Ik zal het maar toegeven, ik heb een fobie. En wat voor een eentje. Eentje die zich het vaakst uit als we op vakantie gaan. Ik ben waanzinnig bang voor insecten. Bang als in ... mezelf zo belachelijk maken dat het belachelijk wordt. De insecten zijn de vijand. Als ik een zwart beest zie, probeer ik al mijn lichaamsholtes toe te houden, zeer moeilijk met al dat geschreeuw, en zoek ik altijd een vluchtweg.
Ik kan het niet beschrijven, vind er niet de juiste woorden voor. Het is echt een angst ... hoge hartslag, koude rillingen over mijn rug en vooral een gevoel van paniek. Alsof ik de controle kwijt ben over de situatie.
Mijn eerste kennismaking met het zwarte geslacht, dateert van heel lang geleden. Een picknik in het kastanjebos. We zijn aan het opruimen en ik draag in mijn kleine armpjes badmintonraketjes. Op mijn benen drie vampieren, die het bloed uit mijn beentjes lurken. Een allereerste oerkreet van afgrijzen volgt.
Vermoedelijk waren het teken, in 1974 spraken we nog van bloedzuigers. Jakkes.
Ik groei braaf (haha) op tot een volgzame tiener van 16. Een appartementje in Nieuwpoort. Het raam staat open. Het is valavond en het schemert al een beetje. Ik lees een boek en voel iets kriebelen op mijn knie. En dan sta ik oog in oog met twee fluogroene knikkers van oogballen. Een joekel van een sprinkhaan lacht me uit, een grijns op zijn lelijke snuit en dan stuitert hij weg. Mijn gekrijs veroorzaakt een tsunami. De seaking wordt uitgestuurd. Flip is verdwenen en mijn moeder kan me elk moment wurgen, zo verschoten dat ze was.
Toen dacht ik nog niet aan een fobie. Het overkwam me toevallig.
Met de intrede van echtgenoot, kwam ook de fobie in mijn leven. Tiens ?
We verkeerden nog, toen we besloten op vakantie te gaan naar Tunesië. Wat een romantische eerste vakantie had moeten worden, is deels uitgedraaid op een nachtmerrie. De eerste week was ik doodziek, werd platgespoten met medicatie, ijlde en vroeg achter mijn mama. Arme echtgenoot deed nochtans zo hard zijn best. De tweede week planden we een excursie door de woestijn, met overnachting om de eerste week goed te maken.
Ik herinner me nog dat we aankwamen bij het hotelletje in de Sahara. Mijn armen en polsen gekneusd van het vasthouden van kamelenteugels. Ik had zonet vastgesteld dat ik best nooit meer op een kameel kon gezet worden. Het was al donker toen we arriveerden. Het hotel, als enige lichtbron in die o zo grote woestijn. Ik wist niet wat me overkwam. Elke tegel op de vloer was bezaaid met kevers, kakkerlakken en sprinkhanen. Ik sloeg tilt. Bang, bang, bang. Een bezorgde Tunesiër vroeg aan echtgenoot wat er met me mis was. Ik heb indruk gemaakt.
Echtgenoot plantte me op een bed en ging zich verder informeren aan de balie. Bij terugkomst zat ik nog steeds in shock op het bed. In de badkamer was er ondertussen al een kever van 5 cm lang doodgemept.
Die nacht heb ik mezelf ingepakt als een mummie, enkel mijn neus nog vrij. Geen airco. En zo ben ik in de arm van echtgenoot gekropen. Bang voor wat er nog komen zou. En toen besefte ik dat er iets mis was.
Echtgenoot had de kans om nog alles af te blazen, hij hoefde niet met me te trouwen, hij kon nog terug. Want vanaf dat moment werd elke vakantie zenuwslopend. Bij aankomst op de luchthaven in het land van bestemming, kijk ik alleen maar naar de grond, altijd in nerveuze waakstand. Niet leuk.
