zondag 22 maart 2015

Ode aan mijn Dwerg Pinchers !

Het kriebelt al een tijdje ...

Ik wil een hond. Voilà, het is eruit !
En toch, die twijfel, hé.


Ik ben in de oranje-bruine seventies opgegroeid mét hond en kat. Ik heb in mijn groeiproces tot jongvolwassene twee hondjes gehad, allebei Dwerg Pinchers. Een Dobberman, maar dan in barbieformaat. Een Chiwawa avant la lettre, die we ten gepaste tijde poppenkleedjes aandeden.

Ons eerste woefke kwam aangewaaid op mijn verjaardag. Ik mocht een hondje kiezen bij mijn peter, wiens teefje kleine hondjes had uitgebraakt. In die tijd gaf je nog gewoon hondjes over en klaar was kees. Dat hondjes er van achteren uitkwamen, ik had geen idee.

Hij was nog geen 10 cm hoog, leek op een volbloed racepaardje en dus werd er na overleg met ouders, broer en zussen beslist om dit micro-hondje te vernoemen naar onze held van weleer, Black Beauty, in de volksmond werd dat dan Onzen Bijoetie.

Onzen Bijoetie vond mijn kleine peuterhandjes maar niks en waarschijnlijk is hij een paar keer door mijn mollige vingertjes gedonderd en wijselijk koos hij mijn zes jaar oudere zus als soulmate. Tot zo ver mijn wonderlijke verjaardagsgeschenk.

Onzen Bijoetie sliep op de meisjeskamer; drie zussen en een hond. Dat waren nog eens schone tijden. Over die meisjeskamer kan ik ook nog zo veel vertellen, maar dat is voor een andere keer.

En zo groeiden we samen op in dat kleine huis op de Prairie. Een kroostrijk gezin, mét kortingskaart van den Bond, mét een hond, een kat en een heleboel vissen.

Op een pinksterzondag in '79 kwam onze kleine rakker bruut aan zijn einde. Het dagelijkse belletje van de bakker, die toen nog brood aan huis bracht (wat een luxe), was voor Onzen Bijoetie het signaal om het hazenpad te kiezen. Ding Dong en weg was ie, elke dag, op zijn dagelijkse wandel langs buurteefkes en andere schone poppekes.
En geregeld kwam hij stinkend thuis en had hij ergens een 'pispot' over zich gekregen. Stoute mensen, ze zijn van alle tijden.

Maar die zondag werd onzen Bijoetie aanzien als een klein konijntje en was er daar nen wrede jachthond, Brutus, van twee straten verder, ook op wandel door het belletje van de bakker. Hij beet onze kleine Pincher in zijn rugje en schudde er ne keer goed mee, alsof onzen Bijoetie zijn speelbal was.

We schrokken ons een bult toen hij kwam binnen strompelen met open rugje. Hij is die Pinksterzondag nog geopereerd, maar het mocht niet baten. Onzen Bijoetie stierf die avond en veroorzaakte een laag drukgebied boven ons kleine huis op de Prairie.

En er waren getuigen van dit vreselijke drama.

Onze furieuze mama mét ballen sprong nog op haren fiets om de madame van de jachthond ne keer goed haar gedacht te zeggen: ik stond erbij en keek er naar. Madame, uwen hond heeft mijnen hond opgegeten ! Wat zegde daar van! Maar de madame zei niet veel, ze leek wel stoned, en mama en ik dropen af. 

In spreidstand zat ik achter ons mama op de bagagedrager, hield mijn handjes rond haar middel, legde mijn hoofdje tegen haar rug en huilde zachtjes om de stomme madame, wiens stomme hond Onzen Bijoetie had opgepeuzeld.

Vier onthutste kindjes zetten die avond hun kraantjes open. We weenden de oogjes uit onze koppen. Buren hoorden ons wenen en kwamen troost bieden. Maar niks kon ons troosten, tenzij ...

Een nieuw hondje. 

Er kwam weer een hondje in ons leven, weer een Pincherke van een scheet groot, een dwergje, met nog rafelige korstoortjes en getopte staart. Verschrikkelijk, ik weet het, maar in de seventies mocht je nog gezwind oortjes van honden knippen met je papierschaar.

Dees reuke was goudbruin. Hij stond daar op zijn eerste wiebelende beentjes en hij zag er uit als een bang hertje en dus doopten we hem Bambi.

Maar Bambi bekte toch niet zo goed en na overleg beslisten we dat Bambi waardig genoeg was om de naam van zijn voorganger te dragen: Beauty! Ondertussen was ik negen en was mijn Engels al wat beter en begreep ik dat hij Schoonheid noemde, daar waar ik nog dacht dat Bijoetie één of andere hippienaam was.

De nieuwe Beauty was een testosteronbommetje en neukte al wat in zijn straal van 1 meter kwam. Het strookte niet met mijn poederroze kinderwereld. Hij reed de hele dag paardje op een kussen dat 4 keer zo groot was als hem, hij besprong elke passant die thuis op bezoek kwam en klikte zich vast aan zijn scheenbeen. Olé. Het leverde gênante taferelen op.

Hij mocht mee op vakantie. Naar een verre bestemming, zoals De Ardennen. We reden met een bruine Mazda. 4 kindjes op de skai achterbank. Bij hete temperaturen plakten we vast aan de warme skai met onze blote billetjes. En dan was er nog een dolgedraaide Pincher die van links naar rechts toertjes liep over onze schriele beentjes. En als we pech hadden, werd onze Viagrahond ook nog eens wagenziek en kotste hij ons onder. Wat een fijne herinneringen zijn dat toch.

Hij was echt een deel van het gezin. Op een dag kwam het zo ver dat ik dreeg de hond in stukken te snijden met een boterhammes. Ouders gaan werken, kinderen alleen thuis ...
Broer en twee zussen hadden zich die namiddag tegen mij gekeerd, ruzie in het kleine huis op de Prairie, met vier kinderen was het altijd ambras. Meestal was de strijd twee tegen twee. Maar nu was iedereen boos op lief klein zusje.

Enfin, leep als ik was, wist ik dat ik onze hond moest opofferen om de hartjes van broer en zussen te raken. En dus liep ik met mijn bot boterhammes achter een kwispelende staartloze hond ... dat waren nog eens tijden.

En ook hij is gestorven. Wat een drama. Ik herinner me dat ik een nieuwe job gestart was, die me totaal niet beviel ... maar wat deed ik eraan.
Een telefoontje van het thuisfront om te zeggen dat onze kleine Beauty gestorven was, in de armen van zijn beste vriendin, ons Lobke, de poes.

Ik begon te snotteren en een collega kwam me troosten : jij werkt hier echt niet graag, hé. Euh ...

Sinds mijn huwelijk met Echtgenoot zijn er geen honden meer te bespeuren. Officieel zijn we kattenmensen. Onze introverte karakters, mét grote bek, leunen meer aan bij de gracieuze, eigenwijze katten dan bij de afhankelijke honden. Katten gaan op kattenbakken en doen hun ding. Honden gaan niet op kattenbakken.

Maar toch, ineens kriebelt het. Getuige hiervan de volgende overpeizingen tussen mij en Echtgenoot.

Er is een vijfdehands auto in de running om bezit te worden van ons Krisje. Een kruising van een Jeep met een tank. En nee, geen Duster.

