Eén nachtje zonder kinderen. Wat een fantastisch cadeau. De monsters bleven 24 uren alleen in het ouderlijke huis. Nu dochterlief de bijna ik-ga-op-kot-leeftijd heeft bereikt, wilden we het een keer proberen : op verplaatsing, mét overnachting, zonder kinderen.
Noah zag het allemaal voor zich : nachtelijk braspartijtje in MTV-sfeer met de voetbalbroeders. Veel cola en chips en horrorfilms. Maar dat feestje ging mooi niet door. No Way. We lieten ze braaf achter, met een grijns op hun tronie, broer-zus-gewijs. Ze konden altijd de familie bellen, die in waakstand fungeerde vanop afstand of zelfs ons. We waren twee uren verwijderd van de koters en als het echt moest, zouden we met de bompa-Mercedes naar huis racen over Vlaamse en Hollandse autosnelwegen als onze verstrooide Bo het fornuis had laten aanstaan en het halve dorp dreeg op te gaan in de vlammen ...
En dus reden we naar Den Haag. Wat had je gedacht. Het was stil op de achterbank. Mijn hoofd draaide uit gewente steeds achterstevoren in de auto, richting afwezige tieners : Laat uw zus gerust, gele auto, klets, ...
Of ze hebben samen de slappe lach of ze dreigen elkaar te vierendelen, of Noah zit boven op zijn zus in wurggreep, verstrengeld in twee autogordels, ja, ook nog op hun leeftijd. Eigenlijk zou ik ze het best van al nog vastklikken in een babyzitje.
Of ze hebben samen de slappe lach of ze dreigen elkaar te vierendelen, of Noah zit boven op zijn zus in wurggreep, verstrengeld in twee autogordels, ja, ook nog op hun leeftijd. Eigenlijk zou ik ze het best van al nog vastklikken in een babyzitje.
Nu was het dus stil op de achterbank en dus keuvelden Echtgenoot en ik over onze tienerkinderen. Ik probeerde nog : gele auto, daar, en kletste op Echtgenoot zijn rechterarm, maar het was wreed belachelijk.
Alleen met zijn twee. We bezochten het fotomuseum. Alleen en zonder stress, zonder de vervelende echo's van zoonlief die museums kut vindt ... wat een zaligheid.
We besloten eerst een hapje te eten in het gezellige restaurant van het museum. Daar zaten we dan, niet langer mama en papa, maar heel even Krisje en Echtgenoot. De zon verwarmde de zaal en rondom ons zag ik alleen maar hartelijke, lieve mensen. Mensen die museums bezoeken, ze bestaan. I like. En terwijl we daar zo zaten, keuvelend over kunst, eten en ja, onze tienerkinderen, voelde ik dat het goed zat. Dit was een voorsmaakje van het leven dat ons stond te wachten als Bo en Noah het huis zullen uitvliegen. Ik en Echtgenoot, terug op dezelfde lijn, cavakes drinken in cultuurrijke omgevingen, wandelingen maken langs het strand, hand in hand zwijgzaam naast elkaar zitten ... en elkaar af en toe een flinke rechtse verkopen, verbaal dan.
De tijdelijke fototentoonstellingen echter waren zo gruwelijk raar dat we ons af en toe voelden overmand worden door een opkomende lachbui. Dees kon toch niet.
Kunst, zo subjectief, soms zo met de haren getrokken, dat het schrijnend grappig wordt.
Er werden ook video's getoond. Stel je het even voor : een donkere zaal, een bankje, enkele geluidsboxen en één schilderij met een vuurtoren. Er huilde een roedel sledehonden, de vuurtoren lichtte op, gelukkig had Echtgenoot het opgemerkt. Hier snapte ik de bezieler wel, vond het zelfs heel origineel gevonden.
En zo gingen we van zaal naar zaal, van bankje naar bankje, in het schemerdonker en lieten absurde video's over ons afkomen. Hilarisch en toch genoten we allebei van dat samenhorigheidsgevoel, van de absurditeit waarin we verzeild waren geraakt.
We gingen foto's nemen op het strand, trage sluitertijd en stonden vervolgens ruzie te maken tussen de bulderende golven. Echtgenoot had één opdrachtje gehad die morgen ; maak jij de fotozak klaar. Ik had evengoed aan ons Nelleke kunnen vragen of ze de belastingaangifte van dit jaar had ingevuld ...
Al na één foto pinkte de batterij dat ze bijna leeg was. Na 5 foto's ging het licht helemaal uit. Tot zo ver ons fotografisch momentje 'trage sluitertijden'. Godverdomme toch. Maar Echtgenoot wist van niks hoor en voor ik het wist galmde bitsige woorden over het strand van Scheveningen : het is jouw fout ! Mijn fout dus, terwijl er geen DNA-spoor te vinden was van mij op die onnozele rugzak. Zelfs niet in de buurt geweest ... Na vijf minuten elkaar de haren van de kop te rukken, gaf hij eindelijk toe dat het misschien toch wel zijn fout zou kunnen geweest zijn, al dan niet, misschien, eventueel ... Oef, had ik daar iets bereikt op dat strand ? Een kleine tegemoetkoming van mijn ik-heb-het-nooit-gedaan-vent?
