Ik kan niet anders dan een blogje schrijven over onze dol-dwaze avonturen ... soms valt de inspiratie letterlijk uit de lucht.
Zondagavond. Het weerbericht voorspelt weinig goeds, er is een storm op komst.
Echtgenoot schiet om 11 uur `s avonds in actie en zet wat losse elementen, die op het terras staan, in veiligheid.
Gerustgesteld kruipen we in ons bedje en laten de gezelligheid van een najaarsstorm over ons trekken.
Maandagochtend, ben al vroeg wakker, te vroeg. Ik had me voorgenomen er een luilekkerdagje van te maken, na weken van lopen en hijgen. Ik hang echter al om 8 uur `s morgens voor de buis en kijk naar een herhaling van het journaal.
Plots gaat de bel. Ik verwacht toch niemand ?
Ik draag enkel een zomerrobeke. Ik heb al twee dagen mijn krullenbol niet geroskamd. Onmogelijk. Dit is niet het moment. Ik sla last-minute een wollen deken om, ga naar de voordeur en doe schuchter open. De rechterbuurman schrikt ... alsof hij is terug gekatapulteerd in de tijd en zich zo juist in het hol van een neanderthaler heeft begeven. Ik zie er uit als Wilma, maar dan zonder been in mijn haar. Buurman had hem andere dingen voorgesteld, een Vlaamsche Schone in roze negligee met mooie glanzende lokken.
Hij excuseert zich, want denkt dat hij mij uit mijn bed gebeld heeft en vertelt dan dat ons dak staat te wapperen. Er staat een zonnepaneel recht ... Hij is bang dat het paneel zal gaan vliegen en brokken gaat maken ...
Ik kan fluiten naar mijn luilekkermaandag. Ik spring in een allesbedekkende kamerjas en ga de straat op om de schade vast te stellen. En ja hoor, er wappert iets, maar geen zonnepaneel ... een lang stuk aluminium van drie meter op 50 cm danst in het rond.
Effe echtgenoot bellen. Hoe gaan we dat oplossen. Echtgenoot komt naar huis. Ik ben er gerust in.
Ik ben zo gerust in mijn superman dat ik nog even de tijd neem om de brievenbus leeg te maken. En wat ligt daar te blinken ? Het geboortekaartje van Febe. Mijn hart klopt in mijn keel, want het kaartje ontwerpen is één, maar het kaartje in de bus krijgen is twee.
Ik ben blij. Het is een mooi kaartje. De telefoon gaat. De mama van mijn schoonheidsspecialiste (van het kaartje), die interim-schoonheidsspecialiste van dienst is ... ingewikkeld ... vraagt of ik mijn afspraak niet ben vergeten. Afspraak ? Ja, dus, compleet vergeten. Leve mijn agenda. De mama is er niet blij mee.
Het ventje landt en de pret kan beginnen. Hadden we op dat ogenblik maar de brandweer gebeld. Maar nee.
We hebben een reusachtige ladder in onze garage, twee keer de lengte van de garage, bij elkaar geplooid. Zo`n schuifding. Zeer onhandig.
Het ventje gaat zo meteen het dak op, zijn leven riskeren bij rukwinden van 90 km/uur.
Schat, houd jij effe de ladder vast !
Het is al een geworstel om dat ding bij deze wind open te schuiven. De wind loeit en het gewicht van echtgenoot houdt ze stabiel. Het ventje klimt over de dakrand en op dat moment begint de ladder verraderlijk te bewegen. Dees kan niet. Ik sla in paniekmodus. Met alle kracht ga ik het gevecht aan met een lomp ding van 7 meter lang en ik voel dat ik niet ga winnen. Bij een volgende rukwind moet ik ze laten gaan, niet wetende waar ze zal landen. Ik schreeuw uit alle macht en doe mijn ogen toe.
Ze landt net niet op het huis van de rechterbuurman. `t is ne keer iets anders dan een vliegend zonnepaneel.
Het ventje zit in de dakgoot. Koekoe.
Ik weet begot niet hoe ik die ladder terug aan de praat moet krijgen.
Ons Bo komt tienergewijs in haar kamerjas in het deurgat hangen, met zo`n blik van, wat zullen we vandaag eens doen ... ik schreeuw : doe je kleren aan en komt godverdomme helpen.
Ze was snel. Maar dan nog, met ons twee lukt het nooit. Ons vrouwenbrein is niet afgesteld op ladders plaatsen.
Ik draai me om en daar staat de overbuurman. Ik schrik me rot, net als hij, want op een maandagmorgen verwacht je geen neanderthaler met een weggerukte ladder ...
Maar hij is heel behulpzaam en samen sleuren we de ladder naar de zijkant van het huis, waar de wind iets minder beukt.
Echtgenoot heeft materiaal nodig en beslist naar beneden te komen. We slaan tilt. De ladder rust met slechts één hoek tegen de dakrand, maar hij komt moedig naar beneden. Ik krijg nog visioenen, als ik er aan denk.
Het is te veel spanning voor de oude achterbuurman, zo`n geflipte familie en hij verdwijnt, ons overtuigend dat het niet meer kan misgaan.
Ik heb dan maar Noah uit zijn bed getrommeld. Nog zo`n slungelige tiener die de ladder moest komen vasthouden en altijd met een blik van : gaat dat hier nog lang duren ???
Maar het lukt ons als familie de ladder vast te houden en papa van beneden moed in te spreken.
Papa is uiteindelijk terecht en gaf toe dat hij evenzeer den adrenalinebibber had. Hij springt terug in zijn kostuum en rijdt terug naar Brussel. Volgens mij flipt hij nog een beetje, want terwijl de adrenaline door mijn oren suist, belt hij om te zeggen dat ik best een foto ga maken van de fontein in Tervuren. Een prachtig beeld in deze storm ... ja dat zal wel ... ik snap er ni veel van.
De ladder hangt terug braaf op haar plaats in de garage. De adrenaline heeft de hele voormiddag door mijn lichaam geraasd en nu, nu voelt het alsof ik ben aangereden door een truck. Moe.
Ik heb blauwe plekken op mijn armen.
En ik heb de hele dag al de slappe lach. Bo wordt er nerveus van.
Ik kan het niet verklaren.
En eigenlijk zijn we heel stout geweest ... zo op het dak klimmen in een zware storm. Eén gouden regel : herhaal deze magische truuk niet bij u thuis.
Hier zijn we allemaal een beetje gaga en goegoe en hebben we ons eigen stuntteam. Haha.
Hier zijn we allemaal een beetje gaga en goegoe en hebben we ons eigen stuntteam. Haha.
En nu is het wachten op de dakwerker.
Fijne week !
Krisje van het kapotte droomhuis.

