Na een proefritje zei ik tegen Echtgenoot : ik wil de tank wel, maar alleen als er een hond wordt bijgeleverd. De koffer is echt gemaakt om een hond in te zwieren, schatje ...

Ergens ten velde met Echtgenoot in de Bompa-Mercedes : Bollie, dat ben ik dus, ik denk eraan om terug te gaan vliegen. Echtgenoot vloog tot voor kort met een klein vliegtuigje, maar heeft vieze dingen meegemaakt in de lucht en besliste om zijn ULM aan de takken te hangen ... En figuurlijk vliegt hij ook regelmatig, in mijn droomwereld. Enfin.

Goed voor jou, schatje, maar dan wil ik een hond.
Meen je dat nu echt, waar slaat dat op ? Kakelde Echtgenoot. Vreemd inderdaad.

Alsof er ergens een eenzaam hondje in een koud asiel telepathisch contact maakt met mijn gevoelig brein ...

Dus, ja we willen een hond, maar we gaan over geen nacht ijs en we zijn ons bewust dat we er een levend wezen bij nemen, waar we matuur en verantwoordelijk moeten over handelen.

En dan komen de twijfels. Wat zal onze koninklijke tweeling ervaren ? Zitten Raf en Nelleke te wachten op een stiefbroerhondje ? Zijn ze hier niet te oud voor geworden? Zal Nelleke dat nieuwe hondje niet bruut de kop inkloppen, zoals ze bij Raf placht te doen. Zal Raf niet overstresst de haren van zijn roze pootjes likken en me opzadelen met een berg haarballen? 

Of zullen de poezen Sukkelhondje omarmen en zich terug in de fleur van hun leven wanen ?

En wat doe je met een hond als we met vakantie gaan, zo een 128 keer per jaar als het van Echtgenoot afhangt ?

Zullen wij de komende jaren elke dag met dat hondje gaan wandelen, meermaals per dag. Zullen wij met plezier hondendrollen opvangen in plastieken zakjes? Ik zie het mijn tieners nog niet doen.

Daar waar we in de seventies met Onzen Bijoetie gingen wandelen en zorgeloos lieten kakken bij de buren. Dat mocht toen. Ja, de tijden zijn veranderd, hé. Hoewel ik denk dat de buren niet happy waren als ze het gras afreden met hun grasmachientje ...

Zo vele vragen. Zo vele angsten.
Mijn hart weet het wel en ik sta te popelen om een sukkeltje uit het asiel te redden.
Hoewel de gedachte aan het kiezen uit een hele reeks hondjes me nu al van streek maakt, want in theorie wil ik ze allemaal redden.

Zucht, wie kan me overtuigen ?
Wat zijn jullie bedenkingen en ervaringen hierbij ?

Krisje








zondag 15 maart 2015

Ik heb een toet toet toeter op mijn autoscooter !

Ik heb een fabricagefout ! Meer dan één, dat weten jullie ondertussen allemaal, maar laten we het vandaag houden bij het ongecontroleerd meppen op de toeter van de chauffeur waar ik naast zit. Gilles de la trompette!

U mag al beginnen in uw haar krabben.

Meestal is die chauffeur simpelweg Echtgenoot. En u kan zich dus voorstellen in welke gênante situaties Echtgenoot al beland is door mijn toedoen en welke boze blikken al werden afgevuurd op mijn arm ventje die meestal zelf opgeschrikt achter het stuur zit. Hij ziet de rechtse aanvallen van zijn vrouwtje echt niet aankomen.

Vorige week zondag, een stralende eerste lentedag en we beslissen een terrasje te gaan doen in ons mooie Leuven. Ter hoogte van Option op de N264 in Heverlee, steekt er een kar, getrokken door twee schone paardjes de straat over. Het is een surrealistisch maar mooi beeld. Je verwacht daar geen paarden. Een voetganger met hond kruist dit wonderlijke schouwspel en wat had je gedacht, de hond draait als een gek met zijn achterste, dolenthousiast bij het zien van andere viervoeters. Te veel stress voor de hondeneigenaar en het volgende moment wordt het hondje bruut berispt ...

Tijd voor het toeteralarm.

Fysieke en verbale mishandeling van viervoeters en kinderen is voor mij het signaal om in actie te schieten. In een milliseconde slaat mijn linkerhand op de toeter van de Bompa-Mercedes en klinkt het geluid van een imposante scheepshoorn door de randgemeente van Leuven. Heel even staan alle verkeer en toeschouwers stil. Creepy.

De hondenmishandelaar kijkt naar de Bompa-Mercedes, maakt oogcontact met ons Krisje en ik, ik steek triomfantelijk, maar boos mijn fuck-you-vinger in de lucht.

En dan vanop de achterbank : Mama, wat doe je nou ? 
Opkomen voor die arme hond, da's toch simpel, duh !

Later op de dag op ons terrasje lopen de rillingen over mijn rug en slaat mijn fantasie op hol. In het zes-uur-journaal hoor ik van twee op hol geslagen paarden die onder een vrachtwagen zijn terecht gekomen, opgeschrikt door een verdwaalde toeter ...

Bezint eert ge begint, ik weet het. Ik heb het toetersyndroom, Gilles de la trompette en het getuigt van onvolwassen gedrag. Mea Culpa. Zelfkennis is het begin van alle wijsheid.

Maar die arme beestjes, hé. Zo heb ik ooit bijna een knokpartij in gang gezet op de Brusselse  Ring.

Ik ben met Echtgenoot op weg naar onze sauna in Dilbeek. Dilbeek, als in ... de buurt van Anderlecht, als in ... de buurt van het slachthuis. Dus is de kans groot om op de ring vrachtwagens te passeren met kleine roze bange biggetjes op weg naar hun vreselijke marteldood. Als hoogsensitieve, geflipte toeschouwer voel ik letterlijk de angst van deze arme varkentjes ... en wat doet angst met een mens als ik, me boos maken en dus ... was het tijd voor het toeteralarm.

Alvast mijn excuses. Maar in volle vlucht mep ik op de toeter van Echtgenoot en steek alweer mijn fuck-you-vinger in de lucht. Mijn gebaar mist echter zijn effect op de onnozele vrachtwagenbestuurder, maar wordt wel opgemerkt door een agressieve BMW-man die nu als een bezetene naar ons achterste begint de knipperlichten en het volgende moment komt bumperkleven tegen de Bompa-Mercedes. Ik probeer de BMW-man duidelijk te maken dat ik niet hem wil fucken, maar wel de varkenskiller. Maar hoe meer groteske bewegingen mijn oncontroleerbare handen maken, hoe kwader de man wordt ... Houston, we hebben een probleempje. Plankgas Echtgenoot !

U begrijpt dat Echtgenoot mij al meermaals heeft willen wurgen op de passagiersstoel en met reden. Maar dan zou hij nog achter de tralies vliegen ook ... ocharme.

Nog zo'n gênant momentje. Lang geleden. Nog geen kinderen. Ik en Echtgenoot werkten bij elkaar in de buurt en reden gezellig samen naar het werk. Dat waren nog eens schone tijden.

Op een mooie lentemorgen stonden we opeens stil in een minifile voor het rode licht. Het licht wisselde van groen naar rood naar groen, maar de auto's bleven stilstaan. De tijd tikte en de werkgevers wachtten.

Te veel stress voor ons Krisje en dus was het tijd voor het toeteralarm. Ik mepte meermaals op de toeter van Echtgenoot zijn stuur. Meer dan één keer dus. Ik ben echt Animal in de auto! 