![]() |
| Fluoman op trage sluitertijd. |
Echtgenoot heeft het nooit gedaan, echt nooit en is zo'n vindingrijke intelligente manipulator dat hij je op de den duur kan laten geloven dat je zelf iets mispeuterd hebt. Gelukkig ben ik op mijn hoede. Vermoeiend is het wel.
De rust keerde weer op het strand, we moesten hartelijk lachen om de Grote Bekentenis van Echtgenoot en trokken terug naar de stad, keuvelend over onze ... tienerkinderen.
We sloten de avond af in een Thais restaurantje, droomden hardop van een toekomst in Bangkok en keuvelden verder over onze ... tienerkinderen.
Op de terugweg naar het hotel zakte ik met mijn hak in de holte van een tramspoor. Mijn haren klimmen nog recht als ik eraan terug denk.
Enerzijds was er de vreselijke pijn van de stoute Knex-knie, waarvan de knieschijf nu richting Mekka wees, anderzijds was er de moordende hartslag in mijn keel, de adrenaline ... ik wachtte op de twee verblindende witte koplampen van een aanrijdende tram die met piepende remmen zou halt houden op één neusbreedte van mijn verschrikte kop. Mijn fantasie sloeg op hol, stel het je voor.
Echtgenoot snelde ter hulp en redde me van een akelig trammomentje.
We werden wakker in een Hollands sneeuwtapijt. Zo romantisch. We trokken op pasgeboren giraffebeentjes de winkelstraat in en werden knettergek van reflecties en overpeinzingen. Elke hoek, winkel of restaurant linkte ons aan de dochter of de zoon. Van de Primark tot de Jack&Jones. Hier zou Noah smeken om die hippe trui en daar zou Bo een geweldige foto nemen met haar 600D ... In gedachten waren ze er natuurlijk bij, onze monsters. Ze lieten ons niet los.
Het was goed geweest en we besloten huiswaarts te keren, samen met de agressieve sneeuwwolken, reden we van Noord naar Zuid. Ik was bang in de bompa-Mercedes en wist dat ik moest vertrouwen op de rijskills van Fluoman. En terwijl witte katoenbolachtige fluffie Hollandse autootjes op de linkerbaanvakken traag contact zochten met de besneeuwde ondergrond, scheurden, wij twee onnozele Belgen, over het derde baanvak, een sneeuwlawine achterlatend. Te veel prikkels voor ons HSP-Krisje. Ik was groggy en moe van over-alert te zijn, toen we eindelijk landden in ons alpendorpje, helemaal ondergesneeuwd, haast onherkenbaar.
Maar ik was thuis bij mijn monsters, die ons natuurlijk helemaal niet gemist hadden.
Het bleef maar sneeuwen. We keken gezellig met ons vieren naar een spannende film van Steven Spielberg, Super Eight en dronken warme choco onder het witte wollige dekentje.
En na de film gingen Echtgenoot en zoon de straat op voor een sneeuwballengevecht met als onderliggende gedachte: Wie was hier alweer het alfamanneke? Ballen zoefden tegen 150 km/per uur heen en weer en gingen door de Duisbergse geluidsmuur.
Noah knutselde de Cootjes als sneeuwmannenfamilie in verse sneeuw en plakte ze op het dak van de bompa-Mercedes, waar ze lekker konden vast vriezen tegen de ochtend ... Echtgenoot mocht de volgende morgen met vier sneeuwpoppen op zijn dak richting bakker ...
Het was 10 uur 's avonds. Ik en Bo hingen uit het venster en genoten vanop afstand van de mannelijke sneeuwpret. Bo schoot fotootjes.
Nelleke wreef duizenden kopjes op mijn ondertussen ver-eelte kuiten en ronkte als een kleine sneeuwruimer. Dikke Raf lag met een smile als een kleine exhibitionist mét orgasme, op zijn rug, vier pootjes wagenwijd open, op het warme tapijt.
Noah knutselde de Cootjes als sneeuwmannenfamilie in verse sneeuw en plakte ze op het dak van de bompa-Mercedes, waar ze lekker konden vast vriezen tegen de ochtend ... Echtgenoot mocht de volgende morgen met vier sneeuwpoppen op zijn dak richting bakker ...
Het was 10 uur 's avonds. Ik en Bo hingen uit het venster en genoten vanop afstand van de mannelijke sneeuwpret. Bo schoot fotootjes.
Nelleke wreef duizenden kopjes op mijn ondertussen ver-eelte kuiten en ronkte als een kleine sneeuwruimer. Dikke Raf lag met een smile als een kleine exhibitionist mét orgasme, op zijn rug, vier pootjes wagenwijd open, op het warme tapijt.
Ik was thuis. En het was fijn thuis te komen bij mijn lievelingen.
Weemoedig Krisje

Geen opmerkingen:
Een reactie posten