflecties en overpeinzingen. Elke hoek, winkel of restaurant linkte ons aan de dochter of de zoon. Van de Primark tot de Jack&Jones. Hier zou Noah smeken om die hippe trui en daar zou Bo een geweldige foto nemen met haar 600D ... In gedachten waren ze er natuurlijk bij, onze monsters. Ze lieten ons niet los.

Het was goed geweest en we besloten huiswaarts te keren, samen met de agressieve sneeuwwolken, reden we van Noord naar Zuid. Ik was bang in de bompa-Mercedes en wist dat ik moest vertrouwen op de rijskills van Fluoman. En terwijl witte katoenbolachtige fluffie Hollandse autootjes op de linkerbaanvakken traag contact zochten met de besneeuwde ondergrond, scheurden, wij twee onnozele Belgen, over het derde baanvak, een sneeuwlawine achterlatend. Te veel prikkels voor ons HSP-Krisje. Ik was groggy en moe van over-alert te zijn, toen we eindelijk landden in ons alpendorpje, helemaal ondergesneeuwd, haast onherkenbaar.

Maar ik was thuis bij mijn monsters, die ons natuurlijk helemaal niet gemist hadden.

Het bleef maar sneeuwen. We keken gezellig met ons vieren naar een spannende film van Steven Spielberg, Super Eight en dronken warme choco onder het witte wollige dekentje.

En na de film gingen Echtgenoot en zoon de straat op voor een sneeuwballengevecht met als onderliggende gedachte: Wie was hier alweer het alfamanneke? Ballen zoefden tegen 150 km/per uur heen en weer en gingen door de Duisbergse geluidsmuur. 

Noah knutselde de Cootjes als sneeuwmannenfamilie in verse sneeuw en plakte ze op het dak van de bompa-Mercedes, waar ze lekker konden vast vriezen tegen de ochtend ... Echtgenoot mocht de volgende morgen met vier sneeuwpoppen op zijn dak richting bakker ...

Het was 10 uur 's avonds. Ik en Bo hingen uit het venster en genoten vanop afstand van de mannelijke sneeuwpret. Bo schoot fotootjes.

Nelleke wreef duizenden kopjes op mijn ondertussen ver-eelte kuiten en ronkte als een kleine sneeuwruimer. Dikke Raf lag met een smile als een kleine exhibitionist mét orgasme, op zijn rug, vier pootjes wagenwijd open, op het warme tapijt.

Ik was thuis. En het was fijn thuis te komen bij mijn lievelingen.

Weemoedig Krisje