En plotseling wierp iedereen in de buurt van ons kleine autootje een verschrikkelijke boze blik naar Echtgenoot. Oh Oooh ! Bleek dat er drie auto's voor ons een omaatje in panne stond. Enkele koene ridders waren hun auto uitgesprongen om dit omaatje met auto aan de kant te duwen. De koene ridders werden onthaald op een warm applaus, terwijl arme Echtgenoot werd dood gestaard. Mea Culpa.

Zelf ben ik ook eens pijnlijk ten onder gegaan, zonder Echtgenoot deze keer. Af en toe wordt hem wat rust gegund. Ha !

We woonden nog in Zaventem. Onze verkaveling stond slechts met één straatje in verbinding met de rest van de wereld. Het straatje liep parallel met de spoorweg en werd gescheiden door een stoep. Niks wereldvreemds dus. Alleen was de stoep waanzinnig hoog en reed ik toen met een smurfenblauwe Daihatsu Charade, die waanzinnig laag tegen de grond plakte. Ge voelt me al komen.

Op een schone maandag streken er werkmannen met camions neer in dat kleine straatje en werd er van ons arme zielen verwacht half op de straat te rijden en half op de stoep. Elke ochtend, op weg naar mijn werk, stierf ik een kleine dood. Ik had het gevoel dat er witte  vonken uit de onderkant van mijn autootje kwamen.

Op een schone vrijdag, diezelfde week, was ik het kotsbeu en had mezelf zo opgefokt bij mijn vertrek thuis, dat ik op het moment dat ik aan mijn ik-rijd-op-twee-wielen-huzaren-stukje moest beginnen, ik eerst eens goed op mijn toeter klopte en dan, ja ja, een fuck-you-vinger opstak naar die verbouwereerde straatarbeiders. Ik riep nog: Merci, hé, ambetanteriken!

En dus reed ik over stoep en straat, op mijn rechtse zijde, linkerwielen in de lucht ... na 20 meter maakte mijn vier banden terug contact met de ondergrond, trok ik woedend op en .... knalde op één van de geparkeerde camions ... en toen moest ik nog uitstappen ook.

Wat er toen volgde heb ik wijselijk gewist uit mijn geheugen, wegens te traumatisch.

Hier thuis zijn we er ondertussen van overtuigd dat ik een vrouwelijk afkooksel ben van Tom Waes, den Tom Waes, maar dan zonder de nood aan adrenalinekicks.

Ja, ik heb ook een groot gevoelig hart en grote bek voor alles wat leeft en onderdrukt wordt en ik leef ook op de toon van mijn emoties.

Ja, ik heb ook een hoge verbale IQ. Vraag me niet hoeveel de vierkantswortel is van vier ... maar lullen kan ik als de beste. Ik lul jullie met gemak naar de eeuwige jachtvelden en terug.

En ja, ik vloek ook als een ketter, meermaals per dag. Want geduld is een schone zaak ... alleen heb ik het niet. En zo schalt er hier een constante godverdomme-echo door het Droomhuis.

En dus toeteren we er maar op los.

Nogmaals mijn oprechte excuses aan mensen die ik door mijn toeter in de problemen heb gestort.

En dan nu in therapie ! Alweer !

Krisje de la Trompette !



Echtgenoot was deze week de reviseur van dienst. Hij mocht op zoek naar zet- en andere duiveltjes in deze blog. Al eens getypt met nagels van 2 cm lang? Ik raad het niemand aan,  maar ben wel trots op mijn authentieke, meest onhandige, heksennagels.

Na het lezen merkte Echtgenoot fijntjes op dat ik mijn wildplassers was vergeten. Maar natuurlijk! Want als er iets is wat ik niet leuk vind, dan is het moeten staan kijken op mannen die hun piet langs de kant van de weg tentoonstellen. Zitten wij vrouwen daar op  te wachten ? Zitten wij vrouwen ook met ons gat bloot in de berm ? Ik dacht het niet.

En dus is het tijd voor een toeteralarm! Elke keer ik een wildplasser betrap, toeter ik keihard, in de hoop dat de man in kwestie hard schrikt en zo dus over zijn handen en schoenen plast.

Gestoord ik weet het. Dus mannen, de volgende keer dat jullie in Duisburg en omstreken zin hebben om tegen een boom te plassen ... kijk twee keer over jullie schouder. Ha !

Een gewaarschuwd man is er twee waard.


En ook nu nog een beetje reclame voor mijn tentoonstelling : http://www.hetdroomhuis.be











zondag 8 maart 2015

Zomaar, een doodgewone week !

Er was eens een zwart avant-gardistisch huisje, gelegen in het Honderbunderbos ... er had ooit een malafide aannemer een vloek over uitgesproken, nadat de man in kwestie zwaar rond zijn oren gekletst was, verbaal dan, door de dame des huizes, die zich in haar kinderlijke onschuld natuurlijk van geen kwaad bewust was ...

Het huisje en zijn bewoners gingen zwaar gebukt onder de plagen en pesten die op hen los gelaten werden.

En toen brak de zon door de zwarte wolken, want daar verscheen deze week een rondborstige toverfee, bh-cup F, met lange lokken en yes, ze verbrak de vloek en liet ons happy maar verdwaasd achter als drie onnozele kikkers.

Drie ? In alle turbulentie had ik niet gezien hoe ze brave Echtgenoot had geschaakt en dat mijn ventje mak en verlekkerd had plaats genomen, achter haar, op dat schoon witte ros ... en samen reden ze de horizon tegemoet.

Sprookjes bestaan niet, jammer.

Deze week geen tsunami's en dus ook geen spannende verhalen. Goed voor mijn tikker, die ondertussen een tikkende tijdboom is geworden, niet goed voor mijn litteraire nonsens ... 

Laat ik jullie meenemen in mijn doodgewone week. 

Er was eens een S****ng-bananen TV. Op donderdag is het monster, ondersteboven buiten gedragen door een ferme technieker. Remember, de grootte van een tapijt waarop een kloostertafel en 12 stoelen in het niet verdwijnen ... deze TV werd dus in mijn kleine hall ondersteboven gedraaid en in een kartonnen doos, met makke bodem, gezwierd. Ik hield mijn tikkende tijdbom vast en durfde even niet kijken. Met een beetje geluk wordt de twee-maanden-oude-bananen-tv onder garantie omgeruild naar een nieuwe, dus maakte het niet uit of de tv met fluwelen handschoenen van de glazen trappen werd gedragen of dat de technieker hem gewoon een trap onder zijn kont verkocht en van de trap sjotte. De tv is nog steeds niet getest door een technieker, strange, maar is nu wel van onze muur verdwenen ... wordt vervolgd.

Op zaterdag beleefden we een superdagje. Na onze klote week was het tijd voor een dagje vermaak. We hebben een stel vrienden, Pim en Pom, ze houden van hun anonimiteit en ze wonen aan de andere kant van ons Apenland. Leuven kenden ze niet, enkel van naam en van geruchten en van zotte mensen die hier zouden wonen.