Nog fijne verhaaltjes.
Op onze honeymoon in Thailand sprak ik de gevleugelde woorden dat het best wel allemaal meeviel. En echtgenoot wist wel beter, zag de kevers kruipen, waar ik ze niet zag ...
Na een week was ik alweer wat relaxter. Overmoed. En dan staat daar plots een reus van een krekel op het voetpad. Of mevrouwtje effe aan de kant wil gaan. Natuurlijk, meneer de Krekel. We zaten op de autostrade van Chiang Mai en ik ben in `t midden van de weg beginnen lopen, tussen de auto`s ...
Op de terugweg naar de luchthaven van Bangkok werden we gebracht in van die standaardbussen, voor de Thai zelf. Die bussen en de zitplaatsen zijn niet breed. De gemiddelde heupomtrek van een Thai is 90 cm, zijn hoogte 160 cm ... het gangpad van de bus was zeer smal. Ik plakte uitgeput tegen het venster... voelde ik iets kriebelen in mijn haardos, was er me iets ontgaan ? Krab, krab, krab in mijn haar en daar kwam een sprinkhaan tevoorschijn. Ik herinnerde me nog dat ik over echtgenoot ben geklommen en vervolgens zes keer het gangpad ben op en af gerend. Zijdelings, al huppelend, want mijn bekken was te breed. Hilariteit alom.
Ik heb een dieptepunt bereikt in Bangkok. We waren er met de kinderen neergestreken. Wat ik nog niet verteld heb, is dat ik vaak op verplaatsing een Darm-Alarm heb. En dan moet er gespurt worden.
We zaten die avond te eten in een proper en verzorgd restaurantje. Ik was zo dom geweest om de gratis aangeboden ijsthee op te drinken. Het duurde niet lang of ik voelde die drang om vulkanisch uit te barsten. Het volgende moment vertrok ik met mijn zoontje van acht naar het hotel. Ik herinner me nog dat kleine handje in mijn hand. Blij dat hij voor zijn mama mocht zorgen.
En toen zag ik vanuit mijn ooghoek een reusachtige kever op de grond. Op dat eigenste moment duwde ik mijn kleine ventje tussen mij en de kever. Zo`n oergevoel dat me overviel; mijn zoontje moest me beschermen! Ik schaamde me dood en besefte dat het zo niet verder kon. We gingen verder en ik zei kom jongen, we gaan terug naar dat mooie beestje kijken. En we zijn gaan kijken, met knikkende knieën. Als een beschermende mama heb ik hem gezegd dat hij zich geen zorgen moest maken. Maar toen wist al, dat het te laat was ... de fobie heeft zich genesteld in beide kinderen.
Er is nog zo`n leuk Darm-Alarm verhaal. We hadden een hele week insectenvrij en bacterievrij door Java getrokken met de kids. We maakten een oversteek met een gammele ferry naar Bali en werden opgevangen door een gids en een lekkere fruitsmoothie.
Yep, binnen het half uur tokte ik op echtgenoot zijn schouder die voor me in het busje zat. Ik zag groen. Er werd nog gestopt om de valies uit de koffer te halen, en op zoek te gaan naar Immodium ... het was geen gezicht ... onze hele inboedel die te grabbel lag op de weg.
En voor die immodium was het ondertussen te laat, dat wist iedereen, want die fruitsmoothie zat ondertussen in mijn endeldarm, klaar om afgevuurd te worden.
We reden nog effe verder ... en het zoontje, dat naast me zat zei dat ik flink moest zijn en nam mijn hand vast om me te sussen.
De chauffeur is moeten stoppen ! Hij vond een verloederd tankstation met openbare toiletten. Ik moest de parking nog oversteken. Jezus, nog aan toe, het ging maar net, duizenden ministapjes, met de knieën tegen elkaar geduwd. Het toilet was een gat in de grond, geen deuren en een biotoop voor al wat zwart was en meer dan vier poten had.