We boekten een gids en deden de Hapje Stapje Toer door onze Schone Vlaamsche Stad. De punten voor sfeer en gezelligheid waren top. Tegelijkertijd met onze culinaire rally door de stad van de Petermannen was er eveneens een optocht van carnavaleske gedrochten. Die van twee weken terug, maar dan nu in 't daglicht. De dochter voelde zich aangetrokken door deze bloeddorstige vampieren en had liever gaan snoepjes vangen dan met ons 'ouden van dagen' op tocht te moeten door een voor haar heel vertrouwde stad. Het was moeilijk om haar aandacht bij de gids te houden, steeds ging haar kopje smachtend uit naar pijnlijke projectiel-snoepjes die rakelings langs onze hoofden scheerden. Af Bo !

De gids zelf voelde zich wel heel hard aangetrokken door ons Krisje. Alsof zijn mooie woorden exclusief voor mij bedoeld waren ... twee uren lang keek hij me in de ogen, negeerde de anderen ... zeer vermoeiend voor mezelf. Ik hield mijn mond in een grote smile geplooid en luisterde aandachtig naar zijn spannende verhalen. Ik moest me wel de hele tijd focussen, want eerlijk gezegd werden mijn ogen richting neus van de gids getrokken, die fluogeel oplichtte, want ja, Fluoman stond in zijn kielzog.

De mannen van het gezelschap maakten trouwens geen schijn van kans. Vragen en opmerkingen verdwenen in het carnavalgejoel. Bleek dat onze gids een hoorapparaatje had, dat speciaal stond afgesteld op mijn frequentie. Voor het gepeupel onder de toeschouwers bleef onze gids potdoof. De mannen gaven het op. En nadien bij pot en pint hebben we er hard om gelachen.

De trip was geweldig : hapjes bij Rondou, den beenhouwer waar Jeroen Meus geregeld komt, bij de Walvis, de viswinkel en bij Elsen, de kaasboer, beide in de Mechelsestraat ... We dronken een lekker zoet likeurtje Lovania aan de oevers van de Dijle onder het toeziend oog van ons Fier Margrietje. En we aten chocolade Fonskes. Leuvenser kon niet.

Ons Bo die geen snoepjes had kunnen bemachtigen werd nu beneveld door een allereerste slok alcohol in haar leven. Fantastische ouders zijn we toch. Allé Bo, Ge zijt nu oud genoeg om ne keer alcool te drinken. En Bo goot de Leuvense likeur braaf naar binnen  door haar verkleumde slokdarm en proefde dat het goed was. Binnen 10 jaar zullen we terugblikken op dit moment als ze met een zware alcoholverslaving kampt en roze olifanten uit de lucht plukt.

En elke keer ik langs de oevers van de Dijle wandel, overvalt me dat koude gevoel. Een rilling die over mijn rug loopt en me even de adem beneemt. Ik was 14 ofzo toen we met de klas een voorstelling hadden bijgewoond in de Minnepoort. Ik en Trinny, mijn vriendinnetje,  waren na de voorstelling even weggeglipt van de groep en gingen een kijkje nemen naar de intrigerende Dijle. 
Er was ter hoogte van het conservatorium geen balustrade toen langs de Dijle, enkel een groen zompig grastapijt. Enfin, om een lang verhaal kort te maken, het heeft niet veel gescheeld of ik lag met mijn klikken en klakken in de Dijle, 4 meter lager ... ik was uitgeschoven en enkel de vinnige hand van mijn vriendin had me gered van de vernedering, en van een verschrikkelijke bots in het ondiepe water. Het zou geen zicht geweest zijn; ondersteboven de Dijle in, met enkel mijn kop in het water. Man, wat waren we stil op de terugweg naar school en nu 30 jaar later spreken we nog steeds over dat beklemmende gevoel dat ons daar overviel. Het zijn de verschietmomenten die worden opgeslagen op de harde schijf.

Het frappanste dat me is bijgebleven van het hele gidsverhaal ? Dat de Parijsstraat niets te maken heeft met de stad van de Liefde, maar wel met een ordinaire soepprei (porei dus). En dat onze Sint-Pieterskerk tot wel drie keer een geweldige gotische toren heeft mogen dragen. Tevergeefs, de architect was geen deskundig ingenieur en de jigsaw-torens hebben het elke keer niet gehaald.

Op donderdag had Noah een afspraak bij de dokter.

Aangezien Noah al weken pijn had aan zijn lies na het voetballen, had hij afspraak bij de dokter. Hij was strikt in zijn orders.
Moeder, ge moogt niet mee naar Jane. Ja, onze huisdokter heeft nen coole naam ...
Ik had Noah wijsgemaakt dat hij voor een liesonderzoek naakt moest onderzocht worden en mijn tienerzoon zat niet te wachten op publiek, zeker niet in de vorm van zijn mama. Mijn fantasie had zich tegen mezelf gekeerd. Ja, maar ik ga mee en laat een uitstrijkje nemen, da's even gênant ..., probeerde ik nog (weirdo mama), maar het mocht niet baten. Ik mocht niet mee.

Maar ik was er gerust in dat zoonlief zijn mannetje wel zou staan.

Enfin, mijn opgeschoten ventje heeft een ontstoken lies en mag weer een paar weken op de bank blijven zitten bij het voetballen. En hij mag weer langs de kine. Yeah.
Hij is 14, bijna 15, een fanatieke voetballer, maar zijn lichaam, dat te snel groeit, brengt hem keer op keer in de moeilijkheden. Van pijnlijke kniegewrichten tot een pijnlijke lies. Hoe lossen we dit op ? Ik ben blij dat hij zo'n gebeten sporter is, die in weer en wind zich volledig smijt voor de ploeg, maar langs de andere kant, vrees ik dat hij roofbouw pleegt op zijn broze lijf, dat nog niet klaar is met groeien. Maar die mannen zijn nog niet bezig met later ... Moeder, Ge zaagt.

Dat kan. Maar weet dat uw moeder haar knieën naar mekka wijzen en dat uw vader plateauzolen, euh, steunzolen, moet dragen, wegens rugklachten, en beiden hebben we nochtans nooit gevoetbald. Ik wil maar zeggen. Levenswijsheid, lieve zoon.

Op donderdagavond keek ik met hem nog even TV en kwam er een reclamespotje langs van Galbani mascarpone. La mama Lucia die de vurige kok Stephane Buyens eens ging uitleggen hoe hij tiramisu moest maken. Bizar, want de kok stond er veel te braaf naast, naar mijn goesting.

Los daarvan liet Noah ineens een nog vreemdere gedachte ontglippen : ik vind die italiaanse mama's echt wel topwijven, die maken elke keer minstens 8 gangen en die zijn nooit moe.

Ik had de boodschap begrepen. Merci, zoon, ik kook meestal één gang en ben altijd moe.

En het volgende moment lagen we strike op de te kleine tweezit.

Fijne week allemaal.


Krisje, de beduusde kikker.


En de komende weken ga ik jullie zot maken met reclame voor mijn tentoonstelling. Binnenkort schreeuwen jullie : Godver, laat ons gerust met al uwe reclam !
Maar ik ben in weze een klein bang vogeltje, gebekt met de snavel van een pelikaan ... 

www.hetdroomhuis.be
Uit in Vlaanderen
Wat te doen ?















zondag 1 maart 2015

Gij zult niet blijten !

Ik denk dat de vloek terug actief is. De vloek die ooit is uitgesproken over het Droomhuis, door één of andere aannemer-trol of troelala, die ik in mijn naïviteit misschien geschoffeerd heb zonder het te weten ...

Waar we het sinds het wegwaaien van ons dak, een dik jaar geleden, het relatief rustig hebben gehad is er sinds 1 januari weeral vanalles aan 't scheef lopen.

En ja, we hebben ons best gedaan om het Droomhuis te omarmen, om er ons nestje van te maken, om alle pijn en verdriet achter ons te laten. En gedurende een heel jaar blies er een warm lentebriesje door de woonvertrekken.

Stilte voor de zoveelste storm ?

Maandagnamiddag is het een schone, stralende dag. Ik ben happy, heb hard gewerkt aan het bewerken van de foto's van een hilarische fotoshoot op zondag. Om half vier maak ik plannen om nog even langs de apotheek te spurten, omdat zowel ik als de dochter dringend onze pil moeten gaan nemen; we hebben beiden geen zin in onbevlekte babiekes ...

Ik schrijd de trappen af met een grote smile op mijn face. Op de trap in de hall hoor ik een vreemd geluid. Het enige dat ik kan bedenken is dat mijn wasmachine zo meteen 10 natte handdoeken gaat uitbraken. Wat een lawaai ! Mijn mondhoeken staan al lang niet meer opwaarts, maar neigen nu met de zwaartekracht naar beneden gedrukt te worden. Ik voel het in mijn kleine teen, het is weer zo ver. En terwijl ik naar de wasmachine spurt, klotst water langs mijn fragiele aanstekers. 
We nemen afscheid van mijn frivole blinkende sloefkes !

Ik kijk naar beneden en zie nu de weerspiegeling van mezelf in een vloer die onder water staat. Yeah, ik ben een verschrikte waternimf geworden.

Water godverdomme ! Water, Water, Water ...ik zie nu overal water en vooral, ik hoor overal water. 

Ik vrees het ergste, maar ik weet dat ik de garagedeur moet openen ... mijn hart bonkt in mijn keel. Ben ik opgewassen tegen de beelden die zo meteen op mijn netvlies zullen geprojecteerd worden ?

De deur gaat open en voor ik het weet sta ik live in mijn eigenste waterkrachtcentrale. De garage, waarin mijn arme Mini staat, is veranderd in een surrealistisch waterparadijs. Het enige wat nog ontbreekt is een breedlachende gebruinde Australische surfer. Hi Krissie, it's great in here, come and let's get drunk ...

Dees kan toch niet. Ik zie een waterstraal van 25 cm breed de lucht in gaan, kaatsend tegen de auto, kaatsend tegen de telecominstallatie en elektriciteitskasten. Dit moet stoppen.
Call 911 !

En dus bel ik ... Ja, met Echtgenoot aan de lijn ... Help, ik verdrink. Ik krijg instructies om de waterkraan toe te draaien. Daar zou ik zelf niet op gekomen zijn. Ik hoor nauwelijks iets, het water buldert erop los. De waterkraan, ik ga op zoek, zo vele kranen ... voor hetzelfde geld draai ik de gaskraan nog open en blaas ik de boel helemaal de lucht in. Zou dat geen oplossing zijn.

Ik trotseer de krachten van Neptunus, vind een blauwe kraan, die eerst lijkt zot te draaien en dan lukt het me ... het gedaver ebt weg, ik hoor mezelf terug ademen of is het panisch hyperventileren.

Echtgenoot springt in de Bompa-Mercedes en haast zich naar het verdronken Droomhuis.

En ik ? Ik schakel mezelf in apathische dierentuin-modus. Gij zult geen traan meer laten voor mankementen aan uw Droomhuis ! En dus kijk ik verstard en emotieloos rond me, spring in Bo's groene kikkerbotten en ga als een forelvisser de schade opmeten. 

De garage, de hall en Noahs kamer drijven. De oprit en de straat druipen door de locale  tsunami.
We nemen foto's voor de verzekering. Bellen de verzekering. De verzekering doet lichtjes lastig, toch weer niet. Ja, wel. We hebben er een tienbeurtenkaart. De tweede al. Het alarm loeit er, bij een incoming call van de Cootjes.

Het opkuisen kan beginnen. De dierentuin-modus helpt. De kinderen komen van school en Bo merkt stralend op dat ik aan mijn grote schoonmaak bezig ben. Joepie, de lente hangt in de lucht ! Ons mama die met zoveel water kuist, amai ! 

Neen Bo, toch niet. 

We zien nadien dat een filter van de waterverzachter, een glazen pot, 30 cm hoog en bestand tegen 8 bar, gebarsten is over de hele lijn. Vandaar die grote krachtgolf ... Dus effe de mannen van de waterverzachter bellen. A*******ce. Ja, 't is met ons, de Cootjes, het is de tweede keer weeral dat het Droomhuis verzuipt op anderhalf jaar tijd en technisch gezien is dat jullie fout ... ze beloven de volgende ochtend ons te komen depanneren. Tot dan, geen toiletten, geen stromend water.
Hoe moet dat dan ? Paniek in de opengesperde ogen van de tieners. Stront aan de knikkers.

Nog lichtjes in shock rijden we die avond naar frituur Sabrina. Het eerste wat ik bestel is een Porto-ke. Ik doe dat nooit en voel me een beetje Carmen. Ja, madame, de waterleiding is gesprongen, ziet u ... Sabrina heeft met me te doen.



De nacht van oud op nieuw zucht ons afwasmachine een laatste keer. Twee jaar en een dag oud. Een echte M***e. Brol dus. Laat u niet vangen, lieve mensen door blinkende merknamen. Al onze keukenapparaten zijn van M***e, met dank aan de luxueuze trekjes van Echtgenoot, die spaarzaam is in zijn aankopen, maar steeds voor het duurste en het beste gaat. Ik ben ook niet perfect.

Het camionnetje van M***e staat hier met de regelmaat van de klok voor de deur. En die mannen gaan hier niet buiten met een factuur onder de 200 euro ...
Ook nu weer niet. Het herstellen van de afwasmachine kost ons 550 euro. Gij zult niet blijten !

En op de vraag of meneer de technieker ook even naar de frigodeur kan kijken, die ook moeilijk doet ... tja, hij kijkt er letterlijk naar ... en zegt dan dat er een andere technieker moet komen, gespecialiseerd in frigodeuren. Misschien maar direct een nieuwe frigo kopen, in den Aldi, deze keer.

En elke keer ik heet water wil pakken in het ingebouwde M***e-koffieapparaat, niest de machine droge snot in mijn tas met oploskoffie, alvorens water te spuwen, zodat keukenkasten en mezelf volhangen met een bruine smurrie. Godver. Elke morgen zwarte piet-toestanden. Even naar de collega-koffie-apparaten-technieker bellen misschien ?

Vrijdag zijn we in blijde verwachting van alweer ... een technieker. Alle wegen leiden naar het Droomhuis.

In de kerstvakantie koopt Echtgenoot een nieuwe breedbeeld TV, curved zoals een banaan. Hij palmt de hele livingmuur in en als we de ondertitels lezen gaan onze vier hoofden synchroon in 10 seconden van links naar rechts ... 

En zeggen dat ik een simpele ziel ben, echt geen luxebeestje ... ik ben al blij met een hutje, waarin ik mijn Didi-kleedjes en Essentiel-handtasjes kan ophangen. Maar ik ben met James Bond getrouwd, die houdt van champagne en dure tuxido's. En in de aankopen voor het Droomhuis, volg ik altijd de wijze raad van Echtgenoot, omdat het me echt niet interesseert met welk merk van oven ik mijn lasagne moet opwarmen ... En als ik dan wel eens een voorstel doe ... zo wil ik mijn te kleine Mini verruilen voor een praktische goedkope Duster, ja, dan valt Echtgenoot spontaan in een driedaagse coma.