Ik weet nog dat ik daar ter plaatse ten onder ging ... de darmen of de fobie ? Ik hoor de zoon nog roepen: Mama, er zitten drie gekko`s boven je kop. Ik zag hoe zijn papa zijn hand over zijn mond drappeerde. Stopt ermee ! Godverdekke ! Hij was bang dat ik ter plaatse zou flauw vallen.
De waanzin.
Los van de insecten was Bali voor ons het eiland waar we alle vier zijn ziek geworden. Bij een uitstap naar een vruchtbaarheidstempel, in dat zelfde busje, was het nu de beurt aan onze jongen om zich misselijk te voelen. Het was hem nog nooit overkomen. Hij had zich al twee dagen volgepropt met lekkere gazpacho. Olé.
Ik zei dat hij best op de achterbank even kon gaan liggen, toen we zelf uit het busje stapten om de tempel te gaan bezoeken. En dus waren wij net van de bus. De chauffeur had pech. Onze jongen braakte als een echte excorsist 3 liter gazpacho door de bus, tot in de nek van de chauffeur. De excursie was daar meteen geëindigd. De arme chauffeur mocht gazpacho kuisen. We hebben hem een fooi gegeven, waar hij nu, 3 jaar later nog kan op teren.
We waren berucht in Bali.
Los van de insecten was Bali voor ons het eiland waar we alle vier zijn ziek geworden. Bij een uitstap naar een vruchtbaarheidstempel, in dat zelfde busje, was het nu de beurt aan onze jongen om zich misselijk te voelen. Het was hem nog nooit overkomen. Hij had zich al twee dagen volgepropt met lekkere gazpacho. Olé.
Ik zei dat hij best op de achterbank even kon gaan liggen, toen we zelf uit het busje stapten om de tempel te gaan bezoeken. En dus waren wij net van de bus. De chauffeur had pech. Onze jongen braakte als een echte excorsist 3 liter gazpacho door de bus, tot in de nek van de chauffeur. De excursie was daar meteen geëindigd. De arme chauffeur mocht gazpacho kuisen. We hebben hem een fooi gegeven, waar hij nu, 3 jaar later nog kan op teren.
We waren berucht in Bali.
Ik heb nog vele verhalen. Van leguanen onder de zonnestoel, van de neushoornkever op het communiefeest bij vrienden, van gekko`s in de douche, van wespen in mijn bloes, van reusachtige bloedzuigers, van een gigantische sprinkhaan op de schouw van schip. What the fuck, zelfs op open zee, ben ik niet meer veilig.
Op vakantie gaan ... ik weet het nog zo niet. Ik voel me het veiligst op de Noorderlijke flanken van de wereldbol, te beginnen vanaf Holland en dan altijd omhoog.
Echtgenoot wil dat ik in therapie ga. Zeker nu we plannen hebben om ooit in Bangkok te gaan wonen. We zijn beiden niet opgewassen tegen al die space invaders.
Maar therapie ? Ik sterf nog liever dan dat er zo`n zwart monster op mijn hand wordt gezet. En toch zal het moeten.
Ik vind het jammer dat mijn fobie onze vakantie bepaalt. Langs de andere kant hebben de kids een resem van te gekke verhalen om door te vertellen aan het nageslacht.
En zelf hebben ze ook de smaak te pakken, ze flippen als twee dollemina`s als er een spin in huis zit.
Echtgenoot is dan altijd een beetje boos op mij. Da`s jouw fout !
Het kan natuurlijk ook in de genen voorprogammeerd zijn. Hm ?
Wat denken jullie ?
kris kris kris, k wist niet dat het zo erg was. marina
BeantwoordenVerwijderenMarina, marina, marina, ik kan me op jullie feestje een mini sprinkhaan herinneren die uit de haag kwam gevlogen en dreigde me op te eten. Getuige hiervan ons mama en ons Karine en ons Bo. xxxx
BeantwoordenVerwijderen