Ons DNA matcht voor 98 %. Alleen is hij een asperger-ingenieur en ben ik een HSP-knettergekke kunstenares en houdt hij van zijn materieel comfort en ik van mijn geestelijk comfort. Het DNA met een chimpansee scheelt ook 2 %. Wie is hier de aap in dit hele verhaal? Maar we wijken af. Ik ben zéér blij met mijn 98%. Het bijna perfecte plaatje.

En ja hoor, deze week, geen klank meer uit de bananen-TV. En dus is het vrijdag wachten op een Zuid-Koreaanse technieker, één of andere Oen ... die niet zal opdagen. En ja, ze zijn vergeten ons te verwittigen. En ja, het is zeker nog drie weken wachten op een wisselstuk. Er is nog geen technieker in de buurt van de bananen-TV geweest, maar ze weten al wel welk stuk naar de Filistijnen is. S*****g-technology !


En om het helemaal af te maken ... deze week drupte er water uit mijn schoon wit plafonneke van de studio.

Ik negeer het. Ik sta dezer dagen chronisch in dierentuin-modus. Het werkt. Ook al heb ik zin om eens heel hard te janken. Neen Krisje, Gij zult niet bleiten ! En uw schildklier zal zich niet vullen met helium en transformeren in een tennisbal ! En als de psychologe meeleest, schudt ze nu bedenkelijk met haar hoofd ...


En volgende week hopelijk een blog waarin u kan lezen dat er een schone toverfee op bezoek kwam en de vloek magischerwijze ophief ... en ons alle vier beduusd achterliet als vier onnozele kikkers.

Let's hope.

Krisje van de dierentuin.



En mijn hart is nu bij alle apatische diertjes op deze planeet.
En bij alle mensen die in erbarmelijke omstandigheden moeten leven zonder stromend water en toilet, enzo.











zondag 22 februari 2015

From Dusk Till Dawn, zonder Clooney !

Ik dacht er een weekje tussenuit te knijpen. Deze week geen blog. Maar ik heb de laatste tijd een mini fanclub gevonden die trouw elke zondag op post is. En dat helpt.
Bovendien zie ik het een beetje als mijn dagboek en schrijf ik het dagdagelijkse leven van me af en ventileer ik alles wat er rondom mij gebeurt, zodat ik er al dan niet glimlachend kan op terugkijken.

En dus.

Gisteren zaten we bij 'onze italiaan'. Een gezellig restaurantje slash traiteur. Je moet het zien als een winkeltje met Italiaanse delicatessen, waar ook nog eens enkele tafeltjes staan. Vader en zoon runnen de boel. Het was veel te lang geleden dat we er nog geweest waren  en toen ik belde om te reserveren, herkende de papa mijn stem en zei in zijn schoonste sarcastische Vlaams met haar op : Mevrouw Maes, dat is lang geleden, gevolgd door een godverdekke met ingebeeld vermanend vingertje à la Louis de Funes.

Oh boy, er boenk op. Maar we werden ontvangen als de verloren zonen en dochters, werden hartelijk gezoend en werden meermaals bedankt omdat we onze koppen opnieuw  hadden getoond in dat kleine lieve restaurantje. Zalige mensen.

En dus zaten we daar en om maar meteen met mijn verhaal te starten : ik en zoonlief kwamen niet meer bij van het lachen. Tussen de linguini en antipasti door haalden we herinneringen op aan een voorval van een week geleden ...

Ik had het allemaal in mijn eigen horrorbelevenis meegemaakt en nu hoorde ik het verhaal en de ervaringen van zoonlief en Echtgenoot, vanuit hun nuchtere droge standpunt.
...



De week ervoor was er een carnavalfuif geweest in ons buurdorp. Noah had last minute beslist om mee te gaan met enkele vrienden; zij het niet verkleed, want dat was niet cool. Is dat echt een zoon van mij ?

Even schoot er nog een vonk uit de voordeur toen die hard werd toegetrokken door junior : Watte, één uur, zijdde gij zot ? Van onze papa mocht ik de vorige keer tot half twee blijven !

Belt dan naar uwe papa ! 
Doen ze toch niet.

Het Droomhuis was te klein en daverde op zijn puberale grondvesten. En weg was hij.

We hadden afgesproken dat hij klokslag één uur moest thuis zijn op zijn assepoes-schoentjes en dat hij de nachtbus zou nemen met zijn maatjes, nauwelijks 3 haltes in een woonomgeving waar de ergste criminele daad dit jaar het verslinden van drie kippen was door een wulpse rosse vos. Ik was er gerust in. En toch.

Ik woelde die avond in mijn bedje. Echtgenoot snurkte door de nacht en tegen enen klopte ineens mijn hart in mijn keel en floepte Noah door mijn hoofd. Ik was nu officieel wakker en sms'te zoonlief met de vraag of hij in aantocht was.

Nee, de stomme bus komt niet opdagen.

In mijn eerste reactie was ik bruisend en was ontgoocheld in mijn zoon die zich niet verantwoordelijk had kunnen opstellen en zich niet beter had kunnen plannen. Als je om één uur thuis moet zijn, neem je niet om vijf voor één de bus. Kleine pubermannekes dus wel.

En zo liep er daar 't één en 't ander in 't honderd, die verdoemde carnavalsnacht.

Het werd nog een heen en weer gesms, met vooral de woorden godver, kut en stom ... educatief goe bezig. Om half twee gaf ik het op. De gedachte dat mijn kleine Noah ergens ten velde moederziel alleen de nacht stond te trotseren ... ik kon het niet langer aan. 

Ik sprong als een devote ridder in mijn broek en botten en deed mijn jas aan. Geen kousen, nachthemd onder jas. Ik zondigde tegen alle stylingregels van den Didi. Het was toch carnaval en ik hoopte onderweg zeker geen ex-lieven tegen te komen.

Echtgenoot, ik ga Noah zoeken, een draai rond zijn oren verkopen en hem dan veilig thuis brengen. Er kwam enkel een zwaar geknor van de andere kant van het bed. Hoewel, schijn bedriegt.

En daar stond ik dan, midden in de nacht. Ik had met alle elementen rekening gehouden,  alleen niet met de Bompa-Mercedes van Echtgenoot die me de toegang versperde naar mijn vertrouwde Mini.

Godvermiljaardenondedju ! Niet de Bompa-Mercedes. 
Maar ik was moedig. Mijn moederhart klopte wild en onstuimig in het rond, ik zou niet rusten vooraleer Junior in zijn bed zou liggen.

Ik vond de handrem niet. Zo simpel was het. Ik heb daar toch wel 10 minuten staan proberen ... en met de minuut sloeg de binnenkant van de auto aan met nog meer stoom ... ik kookte, maar was ook te trots om Echtgenoot te vragen hoe ik die klote auto van de oprit kreeg.

En Echtgenoot vertelde nadien : ja, en toen dacht ik dat ze weg was. Vroem, vroem, vroem, veel kabaal, de auto die ging ontploffen omdat hij niet uit de startblokken kon vertrekken, maar ik hoorde ze niet vertrekken... ze heeft daar een tijdje gestaan ... ik snapte er niks van.

En terwijl ik daar stond, met een geblokkeerde handrem, landden natuurlijk de buren, in het midden van de nacht. Yo de mannen. Ik lachte en zwaaide gedag, niks aan de hand. De buren gingen naar binnen en ik begon terug op het dashboard te bonken. Voor al uw problemen, slechts één oplossing: mept erop ! (alleen op materiële zaken, hé) En toen zag ik daar een blinkende handrem links van het stuur.

En wijle weg !
Had je gedacht, want ik vond de achteruit niet. Ik deed alle lampjes in brand die ik kon vinden en ging met mijn neus en bifocale bril op de versnellingspoke liggen. Ik zag het nauwelijks.

Noah vertelde dat hij zich de hele tijd afvroeg waar ik toch bleef. Zo ver was het toch niet.

Ik was vertrokken en op mijn weg richting fuif, kruiste ik de nachtbus. Natuurlijk. Zou hij erop gezeten hebben ?

Ik kwam aan op de crime-scene. From Dust Till Dawn, zonder de Clooney. Mijn God. Bomen, stoepen, bankjes, de straat ... overal lagen uitgetelde carnavalszotten. Zombies. Ik kon mijn ogen niet geloven. Ik was terecht gekomen in Dantes Hel. Hoe schattig tieners overdag kunnen zijn, des te meer schrik heb ik van hen als de zon ondergaat.
In al dat gewemel flikkerde ook nog eens een blauwe politielamp ... wat was hier gebeurd ?

En uitgerekend hier, tussen die dwaze tieners moest ik mijn auto parkeren en wachten op Noah.

Natuurlijk, geen Noah te bespeuren. Waarschijnlijk was hij net voor mijn komst verslonden  door een bloeddorstige vampier.

Godverdekke moest ik toch niet bellen onder het strenge oog van de politie. 't is een noodgeval, meneer de police. Mama zoekt zoon !

Noah, waar ben je ???!!! Vier woorden die zich met 150 decibels over het gsmnetwerk verspreidden en eindigden in het broze trommelvlies van zoonlief. Zijn haren wapperden er van.

Ik sta aan de Okay !

What te fuck nog aan toe ? Het brein van van mijn zoon kent nog zo vele geheimen voor me ... en nu sloeg ik helemaal tilt, want dat wilde zeggen dat mijn klein lief arm ventje daar helemaal alleen stond te koekeloeren in de stoute koude nacht.

To the rescue ! Op naar de Okay !

In mijn verbeelding ging het om de echte Okay. Die tieners spreken dan ook heel cryptisch, in rebustaal. In de realiteit stond Noah aan de halte, 200 meter voor de Okay. Wist ik veel.

En zo scheurde ik langs nog meer carnavaleske gedrochten die laveloos en schijnbaar gedrogeerd tussen de bomen hingen en reed richting Okay. Ik brak waarschijnlijk alle snelheidsrecords, beelden verplaatsten zich razendsnel langs mijn zijraampje van de Bompa-Mercedes. Had ik daar een mooie jongen opgemerkt, slungelig en pezig, met armen aan de meter en benen tot de oksels, blauwe jas met pelskap ... Tegen dat ik ontdekt had dat het mijn zoon wel moest zijn, die daar stond te trippelen onder het schijnsel van de lantaarn, was ik hem allang voorbij gereden. Ik ging op de rem staan, de Bompa-Mercedes stond verticaal op zijn voorwielen en ik begon te toeteren als gek. Ik heb op dat moment het hele dorp wakker getoeterd, maar vergeve me. Het was een adrenalinecocktail van opluchting en razernij tegelijkertijd.

Noah kwam er langzaam aangesjoffeld. Alle tijd van de wereld. En toen hij wou instappen ... ging dat gewoon niet. Zometeen volgde een bizar mimespel tussen Noah en zijn moeder, die het knopje niet vond om het portier te openen. Zometeen ging ik geluidloos janken. When doves cry. En Noah bleef maar wijzen en buikspreken, tevergeefs. 

Ik heb uiteindelijk mijn rechterarm gestretcht tot anderhalve meter en het portier manueel geopend. Leve de technologie.

Daar was hij dan, mijn arme schat. Was ik blij of zou ik alsnog zijn strot toeknijpen ?

We spraken geen woord, alletwee onnozel gedraaid. Gisteren vertelde Noah nog dat ik met gemak 100 km per uur had gereden en net geen twee bomekes had ondersteboven gereden bij het binnenrijden van de straat.

Als mama boos is dan rijdt ze hard, normaal rijdt ze als een bejaarde ... vaststelling van de dag. Die door Echtgenoot en dochter werd bevestigd.

Noah is in zijn bedje gekropen. Missie geslaagd. Ik ben tot 5 uur wakker gebleven, wegens te tureluut. Wat dan weer zijn gevolgen had voor de dag nadien. Zombie op Valentijnsdag. Ha !

Fijne week allemaal !

Blendermama











zondag 15 februari 2015

Je suis Chanel !

Bonjour.
Moi, je m'appelle Chanel Vicky d' Hopefully et je suis ... het halfzusje van de Raf. Zeg maar Nelleke.

Chanel als in koket, strant, geraffineerd en geëmancipeerd. Ik lijk een beetje op ons Krisje, van karakter dan, en soms denk ik dat we à la Femen met onze tieten bloot op de stoep van het parlement kunnen opkomen voor de rechten van de katten. Twee vrouwen met  imaginaire ballen. Het zou wel geen zicht zijn, veel tieten heb ik niet.

Hoewel ik niet echt bezig ben met het gepeupel rond mij. Het is al erg genoeg dat ik mijn halfbroer moet dulden.

Laat ik zeggen dat ik een koninklijk leventje leidde voor zijn komst. Ik was een pluchen poppemie en werd verwend met streelpartijen en monologen vol superlatieven, vooral dan door de Heer des Huizes. Mijn prachtige valse noten, mijn schoongebekt gejengel als ik alleen rondzwierf in het Droomhuis heeft ons Krisje verkeerdelijk geïnterpreteerd als : oei, ons Nelleke is eenzaam, tijd voor een speelkameraadje.
En ik had het aan mijnen rekker.

Ik herinner me het nog goed. Krisje en de Cootjes waren een weekendje weg en ik werd als een porseleinen katje toevertrouwd aan de goede zorgen van oma en opa. Een vijfsterrenhotel met vogelvolière. Den Hilton voor katten.

Op zondag, een schone warme lentedag, liepen de Cootjes de keuken binnen met een verrassingspakketje, maar dat had ik direct niet door. Kleine Bo begroette me hartelijk, gaf me duizenden kusjes op mijn Sheba-bekje en nam me in haar kleine armpjes. Het volgende moment draaide ze zich om en staarde ik plotseling in twee verloren gelopen blauwe oogjes. Krisje hield een lelijk Birmaantje in haar handen. Mijn God, wat was dat een lelijk ding! Hij leek op zo'n olifant van Dali, veel te lange benen en in mijn verbeelding leek hij scheel te kijken.

Zeg eens dag aan je nieuwe broertje, Chanel.

Ik kon niets anders bedenken dat mijn urinebuis te openen en plaste eerst over Bo en mikte daarna doelgericht richting baby Raf. Voilà, tot hier en niet verder. Mijn territorium was bij deze afgebakend. En we wisten meteen wie hier de baas zou spelen. Rafke, met een kopje vol kattenpis, begon vrolijk te spinnen.
En bij Boke stonden de traantjes klaar achter die grote blauwe ogen van haar. Oeps.

De Cootjes waren zo teleurgesteld en hoopten dat alsnog mijn houding tegenover dat scharminkel zou veranderen. Krisje droomde van de ideale wereld waar broer en zus in één mandje zouden slapen, uit één potje hun kattenkorrels zouden delen. Nope. 
J'ai des champions in mijnen stamboom en ik had geen zin me te verlagen tot de bastaard regionen van de kattenwereld.

De komende weken blies ik als een op hol geslagen ventilator als Rafke naar me toe kwam gestrompeld op die hoge benen van hem. De kleine idioot gaf het op en sindsdien leven Raf en ik naast elkaar en niet mét elkaar in het Droomhuis. Het zij zo.

Zo af en toe moet ik hem nog op zijn plaats wijzen in de hiërarchische krabpaalboom. En dus klop ik gezwind met mijn gemanicuurde rechterpoot op zijn holle kop. Pok Pok Pok. Gemeen, ik weet het.

Af en toe moet ik oppassen, want vergeet niet dat halfbroer dubbel zoveel weegt als deze ranke barbiepoes met ideale maten, moi dus. Raf is ondertussen uitgegroeid tot een schone  witte leeuw, maar dat zeg ik niet graag hardop.

Zo af en toe, als hij het helemaal gehad heeft met mijn vossenstreken, gaat Raf gewoon boven op mij zitten. En dan piep ik als een kat met een astma-aanval. Ik ga dan te keer als een bitch en klop met mijn fijne krielpootjes op zijn log lijf. En als dat niet helpt, krijs ik met supersonische kattentonen, zodat al het glas en trommelvliezen binnen een straal van 50 meter spontaan breken.

Haar vliegt dan in het rond en heel even gun ik hem het gevoel van de overwinning. We rollen dan als een siamese tweeling tussen het chinawerk van ons Krisje door en breken net geen kostbare potten.
En als we het te bont maken, moeit ons Krisje er zich mee. Awel, wat is dat hier? En dan wijs ik altijd met mijn geslepen teennageltje richting halfbroer om te miauwen dat hij er mee begonnen is ... en Krisje bekijkt me dan met toegeknepen ogen, alsof ze het niet gelooft. Tja.

En zo slijten we hier onze dagen in het Droomhuis. Eten en slapen en een robbertje vechten. Ik volg Krisje op de voet. Daar waar Raf narcolepsie heeft en dus de hele dag slaapt, volg ik haar overal. Mijn madame is er op voorzien. Van een kanten wiegje naast haar bureau tot een camouflage pelsmandje in de living. Als ze kookt ben ik haar sous-chef en hijst ze me op een barkruk zodat ik het kokkerellen kan overschouwen en mee mag proeven. Alleen het bed is meestal verboden terrein omdat ik me te intens vastketen aan haar reuzenvoetjes, zodat ze de slaap niet kan vatten en me nu en dan uit bed sjot. Ik mag niet klagen.

En dan heb je van die dagen dat het af en toe hopeloos verkeerd gaat.

Dinsdag had Krisje het hele Droomhuis gedweild, zuchtend en sakkerend, maar soit, mijn paleisje blonk en ik kon mijn mooie zelf spiegelen in de glanzende tegels.

's Nachts was halfbroer er echter in geslaagd om een mix van onverteerd kattenvoedsel en een haarbal de luxe te verspreiden over de twee verdiepen van het Droomhuis. Hoe hij het gedaan had? Kotsend en tegelijkertijd zijn hoofd rondzwierend als een betonmolen en daarbij nog 14 flikflaks ten berde gebracht. Geen plekje was onberoerd gelaten. En het feit dat zowel Krisje als dochterlief 's nachts op wandel waren gegaan, zwalpend door onzichtbaar braaksel, had er ook geen goed aangedaan. Overal smerige voetafdrukken. ik stond erbij en ik keek er smalend naar. 

Toen Echtgenoot als eerste het licht aanstak op woensdagmorgen volgde al snel een 'T IS NI WAAR, HE !!!!!!

En de dag moest nog beginnen. Krisje merkte 's morgens op dat Raf Nutellastrepen op zijn witte vacht had. Er was die morgen geen tijd voor een grote wasbeurt met een washandje, want één, er zat geen druk op het water van de keukenkraan (ge hebt zo van die dagen ...) en twee, Krisje moest hollen voor haar afspraak in Leuven. Op zo'n momenten zijn ze tijdelijk blind in het Droomhuis en zwieren ze ons op het terras of in de berging met de boodschap ons flink te wassen

Die middag kwam Krisje terug, samen met de monsters en nog een extra monster, want er stond een fotoshoot op het programma.
Krisje heeft een kraakwitte studio en dito achterwand en grond, en dus kwam ik binnenwandelen. Hey, ik de Penelope Cruz van de kattinnen, moest mee op de foto. What did you expect ?

Maar ik had een probleempje. Ook ik had een Nutellapoep en ééntje die verschrikkelijk stonk. De blik van ons madame sprak boekdelen, ook dat nog godverdomme. Ze heeft al stress als er foto's moeten gepakt worden en een kat met bruin stinkend chocogat kon ze missen als de pest. Ik rolde nog even over de witte grond en het fotomodel maakte aanstalten om me te pakken ... Bo, laat snel ons Nelleke verdwijnen, siste Krisje tussen haar tanden. Zometeen begon ze nog te janken of spontaan haarballen te braken, zich afvragend waar ik overal had rondgehangen en nog zou rondhangen. 

En zo werd ik met mijn kliks en mijn klaks uit de studio gezwierd en werd ik ertoe verplicht de kaka eigenhandig uit mijn vacht te plukken en ... op te likken. IK WILDE EEN BADJE ! Waar is het nummer van de Sossen-kattenvakbond ?

Later die dag viel Krisje doodop neer in de zetel. Tijd voor een zenmoment en dat vond ik ook. Ik sprong op haar schoot en hopla daar begon het circus van voren af aan : ons Chanel stinkt! 
Krisje sperde met twee handen mijn bilspleet open (daar ging mijn waardigheid) om er zich van te vergewissen dat er weer geen vervelend Nutellamomentje was aangebroken. Oef geen Nutella. En toch zag ik haar groen wegtrekken bij de gedachte dat ik, poezelige Nell, op haar schootje lag.

Daarop liet ik een warme, natte, gedempte, stinkende scheet, God vergeve me. Zo meteen lag Krisje helemaal in zwijm van mijn zwaveldampen. Call 911.

Maar ze aaide mijn kopje en zei maar mijn klein poppeke, je hebt Felix-krampekes! Arm dutske met je buik vol wind, dat zal wel pijn doen ... Wie heeft jou Felix gegeven ?

Ik wilde nog antwoorden, onze Raf, maar ze zou het niet geloofd hebben.

Er was dus een doos Felix binnengesmokkeld en ja, dat bekomt ons beiden niet. Een Felix-allergie dus. Vandaar de verschrikkelijke vernederende Nutellamomenten mét opengesperde bilspleten. Mon dieu !

Ik lag dus op schoot bij ons Krisje die over mijn opgeblazen buikje wreef. Ik zette mijn brommertje aan. En Krisje zei kom hier dat ik je kus, hoewel ze dat bij nader inzien niet zo'n geweldig idee meer vond.

Nutella Nelleke